Amerikanen beleefden vier magere jaren onder Bush

Bijna vier jaar heeft president Bush de tijd gehad om zijn stempel te drukken op het tijdvak van 1989 tot en met 1992. Nu nadert voor hem de dag des oordeels: bij de verkiezingen van 3 november zal blijken of de Amerikanen nog eens vier jaar met hem in zee willen gaan. Wat heeft George Herbert Walker Bush er tijdens zijn eerste termijn van gemaakt? Een beknopt overzicht.

Economie

Meer dan door welke andere factor ook zullen de Amerikanen hun keuze laten bepalen door dit onderwerp. Voor de portemonnee van de burger waren de afgelopen vier jaar niet vet. Het Bruto Nationaal Produkt groeide gemiddeld met een karige 0,7 procent per jaar, beduidend minder dan onder Bush' voorgangers Jimmy Carter en Ronald Reagan, toen percentages van bijna 3 procent gewoon waren. De inkomens van de werkenden vertoonden weliswaar een iets rooskleuriger beeld - gemiddeld 1,2 procent omhoog - maar ook dit was bescheiden vergeleken met eerdere periodes.

Van Reagan, in wiens schaduw Bush acht jaar als vice-president doorbracht, erfde hij een reusachtig begrotingstekort dat als een molensteen om de nek van de Amerikaanse economie bleef hangen. Het tekort hield de rente hoog, waardoor investeringen voor bedrijven kostbaar werden. Wel bleven de inflatie en de werkloosheid relatief laag.

Door eindeloos te hameren op zijn belofte dat hij de belastingen niet zou verhogen (Read my lips, no new taxes), sloot Bush die weg om het tekort te verminderen lange tijd af. Bezuinigen op de uitgaven van de federale overheid was echter ook lastig, te meer omdat er onder de erfenis van Reagan nog een onverwachte boedelschuld te voorschijn kwam in de vorm van een groot spaarbankenschandaal. De luchthartig verstrekte kredietgaranties uit het Reagan-tijdperk kostten de schatkist miljarden dollars. De totale kosten van deze affaire worden thans geraamd op 130 miljard dollar.

Bijna twee jaar na zijn aantreden besloten Bush en het Congres, waarmee hij steeds een gespannen verhouding heeft gehad, eindelijk spijkers met koppen te slaan over de begroting. Bij de Budget Deal van oktober 1990 stemde Bush in met een geringe belastingverhoging, een stap die zijn geloofwaardigheid bij veel Amerikanen sterk aantastte. De strengere discipline die regering en parlement zichzelf oplegden bij nieuwe uitgaven was echter van groot belang. Weliswaar is het tekort nog niet merkbaar afgenomen, maar het stijgt tenminste niet langer. Niettemin tekent zich ook twee weken voor de verkiezingen nog geen economisch herstel af.

Onderwijs

De kwaliteit van het Amerikaanse onderwijs laat al jaren te wensen over. In de staat Kentucky bij voorbeeld kan een derde van de bevolking boven de 25 jaar als analfabeet worden beschouwd. Ouders moeten elk jaar duizenden, soms tienduizenden dollars neerleggen om hun kinderen op de goede particuliere scholen en universiteiten te krijgen.

Al in een vroeg stadium riep Bush zichzelf uit tot Education President. Zijn eerste stappen waren veelbelovend met het beleggen van een "onderwijs-top' in september 1989 met de gouverneurs van de Amerikaanse staten. Daarbij prees Bush in het bijzonder een zekere gouverneur Clinton van Arkansas. Via beter lager onderwijs zouden Amerikaanse jongeren tegen het jaar 2000 aan de top van de wereld moeten staan op het terrein van wiskunde en de natuurwetenschappen.

Daarna volgde er echter een lange stilte en pas na het aantreden van een nieuwe minister van onderwijs, Lamar Alexander, in het voorjaar van 1991 kwamen er nieuwe impulsen. Deze maakte zich niet alleen sterk voor nationale normen voor de leerlingen maar wilde ook ouders bescheiden financiële steun geven om hun kinderen naar particuliere scholen te sturen. Dit laatste was bedoeld om de concurrentie onder de scholen, ook de openbare, aan te wakkeren in de hoop de kwaliteit te verbeteren. Het is echter tot dusverre bij plannen gebleven en Bush heeft zich nauwelijks ingespannen om de Congresleden tot actie te manen.

Gezondheidszorg

De kosten van de gezondheidszorg stijgen in een angstaanjagend tempo: ook dit jaar weer met ruim 10 procent. In totaal besteden de Amerikanen nu 13 procent van hun BNP aan gezondheidszorg ofwel 665 miljard dollar, ook relatief gezien meer dan welk ander Westers land ook. Onaangename bijkomstigheid is nog dat zo'n 36 miljoen Amerikanen door geen enkele ziektekostenverzekering worden gedekt, hetzij omdat het bedrijf dat niet meer kan betalen, hetzij omdat ze in een mindere baan zijn terechtgekomen. Overheidsziekenhuizen dienen vaak als een bezemwagen.

De meeste deskundigen menen dat alleen de overheid de gezondheidszorg weer op orde kan brengen. Bush heeft zich echter ook op dit gebied niet onderscheiden. Zijn eigen plan, waarbij belastingaftrek een grote rol speelt, heeft hij nog steeds niet bij het Congres ingediend.

Justitie

Op dit gebied zal Bush nog jaren zijn sporen achterlaten via de benoeming van twee nieuwe conservatieve rechters in het Hooggerechtshof: David Souter en Clarence Thomas. Vooral de benoeming van die laatste verliep vorig jaar rumoerig, omdat hij in het verleden zijn medewerkster Anita Hill seksueel zou hebben geïntimideerd. De controverse deed de reputatie van de regering (en het Hof) geen goed. In hun uitspraken tonen de opperrechters zich duidelijk behoudender dan voorheen, al hebben ze bij voorbeeld nog niet het recht van de vrouw op abortus ongedaan gemaakt, zoals de uiterste rechterzijde van de Republikeinse partij verlangt.

Met veel tromgeroffel verklaarde Bush de oorlog aan de drugs, een van de klemmendste problemen in de verpauperde binnensteden. De resultaten van zijn campagne zijn gering. Juist onder zijn bewind groeide Washington uit tot de "moordhoofdstad' van de VS, wat alles te maken had met de omvangrijke drugshandel ter plaatse.

Milieu

Ook op dit terrein riep Bush zichzelf vier jaar geleden uit tot Environment President. Er is vooral door toedoen van milieuminister William Reilly één belangrijke stap gedaan, de verlenging in 1990 in aangepaste vorm van de Schone Lucht-wet. Daarbij werden strengere normen tegen chemicaliën die de ozonlaag zouden aantasten opgetreden. Voor het overige heeft Bush zich voornamelijk verzet tegen nieuwe milieuwetgeving, uit vrees dat het bedrijfsleven hiervan hinder zou ondervinden. Ook tijdens de milieutop in Rio de Janeiro toonde Bush zich niet genegen tot concessies.

Buitenlandse politiek

Dit was het gebied waarop Bush zich het meeste thuis voelde en waar elke president ook het meeste zijn eigen gang kan gaan. Voorzichtig maar bekwaam begeleidde hij het het uiteenvallen van het Sovjet-imperium en de vereniging van Duitsland. Twee keer liet hij de VS militair ingrijpen, in Panama en in de Golf. Op die eerste interventie is na aanvankelijke lof veel kritiek gekomen wegens het relatief hoge aantal burgerslachtoffers en ook bleek het land Panama na de val van generaal Manuel Antonio Noriega niet veel beter af dan daarvoor. Veel indruk maakte de behendige manier waarop Bush een veelvormige coalitie wist te smeden om Irak uit Koeweit te verdrijven. De nasleep hiervan, met het aanblijven van Saddam Hussein, was echter minder fortuinlijk voor hem. Zijn minister van buitenlandse zaken James Baker slaagde er verder in de partijen in het Midden-Oosten voor het eerst met elkaar om de tafel te krijgen bij een vredesconferentie. Concrete resultaten hiervan zijn echter vooralsnog uitgebleven.

    • Floris van Straaten