EG: adequate beloning zwangerschapsverlof

BRUSSEL, 17 OKT. Werkende vrouwen in de Europese Gemeenschap krijgen recht op ten minste veertien weken zwangerschapsverlof. In die periode dienen ze een "adequate' beloning te ontvangen.

Dat blijkt uit een richtlijn waarover de twaalf lidstaten en de Europese Commissie het gisteren in Brussel na twee jaar onderhandelen eens zijn geworden.

De Europese Commissie en Italië zijn - evenals het Europese Parlement - voorstander van een scherpere richtlijn. Ze hadden vastgelegd willen zien dat zwangere vrouwen tijdens hun verlof recht hebben op ten minste 80 procent van het laatst verdiende loon. Maar gisteren sloten ze zich uiteindelijk toch aan bij de overige elf lidstaten om te voorkomen dat er helemaal geen richtlijn zou worden ingevoerd.

Voor Nederland heeft de nieuwe richtlijn geen praktische betekenis. Het zwangerschapsverlof geldt in ons land al voor een periode van zestien weken en de uitkering ligt op 100 procent. De richtlijn stelt dat lidstaten geen maatregelen mogen treffen die een verslechtering inhouden ten opzichte van de bestaande toestand.

Het in Brussel bereikte compromis komt overeen met het politieke akkoord dat in november vorig jaar al werd bereikt onder het Nederlandse voorzitterschap van de EG. Maar er is wel een belangrijke verklaring aan toegevoegd: de "adequate' beloning waarover in de richtlijn wordt gesproken, mag in ieder geval niet lager zijn dan de gebruikelijke uitkering bij ziekte. Dat betekent in de praktijk dat landen als het Verenigd Koninkrijk en Ierland hun zwangerschapsuitkeringen aanzienlijk moeten optrekken. Volgens de Britten kost hun dat enkele honderden miljoenen ponden.

Pag 15: Stap vooruit in sociaal beleid EG

Het EG-akkoord over zwangerschapsverlof werd gisteren op ambtelijk niveau gesloten. Formeel moet het nog worden bekrachtigd door de ministerraad. Dat zal aanstaande maandag gebeuren. De zwangerschapsrichtlijn prijkt dan als een zogeheten A-punt op de agenda van de vergadering van visserijministers in Luxemburg. Dat is ook de laatste gelegenheid waarop dat kan. Maandag verloopt namelijk de periode waarbinnen volgens de Brusselse spelregels een besluit moet zijn gevallen nadat de Commissie voorstel heeft ingediend.

De Europese Commissie en het Europese Parlement zullen het compromis ongetwijfeld als minimaal bestempelen. Toch betekent de zwangerschapsrichtlijn volgens een Nederlandse diplomaat in Brussel een belangrijke stap voorwaarts omdat voor de eerste keer op dit gebied “een vloer” wordt gelegd in het gemeenschappelijke sociale beleid. Zo proberen de EG-ministers van sociale zaken het ook nog steeds eens te worden over invoering van een 48-urige werkweek (waartegen Groot-Brittannië zich verzet).

Zoals bekend doet Groot-Brittannië niet mee aan de afspraken die in Maastricht zijn gemaakt over een gemeenschappelijke sociale politiek. Maar discussies over onderwerpen als zwangerschapsverlof en de duur van de werkweek staan los van Maastricht. Ze zijn gebaseerd op bepalingen van het Verdrag van Rome over de oprichting van de EG en Groot-Brittannië doet daar dan ook volop aan mee.

Gisteren is afgesproken dat de lidstaten binnen vier jaar zullen rapporteren over de effecten van de richtlijn. Aan de hand daarvan zal de Commissie beoordelen of aanpassing nodig is. Bij een eventuele herziening zullen de opvattingen van het Europese Parlement worden meegewogen, zo werd gisteren expliciet vastgelegd in een intentieverklaring bij de richtlijn.

    • Wim Brummelman