Mölleman ziet Duitse stagnatie

FRANKFURT, 16 OKT. De economische groei in de vroegere DDR zal dit jaar slechts 2,5 à vijf procent bedragen, minder dan de helft van wat tot nu toe werd aangenomen. Dit heeft de Duitse minister van economische zaken, Jürgen Möllemann, vanmorgen verklaard in Frankfurt.

Ook over de economische ontwikkeling in het westen van Duitsland was de minister somber.

“De waarschuwingslichten voor de economische en sociale ontwikkeling in Duitsland zijn niet meer te overzien”, aldus Möllemann. Hij stelde vast dat in het oosten de kloof tussen de lonen en de produktiviteit groeit en dat de particuliere investeringen nog steeds onvoldoende zijn.

Volgens Möllemann is het absoluut noodzakelijk het loonbeleid te herzien. De doelstelling om de lonen in het oosten met grote stappen op het niveau in het westen te brengen, heeft geleid tot een gat tussen lonen en produktiviteit van 64 procent. Om weer meer investeringen aan te trekken moeten de reële loonstijgingen tijdelijk achterblijven bij de ontwikkeling van de produktiviteit, aldus de minister. De Duitse vakbeweging is in beginsel bereid tot loonmatiging, maar weigert pertinent om afgesloten CAO's, vooral in Oost-Duitsland, alsnog te laten openbreken. Ondanks deze bezwaren heeft Möllemann zoiets eerder deze week niet alleen voor Oost- maar ook voor Westduitse CAO's verlangd.

In het westen van Duitsland moet volgens Möllemann rekening worden gehouden met een verdere vermindering van de economische groei in 1993. Nadat er in het tweede kwartaal van dit jaar al een vermindering van het bruto binnenlands produkt was geregistreerd van 0,5 procent, wijzen de economische indictoren op toenemende economische zwakte, zo zei de minister. “De economie tendeert naar stagnatie.”

De minister wees erop dat een verdere verzwakking in West-Duitsland de basis zal aantasten voor de omvangrijke geldoverdracht naar de vroegere DDR. (KRF)