Plan-Lubbers stuit op forse problemen; Gebrekkige regels belemmeren Westerse investeringen in Oosteuropese olie

AMSTERDAM, 16 OKT. Het plan-Lubbers voor een nauwe samenwerking met Oost-Europa op energiegebied loopt forse vertraging op door tegenstellingen tussen de partnerlanden en een gebrek aan goede wetgeving in de Russische republiek.

Dit bleek gisteren op een congres in Amsterdam, georganiseerd door Euroforum.

Weliswaar is eind vorig jaar het Energie Handvest door de 50 landen die aan het plan-Lubbers willen meewerken plechtig in de Haagse Ridderzaal ondertekend, maar het internationale verdrag met bindende juridische verplichtingen dat dit Handvest handen en voeten moet geven, zal nog vele maanden onderhandelingen vergen.

Aanvankelijk was het de bedoeling dat dit "Basic agreement' al vóór de zomer klaar zou zijn. Bij de onderhandelingen is wel belangrijke voortgang geboekt, maar het verdrag zal niet eerder dan in de loop van volgend jaar worden afgerond.

Premier Lubbers presenteerde in juni 1990 zijn eerste memorandum over energie-samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de toenmalige Sovjet-Unie aan de Europese top van staats- en regeringsleiders in Dublin. Hij beoogt met zijn plan een politiek en juridisch kader te bieden voor technische hulp en omvangrijke particuliere Westerse investeringen in Midden- en Oost-Europa om de energiewinning te verbeteren, energiebesparing en milieubescherming te bevorderen en de kerncentrales beter te beveiligen.

In ruil voor hun investeringen in het Oosten zouden Westerse energiemaatschappijen langdurige contracten voor de levering van olie, aardgas en kolen aan het Westen moeten krijgen. Met de extra deviezeninkomsten zouden de Oosteuropese economieën worden versterkt.

Nog steeds spitsen de moeilijkheden zich toe op het proces van markthervorming in Oost-Europa. Dr. A.V. Tsimailo, vice-president van de MOST-bank in Moskou en adviseur van de Russische minister van energie, zei gisteren dat de regulering en de tarieven die in zijn land berekend worden voor energie, sterk wisselen. “Wat vandaag wordt afgekondigd, kan morgen weer compleet veranderd zijn in het tegenovergestelde. Die instabiliteit is nog erger dan het gebrek aan goede wetgeving. Dat is de belangrijkste belemmering voor buitenlandse investeringen.”

Ook meningsverschillen over de internationale liberalisering van de handel, bescherming van investeringen tegen politieke risico's en de positie van oliemaatschappijen vertragen het plan-Lubbers. Drs. L. Knegt, plaatsvervangend directeur-generaal voor energie van het ministerie van economische zaken, noemde het plan-Lubbers “springlevend” en “de noodzaak om er mee door te gaan groeit alleen maar”, vond hij. Maar Knegt gaf toe dat onderhandelen met vijftig landen “die allemaal een verschillend belang nastreven, zeer moeilijk is” en dat daarmee veel meer tijd is gemoeid.

Noorwegen, partnerland bij het Energie Handvest, wil bijvoorbeeld zijn olie-en gasindustrie in eigen land kunnen bevoordelen boven buitenlandse maatschappijen. Voor de Russische oliebedrijven moet ook een bevoorrechte positie mogelijk blijven, zei de Leidse hoogleraar Energierecht dr. P. Cameron ons in een toelichting. Cameron pleit voor een overgangsperiode in het plan-Lubbers om dat mogelijk te maken, omdat de Russische bedrijven veel minder efficiënt zijn dan Westerse maatschappijen en bij gelijke voorwaarden snel weggeconcurreerd worden. “Dan verliezen veel Russen hun baan en daar is het land zeker niet mee gediend”, aldus Cameron.

Dr. H. Mulder, vice-president van ABN-Amro vond dat het plan-Lubbers zijn "momentum' heeft verloren en hij pleitte sterk voor een regeling van de EG en de Europese lidstaten om Westerse investeringen in Oost-Europa tegen politieke risico's te berschermen. Een begin zou volgens Mulder gemaakt moeten worden met voorbeeldprojecten om de Russische samenleving het nut van het plan-Lubbers te laten inzien.

Bij een goede garantieregeling of een blijvende betrokkenheid van een overheid bij een project behoeft de financiering geen probleem te zijn, aldus de bankier. Energiebesparingsprojecten bijvoorbeeld, verdienen zichzelf terug door de reserves aan energie die niet worden verspild of verbruikt. “Maar waarom zouden wij het financieringsrisico nemen als de Nederlandse Credietverzekerings Maatschappij dat niet doet”, vroeg hij zich af. Volgens Mulder moet er een nieuwe vorm van verzekering worden gecreëerd, die niet uitgaat van het belang van export door Nederland of andere Westerse landen, maar van het belang om iets in Oost-Europa te bewerkstelligen.