Wöltgens verbaast sociale partners met waarschuwing

DEN HAAG, 16 OKT. Werkgevers en werknemers hebben verontwaardigd en verbaasd gereageerd op de waarschuwing van PvdA-fractieleider Wöltgens, gisteren in de Tweede Kamer.

Deze stelde dat, als de sociale partners geen centraal akkoord sluiten over de lonen in 1993, de Nederlandse overlegeconomie geen reden van bestaan meer heeft.

De werkgevers- en werknemersorganisaties willen pas overleggen als het Centraal Planbureau met goed onderbouwde prognoses komt en het kabinet zijn begroting heeft aangepast. Voorzitter A. Rinnooy Kan van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen noemde vanmorgen de uitspraken van Wöltgens een “uiterst merkwaardige reactie van iemand die, overigens terecht, het primaat van de politiek verdedigt.” Zo iemand moet volgens de VNO-voorzitter “niet bleek wegtrekken als noodzakelijke maatregelen moeten worden genomen en dan zeggen dat de sociale partners het land moeten redden”. Centraal overleg maakt volgens Rinnooy Kan slechts een klein deel uit van de totale overlegeconomie.

Ook woordvoerders van de vakcentrales reageerden uiterst verbaasd. “De politiek weet na drie dagen debatteren blijkbaar niet wat te doen en nu moet een oproep aan de sociale partners de eigen onmacht camoufleren,” aldus een woordvoerder van de Federatie Nederlandse Vakbeweging.

Gisteravond aan het slot van de algemene beschouwingen nam de hele Tweede Kamer, uitgezonderd de VVD, een motie van PvdA en CDA aan waarin het kabinet werd uitgenodigd afspraken te maken met werkgevers en werknemers over loonmatiging en werkgelegenheid in 1993 en volgende jaren. De liberalen kwamen met een eigen motie waarin het kabinet werd gevraagd het overleg met de sociale partners gepaard te laten gaan met lastenverlichting.

Premier Lubbers verweet VVD-leider Bolkestein dat hij “de klassieke VVD-wens”, namelijk lastenverlichting, wil binnenhalen via een motie over werkgelegenheid. “Bespaar me uw krokodilletranen”, zo beet hij de VVD-fractievoorzitter toe.

De Tweede Kamer nam ook een motie van Groen Links aan, waarbij het kabinet wordt gevraagd om een centraal akkoord te sluiten met de sociale partners waarin de loonstijging beperkt blijft tot de inflatiecorrectie en de rest van de loonruimte wordt aangewend voor investeringen in duurzame ontwikkeling en werkgelegenheid.