Nu ik dood ben, zing ik lieflijk; De biografie van een viool

Kees van Hage: Verstreken jaren. Uitg. De Bezige Bij, 305 blz. Prijs ƒ 35,-

In de film The Yellow Rolls uit 1964 is de hoofdrol niet weggelegd voor Jeanne Moreau, Omar Sharif of Ingrid Bergman - die wel meespelen - maar voor een auto. Het levenloze object krijgt gaandeweg een karakter, door de manier waarop de opeenvolgende eigenaren zich aan de kostbare wagen hechten. De gele Rolls geeft hun leven kleur en status.

Eenzelfde rol speelt een viool in Verstreken jaren, de debuutroman van trombonist Kees van Hage. Het lijkt alsof de viool, een instrument dat sowieso al tot de verbeelding spreekt, een eigen leven leidt. Het instrument geeft extra glans aan het spel van zijn verschillende eigenaren. Componisten als Schumann, Mendelssohn en Johannes Verhulst spelen een bijrol in het verhaal.

De geschiedenis van de viool is beschreven in zeven hoofdstukken, die telkens 25 jaar later spelen. Ieder hoofdstuk vormt een afgerond en boeiend verhaal, met vaak een onverwachte draai aan het eind. De viool, die nooit een te nadrukkelijke rol speelt, sluit de zeven motieven aaneen tot een grote lijn.

"Toen ik leefde, zweeg ik. Nu ik dood ben, zing ik lieflijk,' schrijft vioolbouwer Adam Stark in 1840 in de klankkast van de viool die hij als zijn laatste meesterwerk beschouwt. Honderdvijftig jaar later leest een ver familielid deze versregels als hij het instrument ter reparatie heeft in zijn werkplaats, in hetzelfde Saksische Markneukirchen waar de viool werd gebouwd. In de tussenliggende tijd is de "Stark' bespeeld door violisten in Duitsland en Nederland.

De biografie van de Stark-viool is verzonnen. Toch lijkt het verhaal waar gebeurd, door de historische achtergrond waarin het zich afspeelt. De tijd van Thorbecke, Domela Nieuwenhuis, de Eerste en Tweede Wereldoorlog en het nieuwe Duitsland direct na de val van de Berlijnse Muur zijn subtiel vervlochten in het boek. Verstreken jaren is een originele historische roman; er zijn veel verwijzingen naar de muzikale actualiteit in de verschillende periodes. Zo lees je hoe Verhulst zich verzette tegen nieuwe componisten als Liszt en Wagner; een verzet dat er toe leidde dat hij in 1865 door Thorbecke gepasseerd wordt als directeur van de Koninklijke Muziekschool in Den Haag.

Soms voert Kees van Hage de muzikaliteit van zijn roman te ver door. Zo lardeert hij zijn verhaal met muzikale woordspelingen, die af en toe doeltreffend, maar vaak ook overdreven klinken. Als een vioolbouwer spreekt van "een dossier dikker dan de klankkast van een contrabas', kan ik me daar wel een voorstelling van maken. Maar "Ik voelde me net een viool met te strak gespannen besnaring' of "de enkel die eruitzag als de kam met de snaren van een viool, verborgen onder een lap', vind ik vergezocht.

Anders dan de film The Yellow Rolls Royce, is Verstreken jaren geen komedie. Integendeel, de personages zijn serieuze mensen. De een richt zich met alle energie op vioolbouw als "een loffelijke kunst', een ander op een vioolconcert in "verstaanbare muzikale taal', een socialistische maatschappij of juist op de verdediging van het kapitalisme. Relaties met anderen lijken voor hen niet van belang. Het boek had daardoor afstandelijk en kil kunnen worden. Maar dat gebeurt niet. Het gebrek aan menselijk samenspel wordt gecompenseerd door de passie voor grootse idealen, en natuurlijk voor de viool. Verstreken jaren is daardoor meer dan een originele biografie; de knap gecomponeerde roman is virtuoos en meeslepend tot en met de finale.