Etudes van Peter Schat lichtvoetig, subtiel en romantisch

Concert: Radio Philharmonisch Orkest o.l.v. Edo de Waart met Jean-Yves Thibaudet (piano). Werken van Schat en Mahler. Gehoord: 15/10 Muziekcentrum Vredenburg Utrecht. Uitzending: Radio 4 Tros: 20/10, 10.45u. Herhaling 17/10 Concertgebouw Amsterdam. Uitzending: Radio 4 Vara januari '93 en tv februari '93.

Geïnspireerd door de Franse speelstijl van Jean-Yves Thibaudet, elegant en onopgesmukt helder, componeerde Peter Schat een nieuwe, diverterende compositie onder de titel Études Opus 39 voor piano en orkest (1992). De Études oogstten donderdagavond een eclatant succes in het Muziekcentrum Vredenburg te Utrecht. Afgezien van een slotclimax die, symfonisch stevig aangezet, verwijst naar het pompeuze romantische pianoconcert, werd het een overwegend lichtvoetig werk, heel dankbaar geschreven voor de pianist, met name in virtuoze linkerhandpassages.

In het begin lijkt de componist vooral contrasten na te streven in korte, aan elkaar geschakelde deeltjes in een soort kettingvorm. Met name de trompet leidt burleske en grillige passages in, zoals men die kent van Prokofjev. Maar dan blijkt toch gauw een heel andere sfeer meer bepalend: die van de genoemde beweeglijke linkerhand, quasi improviserend uitgewerkt en toch heel precies genoteerd. Subtiele toonherhalingen in de rechterhandpassages brengen er een prachtige melancholieke toets in aan. Het doet denken aan Ravels cadens uit het Pianoconcert in G en soms aan Ravels Valses nobles et sentimentales (Frans gefilterde Weense walsen), maar uiteraard toch het meest aan Schats eigen stijl, aan bijvoorbeeld de geresigneerde melancholie van Canto General. Een opschrift als dolce, molto grazioso zou als motto voor het gehele werk kunnen dienen. Een snel stijgend zeventonig motief vormt het echte motto, dat begin en eind markeert, maar ook onderweg de nodige cesuren aanbrengt.

De marimba, als een geraffineerde echo van de piano, brengt verder herkenbaarheid aan in de instrumentatie. De toevoeging van de drie bassethoorns en contrabasklarinet aan het kamerorkest-achtige ensemble werkt iets minder pregnant.

Schats romantisch tremolerende figuraties lijken steeds meer het handelsmerk van de componist te worden en zijn voor mij dan ook de opwindende kern van dit werk.

    • Ernst Vermeulen