Slovenië en Kroatië ruziën; Relatie bepaald door eigenbelang en wantrouwen

LJUBLJANA, 15 OKT. “Ik heb het gevoel dat de oude tijden weer zijn teruggekeerd - de tijd dat we nog als Joegoslavische deelrepublieken gezamenlijk een strategie zochten en vonden tegen het Servische centralisme”.

Met deze optimistische mededeling verraste de Sloveense president Milan Kucan journalisten deze week na zijn ontmoeting met zijn Kroatische ambtgenoot Franjo Tudjman in Ljubljana. Een verrassing omdat de Sloveens-Kroatische verhoudingen de afgelopen weken een dieptepunt bereikten. De buurstaten ruziën over alles waarover zij van mening kunnen verschillen. Met de "goede oude tijden' verwijst Kucan naar het pact dat hij december 1990 met Tudjman sloot en waarin overeengekomen werd elkaar politiek en militair te steunen in de strijd voor onafhankelijkheid. Toen kon de liefde voor elkaar niet op en overlegden de beide presidenten, per telefoon en fax, dagelijks met elkaar.

De "nauwe vriendschappelijke banden' bekoelden echter al snel nadat de beide republieken zich op 25 juni van het vorig jaar onafhankelijk verklaarden. Op 28 juni kwam de klad in de relatie toen tanks van het Joegoslavische leger vanuit Zagreb oprukten naar Slovenië waar het leger het vliegveld van Ljubljana en verschillende grensposten bezet had. Had Tudjman niet verzekerd dat in geval van een militaire interventie in Slovenië er “geen soldaat en geen tank” van Kroatië naar Slovenië zou gaan, zo vroeg men zich in Ljubljana af. Het Sloveense parlement betichtte begin juli de Kroatische leiders dan ook van verraad en lafheid.

Het is daarna niet meer goed gekomen. Later in 1991 verzetten de Kroaten zich fel tegen de aftocht van het leger uit Slovenië, uit angst dat die troepen ingezet zouden worden in Kroatië. Nu nog wordt in Zagreb het vertrek van het Joegoslavische leger gezien als een onderdeel van een geheim Sloveens-Servisch pakt tegen Kroatië.

Kucan en Tudjman telefoneren al lang niet meer met elkaar. Ook op de Joegoslavische vredesconferentie in Den Haag was men het niet met elkaar eens. Streefde Tudjman naar een gelijktijdige erkenning van Slovenië en Kroatië, Kucan vroeg de EG niet met de erkenning van Slovenië te wachten tot de gevechten in Kroatië beëindigd waren. In mei van dit jaar leek er enige verbetering te komen in de verhoudingen toen de premiers een handelsakkoord ondertekenden. Maar terwijl het Sloveense parlement het kort daarna ratificeerde, weigerde het Kroatische parlement zijn goedkeuring te geven omdat Slovenië “het door de oorlog verzwakte Kroatië zijn wil wil opleggen”. De Kroaten lijken zich bedreigd te voelen door het economisch succes van hun buren. De Slovenen zijn erin geslaagd de inflatie tot 1,6 procent per maand terug te dringen, in Kroatië bedraagt die 25 procent per maand.

Er zijn ook andere geschillen. Hoewel Kucan en Tudjman vorig jaar plechtig verklaarden dat er geen grensgeschillen zijn, lopen de ruzies over de grens nu hoog op. De problemen bestaan uit een heuvel aan de grens waar militaire verbindingsapparatuur staat opgesteld die vorig jaar door het federale leger aan de Slovenen werd overgedragen - Kroatië eist de heuvel en de apparatuur op -, uit een parochie van een paar duizend zielen aan de grens waar het bisdom van Zagreb de baas speelt, en uit de Sloveense wens een vrije uitgang naar de Adriatische Zee te krijgen.

Die problemen zijn nog niet opgelost en het optimisme van Kucan lijkt dan ook voorlopig een vrome wens. Wantrouwen en eigenbelang zullen voorlopig de factoren blijven die de Sloveens-Kroatische verhoudingen bepalen. Waarbij de barometer meestal storm zal voorspellen zonder dat men elkaar echt slaags raakt. En dat laatste is al heel wat op de Balkan.

    • Theo Engelen