Geldwoorden

Zak Geld, marktkoopman en handelaar in ongeregelde goederen, heeft eigen munten laten maken. Een serie met huisdieren: de caviastuiver, het poezekwartje en de konijngulden. Daarnaast een twee-guldenstuk, met zijn vrouw erop. Die wilde dat graag. Het is begonnen als een aardigheidje. De hele grap heeft hem inmiddels een lieve duit gekost. Zijn portemonnaie is leeg. Met zijn zelfgemunte geld kan hij niet betalen. Dus zit meneer Geld met een groot probleem: hoe komt hij van zijn handel af? Hoe krijgt hij de mensen zo gek om echte munten neer te tellen voor zijn namaak geld?

Daar moet hij eens goed over nadenken. Hoe kan hij munt slaan uit de situatie? Meestal praat meneer Geld niet met zijn vrouw over zaken. Maar wanneer hem 's avonds nog geen goed idee te binnen is geschoten, begint hij toch over de kwestie. Mevrouw Geld zit naar de televisie te kijken. Daar kun je een hoop van opsteken, vindt ze. Een minister legt uit hoe hij de problemen van het land gaat aanpakken. “Waarom doe je niet net als die minister?” vraagt mevrouw Geld aan haar man.

Zak Geld begrijpt niet wat ze bedoelt. “Een cent voor je gedachten,” zegt hij tegen z'n vrouw.

“Je kunt kennelijk veel problemen oplossen alleen door erover te praten,” zegt ze ter toelichting. “De minister kijkt alsof er geen problemen meer zijn, nadat zijn ambtenaren er een nota over hebben geschreven. Wat is de macht van het woord toch groot.”

Meneer Geld kijkt haar stomverbaasd aan.

Zijn vrouw praat onverstoorbaar verder. “Volgens mij is het een fluitje van een cent om je namaakmunten aan de klanten te slijten. Vergeet nooit dat ook in de handel de eerste klap een daalder waard is.”

De marktkoopman zit niet vaak om een weerwoord verlegen. Hij betaalt zijn vrouw met gelijke munt terug. “Jij denkt dat de centen op mijn rug groeien; of dat ze in mijn zak dansen. Maar inmiddels heb ik mijn laatste oortje versnoept. Het wordt nog een dubbeltje op zijn kant of ik aan het eind van de week onze rekeningen kan betalen.”

“Ik wed om een geeltje dat je vandaag of morgen van die namaakmunten af bent,” zegt zijn vrouw optimistisch. “Je vergeet dat mijn afbeelding op die munten staat. Die vliegen daarom ongetwijfeld de deur uit. En bij de munten met huisdieren moet je bedenken dat je nooit weet hoe een dubbeltje kan rollen. Daar valt best een grijpstuiver mee te verdienen. Ook al word je er er uiteindelijk geen cent wijzer van, je kunt in ieder geval munt uit je handel slaan.”

Meneer Geld begint te lachen. “Jij moet in de gemeenteraad. Je kunt het prachtig zeggen. Maar daarmee hebben we de komende dagen nog geen brood op de plank. Ik stel voor dat je een duit in ons huishoudzakje doet door morgen mee te helpen in de zaak. Als jij jezelf op een twee-guldenmunt verkoopt, worden we daar samen misschien een cent wijzer van.

    • Flip de Kam