Blackburn Rovers leeft op onder suikeroom en supporter Jack Walker; "Of we die middag verloren? Natuurlijk. We verloren altijd.'

Blackburn Rovers behoorde in 1880 tot de oprichters van de Engelse profleague, werd landskampioen in 1912 en 1914 en veroverde de FA Cup zes keer tussen 1884 en 1928. Daarna zakten de Rovers weg, zelfs tot de derde klasse. Na meer dan een halve eeuw in de schaduw staan ze weer in de Premier League bovenaan.

BLACKBURN, 17 OKT. Blackburn, gelegen in het noordwesten vlak boven Manchester, vroeg dit jaar met dertien andere gemeenten bij de kroon stadsrechten aan. Tevergeefs. The Queen honoreerde alleen het verzoek van Sunderland. “En dat terwijl ze daar niet eens een club in de hoogste klasse hebben!”, speelt voorlichtster Lindsey Macdonald verbazing. “Maar”, voegt ze er in het nieuwe gemeentehuis aan toe, “ik geeft de voorkeur aan een kampioenschap boven stadsrechten. Je krijgt pas echt status in Engeland als je de voetbaltitel wint.” Daarom zit mevrouw Macdonald zelf ook bij elke wedstrijd in stadion Ewood Park met een blauw-witte sjaal om op de tribune.

Het succes van Blackburn Rovers Football Club (opgericht in 1875) heeft een positieve effect op het leven in de provinciestad. De inwoners kunnen wel een verzetje gebruiken. De werkeloosheid in Blackburn, een voormalig katoencentrum in de wereld, is groter dan het landelijke gemiddelde: bijna elf procent. “Elke overwinning van de voetbalclub geeft de mensen zelfvertrouwen en een reden om trots te zijn”, zegt Macdonald. Volgens Terry Ibbotson, algemeen directeur van de Rovers, zorgt de club voor een enorme naamsbekendheid van de stad. “We are on the map again.” Hij merkt het aan de vreemde postzegels op de brieven die dagelijks aan de Nuttall Street worden binnengebracht. Uit de hele wereld komen verzoeken om foto's, handtekeningen en kaarten. Aan die populariteit kan de kathedraal, tot voor kort nog hét pronkstuk van Blackburn, niet tippen.

Blackburn heeft hele sombere voetbaltijden gekend. De club viel diep, speelde zelfs jaren in de derde klasse, van 1971 tot '75 en in het seizoen 1979-'80. In een pub in de buurt van het stadion barst supporter Joe bijna in tranen uit als hij over die periode praat. Hij kan zich nog één zwarte zaterdagmiddag in het voorjaar van 1979 herinneren. Blackburn Rovers stond onderaan in de tweede divisie. De man had eeuwige trouw aan zijn club gezworen en wilde dus zoals altijd een uitwedstrijd bezoeken. Hij kon echter niemand vinden om met hem mee te gaan. Uiteindelijk ging hij alleen. “Ik heb me nog nooit zo eenzaam gevoeld als die dag. Of we die middag verloren? Natuurlijk. We verloren toen altijd.”

Tegenwoordig is Joe nooit meer alleen. Hij staat elke week, uit of thuis, tussen duizenden blauw-witten. Bij elke goal vallen ze elkaar om de nek en knijpen elkaar in de armen. Ze wanen zich in een droom, 24 punten uit elf wedstrijden met als hoogtepunt een 7-1 overwinning op concurrent Norwich City. Veel voetbalfans in Blackburn juichten tot voor kort nog voor Manchester United of Liverpool en pas nu de plaatselijke club grote successen boekt gaan ze niet meer vreemd. Ook op doordeweekse dagen lopen er in het grote winkelcentrum van Blackburn mensen rond met een Rovers-pet, Rovers-sweater of Rovers-jack.

Het is voor de supporters bijna onmogelijk te zeggen wie ze als de grootste held van Ewood Park beschouwen, suikeroom Jack Walker, manager Kenny Dalglish of topscorer Alan Shearer. Vooral aanvaller Shearer, afkomstig van Southampton en in augustus voor 3,6 miljoen pond (ongeveer 10,5 miljoen gulden) voor de neuzen van de topclubs weggekaapt, blijkt razend populair. Hij speelt de sterren van de hemel en maakte in elf competitiewedstrijden twaalf doelpunten. De ouderen wijzen echter als eerste naar Jack Walker. “Zonder zijn geld had dit allemaal niet gekund.”

Natuurlijk is de 61-jarige Jack Walker dé man achter deze voetbalrevolutie. Hij stond als kleine jongen al op één van de staantribunes op Ewood Park. Walker werd schatrijk met staal. In 1990 verkocht hij zijn maatschappij voor 330 miljoen pond aan British Steel en staat nu in de top-25 van de rijkste mensen in Groot-Brittannië. Een deel van zijn fortuin besteedt hij aan zijn grote hobby: Blackburn Rovers. Walker woont zelf al lang niet meer in de stad. Om belastingtechnische redenen houdt hij al zeventien jaar domicilie in Jersey, één van de Kanaaleilanden. Daar is hij eigenaar van Jersey European Airways. Voor elke wedstrijd van de Rovers reist hij met een privévliegtuig heen en weer.

In Blackburn schilderen ze Jack Walker als een bescheiden mens af. Nog niet zo lang geleden was hij een gewone anonieme supporter. Ex-topspeler Ron Clayton, 750 wedstrijden voor Blackburn Rovers en 36 voor het nationale elftal, kent Walker weliswaar al veertig jaar, maar dat komt omdat hij twee deuren van diens broer Fred af woonde. “Ik ben niet verrast door zijn hulp aan de club. Jack is altijd een vrijgevig persoon geweest”, zegt Clayton, tegenwoordig president van de bloeiende supportersclub van de Rovers.

Walker wil ook geen voorzitter zijn. Hij is wel vice-voorzitter, maar dat is meer een eretitel. Walker komt in ieder geval één keer in de twee weken op Ewood Park. “Het grote voordeel is”, zegt algemeen directeur Ibbotson, “dat Jack Walker de club niet steunt om financiële redenen of om de eigen glorie. Hij is nog een grotere fan dan ik.”

Jack Walker is vastberaden om van Blackburn Rovers een topclub te maken. Hij wil het landskampioenschap en hij wil Europa in. Daarom gaf hij in twee jaar tijd dertien miljoen pond uit voor de aankoop van achttien spelers en haalde hij verleden jaar een topmanager, Kenny Dalglish, naar Blackburn. Dat was tot nu toe de meest verrassende transfer. Dalglish, 102-voudig Schots international, nam in februari '91, vijf dagen voordat Johan Cruijff in Barcelona met hartklachten werd opgenomen, plotseling ontslag bij Liverpool. Hij had als manager al drie titels en twee FA Cups op zak en stond op dat moment ook weer bovenaan in de league. Maar Dalglish zei de druk niet meer aan te kunnen.

Acht maanden na zijn vlucht dook Dalglish op bij Blackburn Rovers. Jack Walker betaalde Liverpool graag de afkoopsom van 1,2 miljoen gulden. Deze week was Dalglish precies een jaar in dienst. Hij heeft geen spijt van zijn terugkeer op de velden. Ewood Park is weliswaar geen stressvrije zône, maar het is er toch anders dan bij Liverpool waar elk succes als normaal wordt ervaren. Onder Dalglish bereikte Blackburn Rovers in mei voor het eerst sinds 1966 weer de hoogste klasse, zij het dat dat via de nacompetitie gebeurde nadat de ploeg slechts vijfde in de eindstand van de tweede divisie was geworden.

Nu de Rovers op het hoogste niveau zijn beland, is Jack Walker zeker nog niet uitgerammeld met zijn geldbuidel. Hij heeft in een brutale bui gezegd “de titel te zullen kopen” als de club met Kerstmis in de top staat. Voor hem is dat gewoon een kwestie van nog een paar spelers aantrekken. Ook is Walker bereid twaalf miljoen pond neer te tellen voor de bouw van een nieuw stadion. Dat is hard nodig. Blackburn Rovers heeft een stadion dat een club uit de hoogste divisie onwaardig is. Op de Walker Steel Stand na zijn de tribunes oud en vervallen. Het nieuwe stadion moet op dezelfde plaats komen. De club heeft straks wel meer ruimte tot zijn beschikking. In het afgelopen jaar werden alle arbeidershuisjes in de nabij gelegen straten opgekocht. Die staan nu leeg. In september '94 moet het stadion er staan. De capaciteit zal ongeveer 30.000 bedragen, 10.000 meer dan nu.

Op tafel in het armtierige kantoortje van algemeen directeur Terry Ibbotson ligt de tekening van de nieuwbouw. Buiten op de deur hangt een stuk papier met de mededeling dat de eerstkomende thuiswedstrijd, volgende week zaterdag tegen Manchester United, uitverkocht is. Blackburn Rovers kan de vraag naar toegangsbewijzen bij lange na niet aan. De club bracht liefst 10.500 seizoenkaarten aan de man en dat betekent dat er per duel maar 4.500 over zijn voor de vrije verkoop voor eigen supporters. De overige plaatsen, ruim 4000, zijn verplicht voor de fans van de tegenpartij gereserveerd, of ze komen of niet. Ibbotson: “We krijgen stapels brieven van mensen die ontevreden zijn omdat ze niet naar de wedstrijden kunnen. Ik kan er ook niets aan doen. Vol is vol.”

Het zijn niet de enige negatieve geluiden over Blackburn Rovers. Bij de concurrentie wordt hier en daar gemokt over het feit dat Walker met het smijten van geld de markt zou verzieken. En met name in Liverpool en omgeving zijn er mensen die Kenny Dalglish “een verrader” noemen. In Blackburn zelf kan men alleen maar ontevreden zijn over het ontbreken van een locale held in het elftal. Verdediger David May komt uit Oldham, maar dat is alweer een eind uit de buurt.

    • Hans Klippus