De echo van Lockerbie

Na het neerstorten van de Boeing 747 op 21 september 1988 vond in Lockerbie een invasie plaats van 2300 professionele hulpverleners. Toen zij waren vertrokken, probeerden de 3500 inwoners van het Zuid-Schotse plaatsje hun rustige bestaan voort te zetten. Maar in het dorp heerst nog altijd onvrede over de wijze waarop de schade is afgewikkeld. Steeds opnieuw ook blijkt dat de vliegramp diepe sporen heeft nagelaten. ""Veel mensen uit Lockerbie hebben de tv afgezet toen de beelden van de ramp in Amsterdam werden uitgezonden.''

Een naamsverandering is nooit ter sprake gekomen maar als inwoners van Lockerbie met vakantie zijn, zeggen ze meestal dat ze uit ""Zuid-Schotland'' komen of uit ""een dorpje in de buurt van Dumfries''. Niemand wil aan de ramp van 21 december 1988 herinnerd worden, toen PanAm-vlucht 301 boven het Schotse luchtruim explodeerde en Lockerbie bedolven werd onder de overblijfselen van een Boeing 747 en haar 259 passagiers.

Het standbeeld in het centrum van Lockerbie is voor de plaatselijke zonen die in de Tweede Wereldoorlog sneuvelden; een groot monument voor de slachtoffers van de vliegramp, onder wie behalve de passagiers ook elf inwoners van Lockerbie, wees de bevolking categorisch van de hand. Wel zijn overal in het dorp kleine tekenen aanwezig die aan de door een bomaanslag veroorzaakte ramp herinneren. Zo heeft in café The black bull het daar door prins Charles genuttigde glas whisky een ereplaats gekregen. De prins arriveerde na de ramp in Lockerbie, volgens de barkeepster ""om de blunder van prins Andrew weer goed te maken'', die enkele dagen daarvoor in het rampgebied gezegd had dat zijn hart bij de Amerikanen was, vergetend dat ook de bevolking van Lockerbie zwaar was getroffen.

Sinds een grensconflict in 1593 was er nooit meer iets bijzonders gebeurd in Lockerbie. De 3500 inwoners hebben er alles aan gedaan om ook na 21 december 1988 hun rustige, landelijke bestaan weer op de oude voet voort te zetten. Toch blijkt steeds opnieuw dat de vliegramp diepe sporen heeft nagelaten. Vorige maand publiceerde prof. W. Perry-Jones, kinder- en jeugdpsychiater aan de universiteit van Glasgow, een rapport waarin hij concludeerde dat twee jaar na de ramp ruim zestig procent van de plaatselijke jeugd nog altijd symptomen vertoonde van een post-traumatisch stress-syndroom. Veel kinderen uit Lockerbie waren bang voor harde geluiden, kleintjes vertoonden regressief gedrag: sommigen gingen weer duimen of bedplassen, anderen waren angstig en klampten zich voortdurend aan hun ouders vast. Veel kinderen hadden regelmatig nachtmerries en pubers vertoonden excessief en onhandelbaar gedrag.

Nachtmerries

Tijdens de Golfoorlog bleken veel inwoners van Lockerbie weer last te krijgen van herbelevingen en nachtmerries, hetzelfde gebeurde na de vliegramp in de Bijlmermeer. ""Ik dacht het net allemaal verwerkt te hebben, maar Amsterdam bracht in één klap alles weer terug'', zegt de 53-jarige Sylvia Hall. Zij woont vlak naast de plaats waar een deel van het vliegtuig destijds neerstortte. De directe omgeving van haar huis was bezaaid met duizenden stukjes metaal, resten bagage en menselijke overblijfselen. Een stuk van het vliegtuig boorde zich door het dak van haar huis en door de slaapkamer. ""Mijn echtgenoot zag een baby die in een boom was blijven hangen'', vertelt ze. ""Na de ramp in Amsterdam belde mijn zoon onmiddellijk op om te vragen of alles goed ging met ons.''

K. McQueen, een van de plaatselijke huisartsen, kreeg onmiddellijk nadat de BBC beelden had vertoond van de ramp in de Bijlmer twee patiënten met depressieve klachten op zijn spreekuur. ""Maar de mensen hier uiten hun klachten niet zo snel'', zegt hij in zijn rustieke landhuis. ""Zeker is dat iedereen in Lockerbie over de ramp in Amsterdam sprak en dat veel oud zeer weer boven kwam.'' Ook McQueens echtgenote raakte ""behoorlijk in de war''. De Schotse huisarts spreekt over vliegrampen als ""een buitengewoon traumatische gebeurtenis waarvan de effecten nog jarenlang doorwerken''. Volgens hem komt dat door ""het drama, de vuurzee en de schaal van zo'n ongeluk''. Ook speelt de betrekkelijk korte historie van de vliegerij een rol ""waardoor we in ons onderbewustzijn nog altijd bang zijn voor vliegen''.

McQueen speelde een partijtje snooker in het nabijgelegen Dumfries, toen de Boeing neerstortte. Hij was snel ter plaatse en werkte de hele nacht door, op zoek naar overlevenden. Maar net als in de Bijlmer waren er weinig gewonden. ""Ik kon helaas niet veel meer doen dan het labelen van lijken'', zegt McQueen. Uiteindelijk konden 253 slachtoffers worden geïdentificeerd; van zeventien personen, onder wie zeven uit Lockerbie, is nooit meer een spoor teruggevonden. Voor hen is een aparte gedenksteen vervaardigd op het kerkhof van Lockerbie, vlak voor een groter exemplaar met daarop de namen van alle 270 slachtoffers.

Na de ramp raakte McQueen overspannen. Volgens eigen zeggen begon hij meer te drinken en te roken dan goed voor hem was en kregen hij en zijn collega-artsen, ""met wie ik zeer hecht bevriend ben'', regelmatig forse ruzies. Andere hulpverleners hadden soortgelijke ervaringen. ""Veel politiemensen waren langdurig van streek. Één zelfmoord en één hartaanval hebben hoogstwaarschijnlijk een directe relatie met de ramp.''

Invasie

Jarenlang hadden de Schotse autoriteiten lijvige rampenplannen in de kast liggen en plotseling konden ze die in de praktijk brengen. Na het neerstorten van de Boeing had in Lockerbie een invasie plaats van hulpverleners, reddingswerkers, brandweer- en politiekorpsen, journalisten, schade-experts, artsen, psychologen, psychiaters, soldaten, luchtmachtbrigades, explosievendeskundigen, bouwvakkers, detectives en vrijwilligers. Deze massale aanwezigheid van buitenstaanders duurde maandenlang, op het toppunt van de operatie waren er in totaal 2300 professionele reddingswerkers in actie.

Ook veel familieleden van slachtoffers reisden naar Lockerbie. Aanvankelijk werden ze van de plaats van de ramp weggehouden. ""Achteraf bezien was dat een fout'', zegt P. Gunnel, één van de coördinatoren van de hulp-operatie en vice-directeur van het departement van sociale zaken van de regioraad Dumfries and Galloway, waaronder Lockerbie ressorteert. ""Voor de nabestaanden was het juist heel belangrijk de exacte plaats te kunnen zien waar hun geliefden om het leven kwamen en zelfs om de overblijfselen van hun lichamen te mogen aanschouwen, hoe pijnlijk dat ook was.''

Inwoners van Lockerbie werden geconfronteerd met (resten van) lichamen die in verband met het onderzoek soms dagenlang op straat bleven liggen. Gunnels collega S. Palling: ""Het bleek dat velen uit Lockerbie zich met die lijken gingen identificeren. Ze wilden precies weten wie het was, die daar op straat lag.'' In de getroffen straten Park Place en Rosebank Crescent bevonden zich geruime tijd ongeveer tachtig lichamen die daar terecht waren gekomen. Vlak voor de deur van Sylvia Hall werd een Amerikaanse student gevonden. ""Ik wilde eigenlijk meer over hem te weten komen. De ouders van die jongen bleken precies hetzelfde te reageren. Zij wilden weten wie wij waren. Sindsdien zijn we bevriend geraakt.''

Lockerbie wordt nog vrijwel dagelijks bezocht door familieleden en vrienden van de 259 vliegtuigpassagiers en de elf slachtoffers uit Lockerbie. Vijf kilometer buiten het plaatsje, op luttele afstand van het kerkje bij Tundergarth Mains, kwamen de cockpit van het vliegtuig en een deel van de romp van het toestel neer. In het weiland aldaar werden ruim tachtig lichamen gevonden. Naast het oude kerkje bevond zich een klein bijgebouwtje dat nu dienst doet als herdenkingsruimte voor de slachtoffers. Er bevindt zich een boek waarin met gekalligrafeerde letters alle namen van de passagiers staan vermeld. Ook ligt er het herdenkingsboek dat door nabestaanden is uitgegeven. Daarin staan achter de namen en de stoelnummers korte levensbeschrijvingen van de omgekomen passagiers. Uit de inleiding van het boek blijkt de hechte band tussen de inwoners van Lockerbie en de nabestaanden van de ramp. ""Uit de as van de ramp ontstond een stroom van liefde en vriendschap, afkomstig van een gemeenschap die op haar beurt ook slachtoffer was. (...) Sommigen zullen zeggen dat deze grond verdoemd is; maar ik beschouw haar als gezegend.'', aldus "G.N.'.

Netwerk

Vlak na de ramp richtten de plaatselijke autoriteiten een Gemeenschaps Ondersteunings Netwerk op, waarvan onder meer een Sociaal Coördinatieteam en een Gemeenschaps-coördinatieteam deel uitmaakten. Via dit netwerk werd geprobeerd de bevolking van Lockerbie en de plaatselijke vrijwilligersorganisaties zo veel mogelijk bij de gehele operatie te betrekken. Zo wasten en streken vrouwen van Lockerbie de kleding van de verongelukte passagiers en bakten ze taarten en cakes voor de reddingswerkers. De mannen hielpen met het zoeken naar stoffelijke resten en met het opruimen van de ravage. ""De ervaring leert ons dat slachtoffers van rampen doorgaans menen dat ze alle controle over hun leven hebben verloren'', stelt Gunnel. ""Daarom was het goed om al die vrijwilligersgroepen bij elkaar te brengen en ze in actie te laten komen. Dat bleek ook een therapeutische werking te hebben.''

Soms tot ergernis van de bewoners werd Lockerbie bestormd door journalisten uit de hele wereld. ""Sommigen van hen misdroegen zich'', stelt Gunnel. ""Vooral de Amerikanen.'' De autoriteiten besloten aan wie dat wilde een speciale mediatraining te geven. ""Samen met pater Keegans mocht mijn man naar de BBC-studio's'', zegt Sylvia Hall. ""Daar leerde hij hoe hij op al die vragen moest reageren.''

Twee jaar geleden gaven twee collega's van Gunnel lezingen in Nederland en rampenbestrijders in Nederland bestelden 400 exemplaren van het lijvige rampenplan dat in Lockerbie was uitgevoerd. De ironie wil dat Gunnel nog in juni van dit jaar in Amsterdam honderden rampendeskundigen uit de hele wereld toesprak, toen uitgerekend in de Nederlandse hoofdstad de internationale conferentie "Trauma en tragedie' plaats had.

Hoewel de autoriteiten in Dumfries niet al te bescheiden doen over de perfecte uitvoering van hun rampenbestrijdingsplan, denkt de bevolking in Lockerbie daar genuanceerder over. Zo ook gemeenteraads-voorzitter J. Meechan, in het dagelijks leven boswachter. ""Al snel ontstond er een gevoel van weerstand tegenover al die vreemdelingen die ons kwamen helpen'', zegt hij in zijn kantoortje diep in de bossen van het gehucht Ae. Ook toen alle brandweerlieden, politiemensen en soldaten waren verdwenen beheerste de ramp nog altijd het dagelijks leven van de dorpsbewoners. ""Die rampenbestrijders en hulpverleners hadden hun centrum gevestigd in een leegstaand schoolgebouw, midden in Lockerbie. Daar bleven ze een jaar lang coördineren. Operationeel bezien was dat misschien heel praktisch maar zo lang ze daar zaten, leefden wij met de ramp. Volgens mij kun je beter zo snel mogelijk alle externe hulp van de plaats des onheils terugtrekken.''

Meechan heeft zelf nog regelmatig flash-backs van het ongeluk. Zelf woont hij in een stuk van Lockerbie waar vrijwel niets beschadigd raakte. ""Maar ik kan u vertellen: ik verloor vrienden en dat blijft je bezig houden. De mensen uiten hun problemen hier niet zo snel, maar achter de gesloten voordeuren heerst nog altijd ellende. Veel mensen uit Lockerbie hebben de tv dan ook afgezet toen de beelden uit Amsterdam werden uitgezonden.'' Als blijk van medeleven zond de gemeente Lockerbie een bloemstuk naar de Bijlmermeer.

Meechan stelt dat, soms ook ten onrechte, alles wat er in Lockerbie gebeurt, met de ramp in verband wordt gebracht. ""We proberen de herinnering aan die fatale decembernacht kwijt te raken maar het lukt niet. Ook al omdat we er door anderen steeds weer mee geconfronteerd worden. Op een gegeven moment kregen we allemaal een folder in de bus waarin stond beschreven hoe je stress kon herkennen. Dat leidde ertoe dat sommigen zich precies volgens de beschreven symptomen gingen gedragen. De mensen zeiden: als iets stress bevordert dan is het deze folder wel.''

Toch had de ramp ook een positief effect. Mede ""uit frustratie ten opzichte van de officiële instanties'' sloegen de bewoners de handen ineen. Ze richtten eigen organisaties op die zich bezig hielden met voedseldistributie, het organiseren van kinderactiviteiten en het weer op orde brengen van huizen, straten, tuinen en weilanden. ""Het mooiste was dat zelfs de katholieken en de protestanten, die op hun beurt weer verdeeld zijn in The Church of Scotland en de Church of England, gingen samenwerken. Dat was nog nooit eerder gebeurd.'' Sindsdien heerst er volgens Meechan meer eenheid in Lockerbie. ""Ieder jaar hebben we hier van oudsher een liefdadigheidsgala. Het kostte altijd moeite om mensen te vinden die in het organisatiecomité wilden gaan zitten. Tegenwoordig is dat geen enkel probleem meer.''

Amerikaanse nabestaanden van de slachtoffers stelden voor om een monument op te richten. ""We wilden wel iets doen maar alleen op bescheiden schaal'', zegt Meechan. Besloten werd een herdenkingstuin in te richten op het Dryfesdale-kerkhof in Lockerbie. In Sherwood Crescent, waar de vleugels van het toestel neerkwamen en een enorme explosie een tiental huizen verwoestte en een metersdiepe krater sloeg, werd een stukje grond onbebouwd gelaten ter herinnering aan de ramp. Vlak achter Park Place is een kleine plaquette aangebracht. ""We wilden het zo subtiel mogelijk houden'', stelt de raadsvoorzitter. ""Om geen oude wonden open te rijten, houden we ook geen jaarlijkse herdenkingen. Twee weken na de ramp hadden we één grote bijeenkomst en daar is het bij gebleven.''

Advertenties

Net als nu in de Bijlmermeer het geval is, doken vrij snel na de ramp Amerikaanse ambulance chasers op in Lockerbie. Deze juristen klopten aan bij de nabestaanden van de slachtoffers en bij de degenen die schade hadden geleden. Sommigen zetten zelfs advertenties in de plaatselijke pers waarin ze hun diensten aanboden. ""Wij adviseerden de mensen om absoluut niet met deze lieden in zee te gaan'', zegt mr. A. Davidson van advocatenkantoor Henderson and McKay. ""Enkelen deden het toch en ze zullen er nu spijt van hebben, want de resultaten van deze advocaten waren over het algemeen mager.'' Davidson meent dat dit vooral komt doordat de ambulance chasers vaak slechts één of twee cliënten vertegenwoordigden en daarom minder sterk stonden dan degenen die namens een grote groep eisers konden optreden.

Enkele honderden inwoners van Lockerbie stelden de inmiddels failliet verklaarde Amerikaanse luchtvaartmaatschappij PanAm aansprakelijk voor geleden immateriële schade. Een aantal Schotse advocaten verenigde zich en begon in samenwerking met door hen uitgekozen Amerikaanse advocaten met PanAm (en na het faillissement van de luchtvaartmaatschappij de verzekeraars van het concern) voor de rechter te dagen. Binnen een jaar kwamen eisers en gedaagden tot een regeling, die volgens Davidson ""voor beide partijen zeer bevredigend'' uitpakte. Om hoeveel zaken het ging en hoeveel er werd uitgekeerd, wil de advocaat uit Lockerbie niet zeggen. ""Het was een onderdeel van onze regeling om daar niet over uit te wijden'', stelt hij. Als reden voor die afspraak noemt hij ""de normale vertrouwelijkheid in dergelijke zaken'' en ""de angst bij de tegenpartij dat nog meer mensen uit Lockerbie zouden gaan procederen''. Ook de dorpsbewoners zelf waken zich ervoor te zeggen of ze geprocedeerd hebben en zo ja, hoeveel het hen heeft opgeleverd. De bedragen die de ronde doen variëren van 20.000 tot 100.000 gulden. Daarvan strijken volgens Davidson de Amerikaanse advocaten ""het gebruikelijke percentage'' op, waarvan hun Schotse collega's weer een deel ontvangen.

Bij deze eerste reeks eisen tot schadevergoeding ging het om mensen die in psychische nood waren gekomen omdat ze rechtstreeks bij de ramp waren betrokken, ""dus nabestaanden, gewonden en mensen bij wie de lichaamsdelen door de tuin waren gevlogen''. Op dit moment loopt een tweede reeks zaken van mensen die in een later stadium problemen kregen. Hun getuigenissen gaan vergezeld van psychiatrische rapporten waaruit blijkt dat ze nog altijd lijden aan een post-traumatisch stress-syndroom. Deze tweede golf van eisen heeft nog niet tot resultaten geleid. De aangeklaagde partij weigert vooralsnog een regeling te treffen en Davidson voorziet dan ook dat deze zaken stuk voor stuk voor Amerikaanse rechtbanken zullen komen. ""De houding van de tegenpartij is duidelijk veranderd.''

Rampenfonds

In totaal waren na de ramp 21 huizen in Lockerbie totaal weggevaagd of zodanig beschadigd dat ze moesten worden gesloopt. Tientallen bewoners verloren hun persoonlijke bezittingen. Particuliere verzekeringen dekten slechts een deel van de schade. De Britse overheid bood huurders nieuwe woningen aan en met geld van de overheid werd eveneens een Rampenfonds in het leven geroepen. Donaties uit de hele wereld zorgden ervoor dat dit fonds in korte tijd over omgerekend bijna acht miljoen gulden beschikte. En de schenkingen bleven binnenstromen.

Volgens velen in Lockerbie werd tamelijk willekeurig uitgekeerd. ""Het geld dreef de mensen uiteindelijk uiteen'', zegt een café-bezoeker die anoniem wenst te blijven. ""In het begin werkte iedereen hand in hand om de schade te herstellen en het leed te verzachten. Maar later graaiden degenen die het minste hadden gedaan het meeste bij elkaar.'' Andere bewoners van Lockerbie - niemand wil zijn naam noemen - reppen van ""mensen die een huis hadden met twee slaapkamers en er een in de wacht sleepten met vijf'' en van ""sommigen die nieuwe auto's kregen waar ze geen recht op hadden terwijl anderen alles verloren en niets kregen''.

Of zoals een bestuurder uit Lockerbie off the record meldt: ""De grootste ramp van Lockerbie was het Rampenfonds.'' Een bezoeker van café The black bull stelt dat Lockerbie ""nooit meer hetzelfde zal zijn''. Volgens hem was het merendeel van zijn dorpsgenoten vooral begaan met het lot van degenen die dierbaren waren verloren ""maar graaide een minderheid zo veel mogelijk bij elkaar''. Zijn buurman neemt een slok van zijn pint en voegt daar aan toe: ""De terreuraanslag op het vliegtuig heeft ons nieuwe auto's gegeven, nieuwe huizen en nieuwe vloerbedekking maar helaas ook 270 nieuwe graven.''

    • Alfred van Cleef