Ieder zijn eigen streepjescode

Immanuel Kant hield stipt vast aan het tijdsmoment waarop hij zijn dagelijkse wandeling door Koningsbergen begon.

Misschien volgde hij dagelijks ook rigoureus dezelfde route. De stad dankt een deel van haar bekendheid aan de mogelijkheid tot wandelen, die zij bood. Nu kan men natuurlijk zeggen dat men in elke plaats wel kan wandelen, behalve wanneer haar stratenplan uitsluitend bestaat uit snelwegen, waarop het wandelen verboden is. Maar men kan niet van elke plaats zeggen dat het wandelen leidt tot een intellectueel probleem, dat gaandeweg zelfs het karakter krijgt van een mathematische puzzel. Dat is met Koningsbergen wel het geval geweest.

De stad telde in de achttiende eeuw twee eilandjes en zeven bruggen, die op een karakteristieke manier de onderlinge oeververbinding vormden. De vraag die de inwoners bezighield, was of het mogelijk zou zijn om beginnend op een willekeurig punt de stad te doorkruisen met oversteken van elke brug, zonder één brug tweemaal te gebruiken. Men maakte daar zelfs schema's van. Ten slotte werd de vraag voorgelegd aan de beroemde Zwitserse wiskundige Euler, die 1756 bewees dat zo'n wandeling onmogelijk was.

Immanuel Kant was toen nog een jongetje van twaalf. Voor hem was het probleem dus al opgelost voordat hij als volwassen denker verstrooiing zocht in een dagelijks ommetje. Euler loste het probleem op met behulp van de wiskundige grafentheorie, die zich heel goed laat afbeelden als een tracé van verbindingslijnen tussen punten. Het bewijs dat Euler leverde kan zo ook aanschouwelijk gemaakt worden. Kant kan dus nooit de wandeling gemaakt hebben die zijn plaatsgenoten als vraagstuk obsedeerde. Maar hoe liep hij dan wel? Voor elke filosoof - maar eigenlijk voor ons allemaal - is een karakteristieke routebeschrijving te geven, die betrekking kan hebben op het totaal aan verplaatsingen gedurende een heel leven of op een typerende beweging, die een dagelijkse gewoonte uitdrukt.

Aristoteles, die het wandelen heeft uitgevonden, doorliep, als peripateticus, weer een heel ander tracé dan Kant. Ik vermoed dat Aristoteles voornamelijk rondjes liep. Sartre liep niet verder dan Les Deux Magots. Dat is niet meer dan een dikke kras op de plattegrond van Parijs. Het leven van R.N. Roland Holst moet afgebeeld worden op de kaart van de Nederlandse duinen aan de hand van zijn Overpeinzingen van een bramenzoeker. En een portret van Hitler hoeft niet meer te bevatten dan een aantal karakteristieke strepen op de plattegrond van zijn kanselarij, die hij als teppichfresser eindeloos heeft doorkruist. Zo kan ieders leven afgebeeld worden als een gemarkeerde landkaart of plattegrond.

Het idee is een keer uitgevoerd door Morgan O'Hara. Je kon bij haar je portret bestellen, maar je werd steevast afgebeeld als route. Je kon natuurlijk wel kiezen of je afgebeeld wilde worden op de wereldkaart of op de plattegrond van je huis. Een dwangneuroticus kan zich het beste op de laatst genoemde wijze laten afbeelden. Het telkens maar weer teruglopen naar de keuken om te kijken of het gasfornuis uit is, levert een portret op van een ongekende verfijning. In menig opzicht zijn die portretten van Morgan O'Hara frappant. Ze geven weer hoe iemand zich in de loop der jaren van punt tot punt in zijn wereld heeft verplaatst. Het zijn in zoverre realistische portretten omdat ze naar waarheid weergeven wat iemand beweegt en doet bewegen. Het aardige is dat de geportretteerde niet stil hoeft te zitten, maar zich juist moet verplaatsen. De portretten zijn in traditionele zin niet realistisch omdat ze niet lijken. Slechts bij toeval kunnen de krassen en strepen op de kaart overeenkomen met een patroon van kraaiepoten. Maar ze moeten karakteristiek zijn omdat niemand dezelfde routes doorloopt als een willekeurige ander. Voor deze op de kaart geprojecteerde portretten geldt natuurlijk zoals voor elk portret dat ze slechts een momentopname zijn. Maar in principe bevat het streepjesportret meer historische informatie, omdat men er uit af zou kunnen lezen waarheen de eerste tocht leidde en welke bestemmingen daarop volgden. Men kan beginnen met een aanduiding op de plattegrond hoe een baby zijn box onderzoekt en een paar jaar later aangeven langs welke weg hij zijn crèche bereikte. Van iedereen is zo'n portret te geven ongeacht de omvang van zijn ruimtelijke beleving. Sommige mensen zien zich in hun grootheidswaan het liefst afgebeeld als het vluchtennet van een luchtvaartmaatschappij of de lijndiensten van een scheepvaartmaatschappij, zoals op de wereldkaart weergegeven. Maar voor die ijdelheid zal moeten worden betaald. In tegenstelling tot de klassieke portretten hebben deze afbeeldingen een open toekomst. Het portret is principieel aanvulbaar met nieuwe trektochten en uitstapjes en het kan passend eindigen met de laatste gang naar het graf. Men kan uit deze weergave de typische ambities, avontuurlijkheid en geborneerdheden aflezen die iemands leven hebben gevuld. Men kan als geportretteerde de wens ontwikkelen een reis te maken met geen ander doelmerk dan het aanbrengen van een simpele lijn die meer of minder symmetrie in het portret brengt. Het resultaat lijkt op een vingerafdruk door zijn uniek karakter maar het wijkt er vanaf door de mogelijkheid tot elaboratie. Dat zou de recherche nog voor aparte problemen stellen.

Men kan uitvoerig speculeren over de mogelijkheden die deze portretkunst biedt om meer van de natuur en cultuur in kaart te brengen. Een muis ziet het huis weer heel anders dan zijn menselijke bewoners en verplaatst zich het liefst bescheiden langs de muur. Men zou van zijn beslommeringen een schokkend portret kunnen maken. En de fysica komt ineens dichter bij de schilderkunst te staan als men beseft dat de baan van het elektron eigenlijk een heel zielig portret van het elektron is.

Bedenk ook dat een portret van nachtelijke routes nog heel onthullend kan zijn. Waar leidt in vredesnaam dat vaak doorlopen streepje naar toe. De beeldende kunst kan zo nog krachtig bijdragen aan de diepgang van de echtelijke conversatie.

De weergave van onze levensloop lijkt op een spinneweb. Zoveel is nu wel duidelijk. Niet zozeer omdat een spin een spoor nalaat van haar ruimtelijke activiteiten dat aangeeft hoe het perfecte luchtvaartnet er uit zou moeten zien. Dat zou het ideale mensbeeld kunnen zijn. Maar de portretten die wij kennen lijken eerder op de prestatie van een spin, die in haar natuurlijke gave wordt belemmerd omdat zij is ingespoten met een giftige stof die haar volkomen in de war brengt. Ons bewegingsportret lijkt op het web van een volstrekt schizofrene spin. Maar dat is ook kenmerkend voor onze bewegingsvrijheid, die zich uit in tobberige herhaling en reislustige erupties.

    • Jaap van Heerden