Een tekencolumnist

"Een column,' zegt de jongste Van Dale, "is een regelmatige (min of meer kritische en op een vaste plaats verschijnende) bijdrage aan een krant of een weekblad, meestal ondertekend, en een specifiek domein van het maatschappelijk leven becommentariërend of afwisselend de meest gevarieerde onderwerpen behandelend.' Ik begrijp niet wat die haakjes ermee te maken hebben maar voor de rest lijkt het me een goede omschrijving.

Een columnist of columniste, vervolgt het woordenboek, is iemand die een vaste column schrijft. Het lemma wordt besloten met een auteurscitaat: Het is voor de honderden columnisten die ons letterlievende land kent niet eenvoudig om op te vallen. (Grijs). Dat is goed gezien. Als er één beroepsgroep is waar in de strijd om het bestaan alles mag, dan is het die van de columnisten. Onder en boven de gordel, vermomd, in de rug, met leugens, kleffe vleierij, muggen ziften, likken en trappen, in de bres springen, van katoen geven, ouwe koeien, spijkers op laag water, beentje lichten, de columnist moet van alle markten thuis zijn. Nee, het is niet eenvoudig om op te vallen.

De definitie van Van Dale spreekt van "bijdrage' zonder dat het duidelijk is in welke vorm die wordt geleverd. Dit betekent dat er ook ruimte is om tekenaars tot het beroep van columnist toe te laten. Een complete columnist volgens de omschrijving van Van Dale - "afwisselend de meest gevarieerde onderwerpen behandelend' - met schrijf- en tekenpen, is Peter van Straaten. De tentoonstelling van een deel uit zijn zeer omvangrijk oeuvre, in de Amsterdamse Image Gallery is de beste aanleiding om dit op te schrijven.

Van Straaten is, met de genoemde twee gereedschappen, een zeer groot talent op dit kruispunt van tekenkunst en literatuur. In Het Parool heeft hij zes maal per week een hoofdstuk in zijn reeks Het Dagelijks Leven; in Vrij Nederland een maal per week een politieke tekening en de voortzetting van de serie Het Literaire Leven. Behalve dat is hij de auteur van een reeks over Het Bedrijfsleven. Dan is er zijn nu tweedelige Nederlandse versie van het Kinsey Rapport: Doe ik het zo goed?, en Zo beter? En dan komt er nog een onafzienbare reeks illustraties en vroegere getekende monografieën over onderwerpen die ik hier niet allemaal kan opnoemen. Het doet er ook niet toe. Binnen het hoge gemiddelde kan er een beter of minder zijn dan de vorige of de volgende, maar het is allemaal goed. Er zijn maar heel weinig talenten, op welk gebied dan ook, waarvan dat kan worden gezegd.

Navertellen van tekeningen of schilderijen is een gebrekkig hulpmiddel. Dit gezegd zijnde, noem ik drie tekeningen uit de tentoonstelling. Twee echtparen zitten aan de ruïne van een leeggegeten tafel. De gaste buigt zich naar de gastheer en zegt: "Weet je wat het is Piet... Zal ik je nou 's wat vertellen?... Kees en ik vinden het altijd zo gezèllig bij jullie..' Een meisje en een jongen liggen aan het strand, de jongen een hand op een bil van het meisje. Ze zegt: "Ga maar even zwemmen Chris.' Fractieleider Thijs Wöltgens zit in zeer klein formaat in de Tweede Kamer en boven zijn hoofd is een wolkje verschenen waarin staat: BOE! De rest van de tekst: "Harder Thijs. Harder!'

Bij Peter van Straaten word ik overvallen door de lust tot prijzen opdat anderen hetzelfde plezier zullen hebben als ik. Waardoor wordt het plezier veroorzaakt? Ten eerste door de scherpte die al het werk eigen is. De situatie is klinisch vastgeprikt; niet een situatie die aan het wezenlijke vooraf gaat, niet de situatie van de kwart seconde die erop volgt. Het is precies die waarin de personages zich in het zwakste, doorzichtigste, treurigste, lachwekkendste, meest melancholieke moment bevinden. Daaruit blijkt al, ten tweede, dat Van Straatens repertoire alle gemoedstoestanden omvat. Als hij "literator' was zou hij zeer worden geprezen om zijn psychologisch inzicht. Ten derde is zijn werk onontbeerlijk voor de kennis van deze grootse tijd. Als een historicus heel veel later het Herfsttij van Nederland in de Twintigste Eeuw zou schrijven, zou dat boek er aanzienlijk op vooruit gaan als hij het werk van Van Straaten bestudeerde.

Zelden moet je lachen bij tentoonstellingsbezoek. Hier heb ik het zo vaak en zo hard gedaan dat ik me er een beetje voor begon te generen. Het veelzijdig genot valt te beleven in Image Gallery, Reestraat 19, Amsterdam, niet ver van de Westertoren, dinsdag t.m. zaterdag van 12 tot 6, behalve op 16 en 17 oktober. De boeken zijn verschenen bij Uitgeverij De Harmonie.