Nederlandse schilders op gespannen voet met de gemberpot

Tentoonstelling: De mensen en de dingen - het hedendaags stilleven in de beeldende kunst. Gemeentemuseum Roermond, Andersonweg 4, Roermond. T/m 1 nov. Di t/m vr 11-17 u. Za en zo 14-17 u. Catalogus ƒ 3,-

De groene gemberpot is verdwenen uit de schilderkunst. Hij hoorde thuis op een Perzisch tapijtje tussen tinnen borden, geëmailleerde kannen en pauweveren en fungeerde vaak als vaas voor judaspenningen of oranje slaapmutsjes. Dit populaire Chinese stenen potje stond misschien wel het langst bovenaan de lijst van meest geschilderde voorwerpen. Geen schilder die er nu nog iets in ziet. Eigenlijk zit al lang de klad in het stilleven, meer nog dan in de andere klassieke genres. Alleen outsiders als Morandi of, om dicht bij huis te blijven, Klaas Gubbels hebben zich nog met het stilleven ingelaten. De pogingen van de roemruchte After Naturegroep - rondom schilders als Klashorst, Domburg, Van Hall - om het portret, landschap en stilleven weer bij de hedendaagse kunst te betrekken, lijken te zijn gestrand. Klashorst kondigde onlangs aan weer abstract te gaan werken.

De samenstellers van de reizende tentoonstelling De mensen en de dingen, met als ondertitel "het hedendaags stilleven in de beeldende kunst', constateren echter een hernieuwde belangstelling in de afgelopen jaren voor de klassieke schildersgenres. De tentoonstelling is onderdeel van een educatief project georganiseerd door het LOKV (Landelijk Ondersteuningsinstituut voor Kunstzinnige Vorming), het Gemeentemuseum Roermond en het Rijksmuseum Twenthe. Met werk van twintig Nederlandse kunstenaars, onder wie Erik Andriesse, René Daniëls, Ger van Elk, Jan Roeland, Alexander Schabracq en de eerder genoemde Domburg en Van Hall, is een bescheiden tentoonstelling ingericht. Strikt genomen hangen er op een enkele uitzondering na geen stillevens op de tentoonstelling. De samenstellers nemen het niet zo nauw met de algemene definitie van een stilleven, "een schilderstuk van een groepering levenloze voorwerpen die de kunstenaar als model heeft gebruikt'. Ze zijn er al mee tevreden als een kunstenaar elementen uit het klassieke stilleven verwerkt. Dat verklaart ook de verscheidenheid van de exposanten. De deelnemende kunstenaars - merkwaardig genoeg ontbreekt Klaas Gubbels - zijn vertegenwoordigd met schilderijen die niet afwijken van de kunstwerken die zij doorgaans tonen en die nu niet direct als stillevens bekend staan: een mooi doek met een abstractie van een plant in een pot van Jan Roeland, een vlinderstrikschilderij van René Daniëls, een schilderij met dierenschedels van Erik Andriesse, een fotowerk van Ger van Elk (toepasselijk wegens het commentaar dat Van Elk hierin levert op de zeventiende-eeuwse stillevenschilder Willem Kalf), een assemblage van kitschvoorwerpen van Alexander Schabracq, een foto van Lon Robbé van een stoel en een glas water die beide even groot zijn afgebeeld en een grote hoeveelheid droogbloemen en potjes en vazen van de Rotterdamse kunstenaar-bloemist Geer Pouls. De Dingen van Toon Teeken is een mooi schilderij dat zeker op de tentoonstelling thuishoort. Het toont een fles, een schaal en enkele voorwerpen van onbestemd karakter waaronder een vorm die het midden houdt tussen een knoflookpers en nietmachine.

Het lijkt me onwaarschijnlijk dat bovengenoemde kunstenaars bewust voor het stilleven hebben gekozen. Van een hernieuwde belangstelling voor de klassieke genres is, uitgezonderd de twee After Nature schilders Domburg en Van Hall, dan ook geen sprake. De ironie die spreekt uit Domburgs schilderij van een pot bloemen en een elektrische kaarsenlamp en uit Van Halls doek van een bosje irissen op een Perzisch tapijt, geeft aan dat de kunstenaar van vandaag op gespannen voet leeft met de dingen. Voorlopig is het slecht weer voor gemberpotjes.

    • Mark Peeters