Groninger krijgt meer politieke invloed; Via "stadsgesprekken' kunnen Groningers hun stem laten horen

GRONINGEN, 16 OKT. De burger in de stad Groningen krijgt de komende jaren, ook buiten het stemhokje, meer en directere invloed op de politieke besluitvorming. Via referenda, stadsgesprekken op de lokale televisie, stadhuislezingen, enquêtes en bewonersorganisaties kan de Groninger zijn stem laten horen. Op deze manier hoopt het college van B en W de tanende belangstelling voor "de politiek' een halt toe te roepen.

De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1990 was in Groningen laag: 59,6 procent. Om de mening van de Groningers over de politiek te peilen hield de Rijksuniversiteit een enquête. Wethouder H. Pijlman (bestuurlijke vernieuwing, onderwijs) noemt het interessant dat uit deze enquête blijkt dat de inwoners van Groningen de gemeentelijke dienstverlening waarderen, maar tegelijkertijd menen dat het gemeentebestuur weinig of geen rekening houdt met de wensen van de bevolking. “Men ziet het verband niet tussen de gemeentelijke organisatie en het bestuur”, zegt Pijlman.

Hij constateert dat “veel mensen absoluut niet weten hoe de democratie in elkaar zit”. “Twee weken geleden tijdens een gemeentedag bleek dat velen het verschil niet wisten tussen een ambtenaar en een raadslid.” Het stemt Pijlman somber: “Kennis van de politiek is weggezakt. Door de voortgaande individualisering heeft het algemeen belang niet de eerste prioriteit.”

Niet alleen de burgers, ook de politici zijn debet aan de gapende kloof die tussen beide groepen bestaat, meent de Groningse wethouder. “Als raad praat je vaak voor lege tribunes. We houden lange, ambtelijke verhalen om elkaar te overtuigen. Maar van een dialoog met de bevolking is geen sprake.” Hij noemt het "mal' dat een aantal Groninger raadsleden onlangs nerveus op bezoek ging in een stadswijk. De confrontatie met de kiezer zou vaker moeten worden aangegaan, aldus Pijlman.

Groningen heeft een naam als stad van bestuurlijke vernieuwing. In februari konden alle inwoners zich door middel van een enquête uitspreken over hun favoriete ontwerp voor de herinrichting van de Waagstraat. Hoewel een commissie van deskundigen de voorkeur gaf aan een ontwerp van architect Gunanr Daan, kozen 6000 Groningers massaal voor een plan van Adolfo Natalini. De komende maanden worden middenstanders, buurtbewoners en belangenorganisaties geraadpleegd over een plan de auto verder terug te dringen uit de binnenstad.

Het college van B en W van de Martinistad presenteerde woensdag een plan van aanpak dat de interesse van de burgers in de politiek moet vergroten door hen meer zeggenschap te geven. Volgens Pijlman is het voor het verkrijgen van een politiek draagvlak nodig dat de stadsbestuurders duidelijk maken waarom bepaalde maatregelen worden genomen en wat de afwegingen waren die eraan vooraf gingen. Zowel de positie van het college ten opzichte van de raad als die van het college en de raad ten opzichte van de burger worden aangepakt. Opvallend is het voorstel om bewonersorganisaties de mogelijkheid te geven punten in te brengen voor de agenda van een raadsvergadering. “Nu kunnen burgers of organisaties inspreken bij raadscommissies. Straks kunnen ze ook deelnemen aan de discussie met politici.”

Verder wordt voorgesteld in het dorp Hoogkerk (gemeente Groningen) bij wijze van experiment de Vereniging Wijkopbouw Hoogkerk - waarvan bijna alle 5000 inwoners lid zijn - te laten bepalen hoe het gemeentelijk budget van 2 miljoen gulden voor infrastructuur wordt besteed. Het oude gemeentehuis van het dorp wordt ingericht als informatiepunt. Het college wil een soortgelijk experiment in de nieuwbouwwijk Vinkhuizen. “We willen kijken of je dezelfde afspraken kunt maken in een wijk waar de anonimiteit groot is”, zegt Pijlman.

Ook de raad krijgt meer invloed. Om het politieke debat te verlevendigen kan de raad zich voortaan uitspreken voordat een "voorgebakken' collegevoorstel op tafel ligt. Verder wordt in het plan van aanpak gepleit voor "omni-enquêtes' onder steeds wisselende groepen van 500 inwoners. Pijlman: “Je vraagt een dwarsdoorsnede van de bevolking over een bepaald beleidsterrein, bijvoorbeeld: hoe vindt u dat de heroïneprostitutie aangepakt moet worden. Over de uitslag wordt openbaar gediscussieerd.”

In het plan wordt tevens de mogelijkheid genoemd van het houden van twee referenda in 1993. Over de onderwerpen kunnen de burgers zich uitspreken. Hoewel een volksraadpleging in Nederland formeel niet bindend is, vindt Pijlman dat de uitslag die kwalificatie wel moet hebben. Om de burgers bij actuele politieke discussie te betrekken worden zogenoemde stadsgesprekken gehouden op de lokale televisie. Tijdens de rechtstreekse uitzendingen kunnen kijkers bellen met vragen en aangeven of ze het met een stelling eens of oneens zijn.

Bestuurlijke vernieuwing, zegt Pijlman, is geen modegril. “De kwaliteit van het bestuur is in het geding, als je ziet dat politieke partijen moeite hebben om kwalitatief goede mensen op hun lijsten te krijgen. Dat moeten we met z'n allen serieus nemen.”

    • Karin de Mik