Van wonderkind tot speelgoedterrorist; Paul Auster over Amerikaanse idealen

Paul Auster: Leviathan. Uitg. Faber and Faber, 245 blz. Prijs ƒ 48,70. (Amerikaanse editie: Viking, 275 blz, ƒ 29,80).

Met Moon Palace, The New York Trilogy en The Music of Chance heeft de Amerikaan Paul Auster de afgelopen jaren bewezen dat hij boeken kan schrijven die de lezer tegelijkertijd meeslepen en aan het denken zetten. Zijn kafkaeske thrillers over toeval, vrije wil en de grens tussen werkelijkheid en fantasie hebben hem in West-Europa tot een van de populairste Amerikaanse auteurs gemaakt; in Frankrijk wordt hij gevierd als een leesbare existentialist, in Nederland en Duitsland als een modernist die de spannende intrige niet schuwt. In zijn geboorteland daarentegen is Auster niet meer dan een cultfiguur: de 45-jarige Newyorker wordt daar gezien als een nonconformist die zich verre houdt van de realistische traditie, als een schrijver van on-Amerikaanse boeken.

Misschien dat Austers nieuwe boek de Amerikanen beter zal bevallen. Het bevat onvermijdelijk een aantal bekende Auster-elementen: hyperintelligente personages balanceren op de rand van de waanzin, het toeval stuwt de plot voort, raadsels worden stukje bij beetje opgehelderd, en de verteller houdt de spanning er in door de lezer van tijd tot tijd op het verkeerde been te zetten. Toch is Leviathan veel "Amerikaanser' dan Austers vorige romans. Het is de geschiedenis van een hechte mannenvriendschap en gaat over de verwording van oude Amerikaanse idealen als vrijheid, individualisme en rechtvaardigheid. Daarbij komt dat het verhaal zich niet in willekeurig welke plaats of tijd zou kunnen afspelen, zoals Moon Palace of The Music of Chance. Leviathan beschrijft de periode van Watergate tot Bush en is herkenbaar gesitueerd in het New York van de jaren zeventig en tachtig.

Hoofdpersoon van Leviathan is de even briljante als libertaire Benjamin Sachs. Aan het begin van de jaren zeventig maakt hij furore met The New Colossus, een quasi-historische roman over de tijd dat het Vrijheidsbeeld opgericht werd en Amerika definitief zijn onschuld verloor. Sachs' debuut wordt geprezen als een imposante literaire flipperkast, waarin de lezer van Ellis Island naar Chicago naar Wounded Knee schiet en onderweg wordt voorgesteld aan Buffalo Bill, Walt Whitman, Huckleberry Finn (ouder, maar nog steeds een zwerver), en de naar Amerika geëmigreerde hoofdpersoon uit Dostojevski's Misdaad en straf.

Schrijfcrisis

Na het succes van The New Colossus gaat het met Sachs bergafwaarts. Zijn tweede boek, Leviathan (genoemd naar Hobbes' symbool voor de almachtige staat), komt slecht van de grond en hij raakt van een schrijfcrisis in een identiteitscrisis. Na een spectaculaire verdwijning duikt hij op als terrorist - een beminnelijk terrorist, dat wel: als protest tegen de verloedering van Amerika blaast hij in alle staten replica's van het Vrijheidsbeeld op. Een paar jaar lang is "The Phantom of Liberty', zoals Sachs zichzelf noemt, ongrijpbaar. Dan maakt hij een fout en blaast hij zichzelf op in Wisconsin.

Sachs' ontwikkeling van literair wonderkind tot speelgoedterrorist wordt beschreven door zijn beste vriend Peter Aaron. Hun levens blijken op tal van manieren verbonden, zelfs al voordat ze elkaar op een mislukte literaire salon ontmoeten; en ook daarna heeft iedere stap die de een doet, consequenties voor de ander. Het toeval kent in Leviathan geen grenzen, want zoals Aaron zelf enigszins gratuit schrijft: "alles hangt met alles samen, ieder verhaal overlapt met ieder ander verhaal.'

Toch is het juist de overstelpende dosis Toeval & Onwaarschijnlijkheid die Leviathan tot een minder overtuigend boek maakt dan je zou willen. Natuurlijk, Aaron/Auster heeft gelijk als hij zegt dat de werkelijkheid altijd onvoorspelbaarder is dan de wildste verzinsels. En inderdaad: "Anything can happen. And one way or another it always does'. Maar te veel toeval maakt een verhaal onbetekenend en soms zelfs saai.

Zo kan het gebeuren dat de nieuwe roman van Paul Auster een beetje tegenvalt. Leviathan bevat tal van verrassende, ontroerende en prachtig geschreven passages, die herinneren aan het beste van The New York Trilogy. Maar een meesterwerk, zoals je dat zou verwachten van de origineelste Amerikaanse schrijver van dit moment, is het niet. Misschien moet Auster voor een volgend boek de synopsis van The New Colossus maar eens uitwerken. Die spreekt meer tot de verbeelding dan het levensverhaal van Benjamin Sachs.

    • Pieter Steinz