De week van de duidelijkheid

Sinds het Verdrag van Maastricht in verschillende Europese landen in twijfel wordt getrokken, wijzen de verantwoordelijke politici op de noodzaak meer duidelijkheid te verschaffen. Wat heeft de afgelopen week aan duidelijkheid opgeleverd?

Op 9 oktober beloofde de Duitse regering dat de Bondsdag zich in 1996 nog eens kan uitpreken over de invoering van een Europese munt. Geen regering durft zo'n vergaande stap als het opgeven van de D-mark te nemen “zonder rugdekking van een parlementaire meerderheid”, zo zei minister van buitenlandse zaken Kinkel.

De parlementariërs waren tevreden, maar minister van financiën Waigel voegde toe dat dit niet mag worden opgevat als kans om over vier jaar "Maastricht' alsnog af te keuren. De overgang naar één munt is zodra het verdrag is geratificeerd namelijk onomkeerbaar. Dus wat de Bondsdag daarna nog voor zeggenschap kan hebben blijft onduidelijk.

Woensdag zei de Deense premier Schlüter tot drie keer toe dat "Maastricht' niet hoeft te worden gewijzigd om Denemarken alsnog te laten tekenen, ook al heeft de Deense bevolking het verdrag in een referendum afgewezen. Een aanvullende verklaring met een interpretatie van de tekst of met uitzonderingen voor Denemarken, mag ook. Schlüter toonde begrip voor de wens van de EG-partners het verdrag ongewijzigd te laten, omdat anders de ratificatieprocedure weer helemaal opnieuw moet beginnen.

Maar een meerderheid in het Deense parlement liet juist de dag daarvoor, dinsdag, weten dat de Deense bezwaren tegen het verdrag op een wettelijk bindende manier moesten worden tegemoet gekomen. Wettelijk bindend betekent dat de gekozen oplossing in het verdrag moet worden opgenomen, zo maakten de parlementariërs duidelijk. En als dit tot gevolg heeft dat de ratificatieprocedure ook in Frankrijk over moet, dan is dat pech voor de Fransen. Dus hoe het Deense probleem straks kan worden opgelost blijft onduidelijk.

Donderdag deed de Nederlandse regering de Tweede Kamer eenzelfde vage toezegging als eerder de Bondsdag kreeg, en gisteren was ten slotte de dag van de grote vertrouwenwekkende top. Eensgezindheid, informatie en het toverwoord subsidiariteit moesten de burger geruststellen.

Maar over de inhoud van dat woord bleven de leiders het oneens. En over verontrustende zaken als de valutacrisis wilden zij niets beslissen. Minister Van den Broek zei na afloop dat de EG “door de ergste crisis-achtige toestanden heen is”. En volgens premier Major is nu het vertrouwen hersteld. Hoe precies, dat blijft onduidelijk.

    • Hans Nijenhuis