Heet

Ik koop er een pond van, dacht ik gulzig wijzend naar vruchten die op kleine oranje paprika's leken. “Wil jij die hete adjoema pepers hebben?” vraagt meneer Henri van Tropica Sranang, “ik waarschuw je, het is echt heel heet.” Hij knikt mij vaderlijk toe, streelt zijn witte ringbaard. “Probeer er maar één, heel erg voorzichtig zijn hoor!” Een beetje in mijn wiek geschoten reken ik ook soi-sam en groene bananen af, alles voor de bravoesoep. Alsof ik niet weet wat heet is. Voor van die kleine rode, gedroogde pepers moet je oppassen bijvoorbeeld. Daar heb ik leergeld mee betaald toen ik op mijn achttiende, vers het ouderlijk huis ontvloden, aan een vriendje en zijn medestudenten op de flat beloofde macaroni te koken. Roekeloos deed ik mijn belofte. Ik kon niet koken. Mijn moeder kookte altijd, en als mijn moeder er niet was, als ik met mijn vader alleen was kocht hij een blik nasi, Susie Wang heette het. “Lekker hè”, gniffelde hij, “lekker nasi.” Hij bakte er kroepoek bij, de kroepoek mislukte altijd. Taai en vet. Maar ik genoot ervan. Mijn vader deed dingen die mijn moeder zou afkeuren, dat vond ik geweldig, ik adoreerde mijn ongehoorzame vader. Stiekem iets doen wat verboden was, en toch elkaar kussen bij het weerzien. “Niks zeggen tegen mammie”, hitste hij mij op. Ze lagen vast en zeker later te kronkelen van de lach in bed wanneer mijn vader vertelde hoe grappig het geweest was mij in een zogenaamd complot te betrekken. En als mijn vader geen nasi opwarmde aten we niks. Ik was een mager kind, en daar kwam het van.

Ik besloot de macaroni een beetje heet te maken, net als de nasi geweest was. Ik schudde een doorzichtig zakje gedroogde Spaanse pepers leeg over de saus en roerde ze onzichtbaar. Toen we aan tafel zaten voltrok zich het drama. Al die grote jongens huilden en tierden. Omdat we weinig geld te besteden hadden besloten we de macaroni om te spoelen onder de kraan en de pepers er uit te vissen. We aten daarna alles op. Die ene onschuldig uitziende vlezige Surinaamse peper heeft mij toch de das omgedaan. Ondanks mijn verleden. Ik sneed de helft door de soep. Toen ik aan tafel zat met mijn volwassen zoons werd er gehuild en getierd. Zelfs uren later, in bed, gloeiden mijn handen nog van het peper snijden. Ik sliep kuis, met mijn handen boven het dek in de koelte van de nacht.