Boeren Schaaphok tegen "strategisch groenproject'

De minister van landbouw wil zestien strategische groenprojecten invoeren, zo bleek uit een gepubliceerde nota. Natuur krijgt daar voorrang boven landbouw. Een van de projecten komt in Midden Groningen. De bevolking van de Groningse buurtschap Schaaphok voelt niks voor "strategische groenprojecten', zoals de minister van landbouw deze wil inrichten. “Boerenland in boerenhand”.

SLOCHTEREN, 17 OKT. Schaaphok heet de buurtschap: een handvol boerderijen en een kerkje langs het Slochterdiep, gemeente Slochteren in Midden-Groningen. Dat kerkje werd al twintig jaar geleden voor de eredienst gesloten en biedt nu onderdak aan een hovenier. De boerenbedrijven draaien nog als voorheen, al vrezen de betrokken agrariërs dat ze hun beroep daar de langste tijd hebben uitgeoefend. Hun weilanden en akkers vallen in een "strategisch groenproject', een van de zestien die vermeld staan in het Structuurschema Groene Ruimte, dat de minister van landbouw, natuurbeheer en visserij deze week publiceerde. In al die gebieden moet de natuur uitdrukkelijk voorrang krijgen boven de landbouw.

Schaaphok verzet zich met hand en tand tegen de plannen, die al eerder bekend werden en ook tot het Groningse platteland doordrongen. Van de beroering getuigen borden met opstandige teksten: “Ons eerste levensbehoefte komt van de boer, dus hier geen geouwehoer” en “Boeren zitten op de trekker en van het beleidsplan balen ze als een stekker.” Daarbij wordt gedoeld op het Natuurbeleidsplan. Dit voorziet in een zogenoemde ecologische hoofdstructuur, een samenhangend netwerk van natuurgebieden en half-natuurlijke terreinen.

In Midden-Groningen gaat het om een langgerekte strook land. Die dient als verbindingszone tussen de Hondsrug en de Eems boven Delfzijl. Ongeveer in het midden ligt het Schildmeer. Van het areaal van 6.000 hectare zal ongeveer een derde deel worden vrijgemaakt voor de ontwikkeling van moerassen, rietvelden, berkenbroekbos (op drassige grond) en hooiland vol dotterbloemen.

Tenminste, als de minister zijn zin krijgt en de benodigde agrarische grond weet te verwerven. De 64-jarige tweelingbroers J. en W. Spithorst uit Schaaphok, akkerbouwers met twintig bunder land, zullen er in elk geval niet aan meewerken. Ze bestempelen de plannen als “grote onzin” en “gekkenwerk” en zijn vast van plan er hun aardappels en tarwe tot in lengte van dagen te blijven verbouwen.

“'t Is allemaal begonnen om de boer weg te krijgen”, luidt hun grimmige commentaar op de Haagse voornemens. “Maar we willen niet, want we zijn verknocht aan ons werk en als je naar de natuur kijkt, doen wij het beter dan Staatsbosbsheer. Er zijn hier al eerder reservaten gesticht, maar er is geen vogel meer te bekennen. Die zitten allemaal in de wei. Dus daarom zeggen we: boerenland in boerenhand, dat komt de natuur ten goede.”

Ook de prijs die hun geboden zal worden - tussen de 20.000 en 24.000 gulden per hectare - weet de mannen niet te vermurwen: “Geld is voor ons niet van belang. Volgend jaar krijgen we trouwens allebei AOW, dus laten ze maar wegblijven met de geldbuidel.” En buurman J. Smit, die er even later bijkomt: “We hebben hier net een ruilverkaveling achter de rug en bovendien heb ik als melkveehouder mijn veestapel moeten inkrimpen door de superheffing. De druk op het milieu is dus al verminderd en dan komen ze nu met die ecologische hoofdstructuur op de proppen. Zo dreigt het doek voor ons boeren te vallen.”

Amper 15 kilometer van Schaaphok, in een rijksgebouw te Groningen, zetelt provinciaal directeur landbouw, natuur en openluchtrecreatie D.P. Visser. Hij moet de Haagse plannen voor dit gewest mede vorm geven en doet dat, naar hij zegt, met volle overtuiging en voortbordurend op wat in voorbije decennia is bereikt. Visser: “De afgelopen twintig jaar zijn we tussen Hondsrug en Appingedam al voorspoedig de weg van de natuurontwikkeling ingeslagen door 850 hectare landbouwgrond te verwerven en als natuurgebied in te richten.” Hij noemt een reservaat bij het Schildmeer en diverse verspreide terreinen die in het kader van twee ruilverkavelingen een moerassig aanzien kregen. Waar boeren als Spithorst en Smit tegen fulmineren, zijn voor Visser juist de verworvenheden van het beleid, dat volgens hem in deze regio betrekkelijk soepel gestalte kon krijgen door een ruim aanbod van landbouwgronden in de jaren zeventig en tachtig.

Nu staat dus een volgende fase van nog eens 2.000 hectare voor de deur. De provincie is gevraagd in 1993 met een concreet plan te komen. Dit plan zal worden voorbereid door een stuurgroep. Daarin zitten naast de provincie ook gemeenten, waterschappen, landbouworganisaties en de Groningse milieufederatie. Visser is secretaris van die stuurgroep, maar kan nog niet zeggen op welke percelen de natuur weer ruim baan zal worden gegeven: “Wij zullen zorgvuldig en met gezond verstand moeten opereren, want het gaat tenslotte om landbouwgronden die nog als zodanig in gebruik zijn. We moeten het vooral hebben van akkerbouwers die hun bedrijf beëindigen en tegelijk streven we naar een betere verkaveling voor boerenbedrijven die blijven voortbestaan.”

Vast staat dat het een dure aangelegenheid wordt. Alleen al de verwerving van de grond zal ruim veertig miljoen gulden vergen, waar de kosten van inrichting en beheer nog bovenop komen. Dit is nog maar één van de zestien over Nederland verspreide "strategische groenprojecten'. Het geld dat met de totale operatie gemoeid is moet onder andere uit een nog te stichten Groenfonds komen, een vorm van financiering die door de natuur- en milieubeweging als "boterzacht' is omschreven.

Ook het Landbouwschap heeft aanzienlijke reserves, maar van geheel andere aard. Het vreest - de oude klacht - dat natuur en landschap te hoge prioriteit krijgen ten koste van de boeren. Boeren als de gebroeders Spithorst uit Schaaphok bijvoorbeeld, die niets in de plannen zien: “Ze willen zelfs bossen gaan planten, maar die horen in het veen toch niet thuis? We zitten hier toch niet in Drenthe?”