DE ZIELEDOKTER VAN AMERIKA

Er is geen held voor nodig. Autobiografie door H. Norman Schwarzkopf (met Peter Petre) 608 blz., Mingus 1992, (It Doesn't Take a Hero. The Autobiography, 1992, vert. Gerard Grasman), f 47,50 ISBN 90 6564 200 5

In the Eye of the Storm. The Life of General H. Norman Schwarzkopf door Roger Cohen and Claudio Gatti 342 blz., Farrar, Straus and Giroux 1991, f 47,50 ISBN 0 374 17708 2

In 1964 was de negenentwintigjarige H. Norman Schwarzkopf waarschijnlijk de enige officier in het leger van de Verenigde Staten die dol was op de muziek van Joan Baez en Bob Dylan. Hij had vier jaar tevoren gestemd op John F. Kennedy, voelde zich een overtuigd liberal, kende de woorden van ""The Times they are a-Changin' '' uit zijn hoofd, en had ontzettend veel zin om naar Vietnam te gaan.

Natuurlijk, hij wilde, indachtig de oproep van Kennedy, iets doen voor zijn vaderland, maar hij wilde vooral vechten in een oorlog, een echte oorlog. Dat was immers waarop hij zijn hele jonge leven had ingericht: de Amerikaanse infanterie voor te gaan in het heetst van de strijd. Misschien geen wonder voor de zoon van de onberispelijke carrière-soldaat Herbert Norman Schwarzkopf sr. van de West Point academie, die in de jaren dertig het onderzoek naar de ontvoering van de Lindbergh-baby leidde, gestationeerd was op zowat alle continenten, en in 1953 een grote rol speelde in de CIA-coup in Iran.

Norman jr. had vanaf zijn vroegste jeugd het parool van West Point, ""Duty, Honor, Country'', als levertraan toegediend gekregen. Zijn vader, afstammeling van Duitse emigranten, en zijn moeder, zeer in de verte verwant aan Thomas Jefferson, hadden dat motto zeer letterlijk genomen en hun kinderen opgevoed in een soort rechtlijnig egalitair-liberaal idealisme. De kleine Norman en zijn zusjes Sally en Ruth moesten in de bus opstaan voor oudere mensen, ook als die een zwarte huidskleur hadden, en het werd eenvoudigweg verboden herkomst of welstand een rol te laten spelen in de keuze van vriendjes.

FAMILIECONFLICT

Ondanks het feit dat zijn moeder eindigde als alcoholica en zijn vader een maagzweer kreeg, bekleef hun idealisme: Norman werd een gedreven soldaat in dienst van ""democratie en vrijheid'', en Ruth werd een gedreven activiste tegen de oorlog in Vietnam waarin haar broer met zoveel overtuiging zou vechten. Het diepe en onvermijdelijke familieconflict dat volgde, was in alle opzichten exemplarisch voor de verscheurdheid van de gehele natie. De omhelzing waarmee zus Ruth haar broer bijna dertig jaar later begroette bij zijn thuiskomst na de overwinning op het leger van Irak, was niet minder exemplarisch voor het helen van die scheur. Norman Schwarzkopf was een held geworden, een echte held, een Amerikaanse held, en zieledokter van zijn vaderland bovendien.

En nu is er zijn langverwachte autobiografie. Al direct na operatie Desert Storm verscheen een reeks razendsnel geproduceerde pocketboekjes over de generaal, en verleden jaar was er de veel grondiger gedocumenteerde biografie In the Eye of the Storm van de journalisten Roger Cohen (The New York Times) en Claudio Gatti (Europeo en Corriere della Sera), maar zojuist verschenen de vijfhonderddertig pagina's van het geautoriseerde levensverhaal van Stormin' Norman, waarin dan eindelijk zijn verhaal, ""the inside story'', over de golfoorlog te lezen zou moeten zijn.

Dat valt tegen. It Doesn't Take a Hero is een zeer professioneel geschreven boek en leest, dank zij de vaardige hand van ghost-writer en Fortune-redacteur Peter Petre, als een trein (de haastige Nederlandse vertaling is wat dat betreft geen schaduw van het origineel); het werk biedt de juiste dosering feiten, dramatische anekdotes, peinzende terzijdes, levensechte emotie alsmede half-gefictionaliseerde snedige dialogen en snerpende one-liners, maar het heeft absoluut niets nieuws te melden over Schwarzkopf en de Golfoorlog. Sterker nog, afgezien van het feit dat Schwarzkopf uitdrukkelijk meedeelt geen geheime informatie te willen prijsgeven, was meer dan een anekdote in deze autobiografie al in bijna dezelfde bewoordingen te lezen in In the Eye of the Storm.

Zoals de bekende verhalen over zijn betrokkenheid bij de oorlog in Vietnam. Al bij zijn eerste tour of duty in 1965, als "task force advisor' van het Zuidvietnamese leger, zag hij met lede ogen hoe het snel groeiende contingent Amerikaanse soldaten steeds meer de oorlog monopoliseerde. Zijn tweede gang naar Zuidoost-Azie in 1969 werd een nog grotere ontnuchtering. Schwarzkopf trof het Amerikaanse leger aan ""in staat van morele ontbinding''. Hij haatte de carrière-officieren, die een luxe-leventje leidden, zich racistisch uitlieten over de Zuidvietnamese bondgenoten, en hun loopbaan probeerden vooruit te helpen door steeds hogere aantallen vijandelijke slachtoffers te verzinnen (de "body counts'), terwijl de jonge en onervaren soldaten aan het front hun hachje moesten zien te redden.

ROCK'N'ROLL

Schwarzkopf had zich verheugd op zijn eerste zelfstandige commando over een bataljon, maar bij aankomst vond hij slechts ""a damned gypsy camp'': zijn manschappen liepen ongeschoren rond in sportkledij, de wachtposten lagen op blaasmatrassen te slapen, rock'n'roll muziek dreunde over het terrein, en de wapens waren grotendeels vastgeroest, want er was de gewoonte ontstaan de Vietcong ongemoeid te laten opdat men de tijd ongeschonden doorkwam.

Dit was meer dan Schwarzkopf kon verdragen. Met veel verbaal geweld probeerde hij de discipline te herstellen en zijn bataljon de oorlog te laten voeren waar niemand zin in had. Hoewel zijn aanpak stoelde op verbroedering met de manschappen (""ik ben kolonel Schwarzkopf. Jullie mogen me bij mijn voornaam noemen: kolonel.''), kreeg hij door zijn aanpak al gauw de bijnaam Kolonel Nazi. Beroemd - en al in menig boek over Vietnam naverteld - is de anekdote hoe hij zelf met van angst knikkende knieën dwars door een mijnenveld kroop om een zwaargewonde zwarte soldaat te redden.

Terug in Amerika viel Schwarzkopf aan hevige twijfels ten prooi. Hij walgde evenzeer van de demonstranten tegen de oorlog, die alles bekritiseerden waarin hij nog altijd heilig geloofde, als van het Amerikaanse leger, dat in zijn ogen door incompetentie nodeloos veel slachtoffers in eigen gelederen had gehad en de oorlog had verloren.

Stationering in de wilde natuur van Alaska en het verre Duitsland kon hem weer verzoenen met het militaire bestaan. Zijn doorbraak kwam in 1983 met de invasie van Grenada die president Reagan verordonneerde na een socialistisch georiënteerde coup op het kleine Caribische eiland. Operatie "Urgent Fury' zou een grootscheepse gezamenlijke operatie van marine, leger, luchtmacht en mariniers worden, maar was gedoemd vanaf het begin. Als een van de betrokken generaals zag Schwarzkopf voor zijn ogen hoe de aloude kwaal van onderlinge competitie tussen de legeronderdelen leidde tot een onvoorstelbare chaos. Er waren geen goede kaarten, de luchtlanding vond plaats juist boven zowat het enige stuk afweergeschut op het hele eiland, de bevrijding van Amerikaanse studenten mislukte omdat niemand wist dat er verschillende universiteitsgebouwen waren, het bombardement van het vijandelijk hoofdkwartier resulteerde in de vernietiging van een psychiatrisch ziekenhuis, Amerikaanse legeronderdelen beschoten elkaar, raakten de weg kwijt, helicopters botsten en de speciale commando's die de ambassadeur moesten ontzetten, raakten omsingeld in de ambassade.

Schwarzkopf kon een doorbraak forceren door een geïmproviseerde helicopterlanding, en werd ter plekke bevorderd tot "deputy commander' van de operatie, die hij zelf later ""een zootje'' noemde. Zeven en een half bataljon van het machtigste leger ter wereld had de grootste moeite gehad met 679 Cubaanse arbeiders en de paar honderd soldaten van Grenada.

Maar het was eens te meer een les voor Schwarzkopf. Vietnam had hem geleerd dat hij nooit meer een oorlog zou vechten als de politiek geen duidelijke doelen stelde en zich bemoeide met de dagelijkse gang van zaken op het slagveld. De les van Grenada was dat de pers op een afstand moest worden gehouden, en vooral dat de verschillende legeronderdelen nooit meer op basis van gelijkwaardigheid moesten samenwerken bij militaire operaties. De Department of Defense Reorganization Act van 1986 bediende hem op zijn wenken. Voortaan zou er één verantwoordelijke voorzitter van de Joint Chiefs of Staff zijn, en de bevelhebbers in het veld zouden alleen met hem te maken hebben.

Operatie Desert Storm was de eerste militaire operatie die de Verenigde Staten uitvoerde met die lessen in het achterhoofd. H. Norman Schwarzkopf kon er de vruchten van plukken.