De vogelverschrikker

Je bent bezig in je tuintje een geranium te poten en opeens komt er olie uit de grond. Van klein natuurliefhebber word je vanzelf tot oliesjeik.

Zo'n gevoel maakt zich langzamerhand van mij meester als het gaat over vogelverschrikkers.

In augustus reed ik met de trein van Warschau naar Danzig. Op het land zag ik tientallen vogelverschrikkers met kraaien op hun hoofd en armen. Over die treinreis schreef ik een stukje met een passage over de vogelverschrikkers die ik hier citeer:

Je zou kunnen denken dat de Poolse kraaien slimmer zijn dan de Poolse boeren ""tenzij de vogelverschrikker bedoeld is als vliegveld voor de kraaien zodat ze niet op het land gaan zitten.

""Maar het is iets anders. Een vogelverschrikker is veel meer dan zijn naam zegt. Hij is een kunstwerk waarin zowel wordt bezworen als bespot, geen ding om als vijand voor de vogels te dienen, maar om het land en misschien ook het leven van de boer en de zijnen tegen veel ernstiger gevaren te beschermen en de onzichtbare vijanden te honen: daar staan jullie al in je lachwekkende vergeefsheid op een staak geprikt. Doe geen moeite, wij hier zijn op onze hoede! Als ik een wetenschapper was, zou ik zeggen: De vogelverschrikker dient niet ter afschrikking - integendeel -, moet worden beschouwd als het bewijs dat de afschrikking reeds met succes is voltooid. Voor de existentiële vijand is de vogelverschrikker op het land als een baken in zee; het "wrak' als het ware van de bedreiging. Het ligt zo voor de hand dat het weleens meer geschreven zal zijn. Boeren die een vogelverschrikker neerzetten doen hetzelfde als demonstranten die een pop van de Amerikaanse president verbranden. Het verbaast me dat een fotograaf niet op het idee is gekomen een Groot Vogelverschrikkerboek te maken. Als het wel is gedaan ben ik benieuwd.''

Tot zover mijn stukje op 29 augustus. In het begin van de week daarop kwamen de eerste meldingen binnen. Ik maakte er een PS van. Dat veroorzaakte meer meldingen en zo is het doorgegaan. Hierboven heb ik alleen publikaties in boekvorm opgeschreven. Van sommige lezers heb ik een bepaald exemplaar gekregen, anderen hebben het me geleend. Ik heb ook kinder-rijmpjes gekregen, ontwerpen van elektrische vogelverschrikkers en verwijzingen naar romanfragmenten. Hiervoor dank ik deze belangstellenden. Een brief schrijven is één, maar dan nog de postzegel en het posten, en iemand dusdanig te vertrouwen dat je hem een boek leent: ik onderschat het niet.

Ik kom tot een paar voorlopige conclusies.

1. De verscheidenheid in vogelverschrikkers is veel groter dan de verscheidenheid in het menselijk uiterlijk. Hans Silvester heeft het in de ondertitel van zijn tweede boek samengevat: een fantastisch panopticum. De boerenstand heeft tot in de diepste krochten van het onderbewustzijn geput. Het is verbazingwekkend hoe weinig er sinds Jeroen Bosch is veranderd.

2. De meeste publikaties in boekvorm over de vogelverschrikker zijn geïllustreerde monografietjes of aanlopen daartoe, en verschenen bij kleine uitgeverijen, in kleine oplage. Het zou weleens kunnen zijn dat deze boekjes de grootschalige ontdekking van de vogelverschrikker inluiden en dat de tijd niet ver meer is waarin de kunst van de grote stad zich door deze horde van plattelandsduivels zal "laten inspireren'. Het is niet moeilijk, zich dit voor te stellen: een grote zaal in een museum of galerie, leeg op één object of sculptuur na: de vogelverschrikker. Of misschien is ook dat al gedaan. Het is niet onwaarschijnlijk. De vogelverschrikker is in opmars.

3. Moeten we iets meer achter deze conjunctuur zoeken? Ik raadpleeg de denkbeeldige wetenschapper die ik hierboven heb geciteerd: Na meer dan driekwart eeuw ideologische polarisatie zoekt de postmoderne mens een nieuwe identificatie van het Kwaad. In het collectief onderbewuste zien we zich een beweging aftekenen, een teruggrijpen naar oude symbolen, een atavisme dat zich "spelenderwijs' richt naar het platteland waar immers het Oerkwaad beter bewaard is gebleven. Wij zien hier de eerste tekenen die erop wijzen dat onze postmoderne periode meer met de Middeleeuwen gemeen heeft dan velen lief is.

4. Altijd weer onder voorbehoud: er is geen uitputtende wetenschappelijke verhandeling over de vogelverschrikker geschreven, er bestaat geen wetenschappelijke bibliografie.

Mocht ik het hier of daar of overal bij het verkeerde eind hebben: ik houd me aanbevolen voor correcties, kritiek en nadere bijzonderheden. Te zijner tijd kom ik erop terug.

Daniel Clouzot, La princesse et l'Épouvantail. Illustrations de Claude Chevalier, Neuchâtel, 1948.

Charles Donker en Karel Eykman, De vreselijk verlegen vogelverschrikker, Amsterdam 1974.

Günter Grass, verhandeling terzake in "Hundejahre', 1963.

Jos van Hest en Frederice van Faassen, Vogelverschrikkers van Kimolos, Schiedam 1982.

Patricia Highsmith, Slowly, slowly in the wind. (Kort verhaal in de gelijknamige bundel). Penguin.

Jan Kooistra en Robert d'Arcy Shillock, De vogel en zijn verschrikkers, Meppel 1990.

Valerie Littlewood, SCARECROW! 1992.

Avon Neal, SCARECROWS, photographed by Ann Parker, New York 1978.

Hans Silvester, Wächter der Felde.

Hans W. Silvester, Vogelscheuchen, Ein phantastisches Panoptikum.

Barbara Euphan Todd, The Scarecrow of Scatterbrook, Puffin Books 1936. Vertaling: Rik de Vogelverschrikker van Heuvelbeek, bewerkt door Marga Holst-Dekker, Baarn 1959.

Gerhart Trumler en Christine von Nöstlinger: Vogelscheuchen.

19 NU, 16de jaargang nr 4 (juli, 1980). Een artikel van Ernst Overbosch.

    • S. Montag