EG keert zich naar burger, Kamer aarzelt over Europa; Parlement: zelfde recht als Bondsdag

DEN HAAG, 16 OKT. De Tweede Kamer krijgt dezelfde rechten als de Duitse Bondsdag om zich nog een keer te kunnen uitspreken voordat op z'n laatst in 1999 de Nederlandse gulden opgaat in een Europese monetaire unie. Deze toezegging heeft premier Lubbers gisteren in de Kamer gedaan.

De consequenties van de toezegging zijn, net als in Duitsland, onduidelijk. VVD-leider Bolkestein legde dat uit als een “feitelijke uitstapclausule”. Premier Lubbers betoogde echter dat als de Kamer over enkele weken het Verdrag van Maastricht ratificeert, waarvan de monetaire unie een onderdeel vormt, “er geen uitweg is”. Als Nederland straks aan de toelatingscriteria voor de monetaire unie voldoet kan, aldus Lubbers, het parlement niet zeggen: ik heb er toevallig geen trek in.

Het uiteindelijk oordeel door regering en parlement over de laatste fase van de Economische en Monetaire Unie, die in 1997 of in 1999 ingaat, kan alleen op grond van die inhoudelijke criteria worden geveld. In relatie tot dat oordeel zei hij: “Ik ben absoluut niet beschikbaar om de Nederlandse gulden op te offeren aan een stelsel waarin te zwakke munten binnentreden.”

Over Europa werd op een heel andere toon gesproken dan gebruikelijk in de Kamer. Lubbers legde bij herhaling zware nadruk op de blijvend belangrijke rol van het nationale parlement. Ook het streven naar een federaal Europa, altijd een kernpunt in het Nederlandse Europa-beleid, liet hij vallen. Na "Maastricht', zo beaamde Lubbers een stelling van de GPV'er Schutte, kan men wat dat betreft “alle kanten uit”.

Een CDA-Kamerlid: “Dit soort uitspraken van de premier zouden wij een jaar geleden niet uit zijn mond hebben kunnen optekenen.” Een ander: “Lubbers heeft de veranderde stemming in de Kamer heel goed begrepen. Die is in feite bij de discussie over het verdrag van Schengen over opheffing van grenzen aan het licht gekomen: het parlement wil zelf bepalen waarover het 't nodig vindt zich uit te spreken, vóórdat de ministers in Brussel hun mening geven.”

De CDA'er De Hoop Scheffer: “De premier ziet in dat de mogelijkheden die we op kortere en langere termijn met Europa hebben in botsing kunnen komen met het wenselijke. Daarmee is niet veertig jaar beleid omvergegooid, maar is vastgesteld dat een echt federaal Europa nog heel lang kan duren, als het al ooit wordt bereikt.”