CDA-MEMOIRES

Repeterende breuken. De machtsstrijd tussen PvdA en CDA door J.P. van Rijswijk 244 blz. Prometheus 1992, f 34,90 ISBN 90 5333 149 2

Waarom schrijf je het niet eens op? Het is een opmerking die goede causeurs maar al te vaak te horen krijgen na weer een smakelijk verhaal over vroeger. De Tweede Kamer telt relatief veel van die vertellers. Niet zozeer onder de Kamerleden zelf, maar des te meer onder de mensen om hen heen, zoals de ambtelijke medewerkers of de fractie-assistenten. Daar zitten de echte liefhebbers die niet van het Binnenhof en omstreken zijn weg te slaan. Het politieke bedrijf is hun levenswater. Wat ze te vertellen hebben betreft bijna nooit gebeurtenissen die in de vergaderzaal van de Tweede Kamer plaatsvonden. Hun verhaal is het verhaal van achter de schermen, de menselijke drama's, de intriges. En het is een feit: zonder die aanvullingen vanuit het beslotene is de politiek die in de vergaderzaal wordt bedreven nooit voor de volle honderd procent te volgen.

Schrijf het eens op, kreeg ook Joop van Rijswijk van 1969 tot 1983 fractiemedewerker van eerst de antirevolutionaire partij en later het CDA herhaaldelijk te horen. Maar hij schreef al. Bijna al die jaren notuleerde Van Rijswijk de fractievergaderingen en de vergaderingen van het dagelijks bestuur van de christen-democratische partijen. En als het echt spannend werd, hield hij voor zichzelf dagboeken bij. Hij maakte niet de slechtste jaren mee voor iemand die van politiek houdt. De opkomst en ondergang van Biesheuvel, het kabinet Den Uyl, de eindeloze formatie van 1977, de vorming van het CDA, de opkomst van Van Agt, de aanzet tot het no nonsense tijdperk, kortom alles waar tegenwoordig met zo veel vertedering over wordt gesproken.

Dat boek, waar zovelen die Van Rijswijk hoorden vertellen, hem toe aanzetten is dus nu onder de titel Repeterende breuken, de machtsstrijd tussen PvdA en CDA eindelijk gekomen. Een beetje laat en dat is dan ook direct het grote manco. Het begint als Van Rijswijk in 1969 zijn werkzaamheden voor de ARP aanvangt en eindigt met de val van het kabinet Van Agt-Den Uyl in 1982.

Wie tien jaar later nog met een boek over die episode aankomt, moet wel heel wat bijzonders te vertellen hebben. Dat is helaas niet het geval. De ondertitel suggereert een gedegen analyse over de moeizame verhouding tussen PvdA en CDA, maar het boek is niet meer dan een chronologische, persoonlijke en dus eenzijdige weergave van wat er in die tijd politiek speelde. Om dan nog interessant te zijn, moet de ik-figuur ook interessant zijn. Bij memoires compenseeert de hoofdpersoon de tijdsfactor. Maar wie zit er te wachten op de bespiegelingen van een ex-medewerker van de CDA-fractie? Weliswaar is het iemand die de discussies van binnenuit heeft meegemaakt en meebeleefd, en het is ook de eerste keer dat deze periode vanuit christen-democratisch standpunt beschreven wordt, maar dat is niet voldoende om twintig jaar na dato nog eens een keer te lezen hoe de roerige vergadering van de ARP-fractie verliep toen Boersma bekend maakte dat hij tot een kabinet met de PvdA zou toetreden. Dan wil je ook alles weten. Maar wat parlementaire geschiedschrijving betreft schiet het boek te kort en voor een ooggetuigeverslag komt het te laat.

Het boek is een lange aanklacht tegen de arrogante houding die de PvdA in de jaren zeventig tegenover de christen-democratische partijen heeft aangenomen. Maar als de PvdA reeds lang heeft erkend toen verkeerd te hebben gehandeld en tot inkeer is gekomen, komt het wat achterhaald over als het tot boosheid beperkt blijft, hoe meeslepend die stijl ook werkt. De boosheid van Van Rijswijk over de PvdA blijkt op bijna elke bladzijde. Elke zin met een uitroepteken betekent verontwaardiging en er staan heel veel uitroeptekens in het boek. En dat terwijl Van Rijswijk zelf zijn leermeester Biesheuvel instemmend citeert die hem ooit zei dat de PvdA-politici niet meer deden dan gebruik maken van de politieke ruimte die de anderen hadden laten ontstaan.

    • Mark Kranenburg