Een internationale gevelparade

Zes buitenlandse architecten ontwierpen, niet gestoord door telefoon en afspraken, ieder in één week een woontoren voor het exercitieterrein van de Oranje Nassau kazerne in Amsterdam. De torens staan er nu, maar ze zijn niet de juwelen in de kroon van de nieuwbouw in het gebied geworden. Hoe dat komt? Door de regelknevel en het kasboek.

Over de Nieuwbouw Oranje Nassau kazerne verscheen bij uitg. Architectura & Natura in de serie Arcam Pockets "Housing after Napoleon'. Redactie Maarten Kloos. Prijs ƒ 19,50.

Hoe krijg je, in een week, zes totaal verschillende woontorens met ongeveer dezelfde afmetingen? Heel eenvoudig. Nodig zes architecten uit, laat ze de plek zien waar de zes torens op een rijtje aan het water moeten komen te staan - in Amsterdam aan de Singelgracht op het terrein van de Oranje Nassau kazerne aan de Sarphatistraat, schuin tegenover Artis - en sluit ze een week lang op met potlood en papier. Om het ontwerpkarweitje in deze korte tijd te kunnen volvoeren, moet de opgave helder en overzichtelijk zijn. Essentiële gegevens als aantal en soort woningen, buitenmaten, uitvoeringstechniek en materialen zijn globaal voor de gastarchitecten vastgesteld. Ook over de stedebouwkundige inrichting van het voormalige exercitieterrein hoeven de gastontwerpers zich geen zorgen te maken. De totale ruimtelijke ordening is al uitgekiend met zichtlijnstudies en simulatie van bouwvolumen, pleintjes en plantsoenen.

De regisseur van dit alles is het dynamische Atelier PRO dat onder aanvoering van Hans van Beek verantwoordelijk is voor de nieuwbouw op het terrein van de Oranje Nassau kazerne. Het 276 meter lange kazernegebouw zelf werd in oude, sobere baksteenluister gerenoveerd door architect Joop van Stigt en kreeg met woningen, studio's en bedrijfsruimten nieuwe bestemmingen.

Dat de tussen 1810 en 1814 gebouwde barakken ten behoeve van twee bataljons infanterie, bewaard zijn gebleven en dat het voormalige exercitieterrein niet is volgeplempt met monotone, gesloten blokken woningbouw, is vooral te danken aan particulier initiatief, aan hardnekkige weerstand van buurtbewoners en aan een paar gevoelige functionarissen bij de gemeentelijke diensten Volkshuisvesting en Stadsontwikkeling. Dit handjevol verlichte geesten heeft ervoor gezorgd dat het historische kazernegebied, architectonisch en stedebouwkundig veel minder onverschillig is ontworpen en ingericht dan aanvankelijk in het gemeentelijk voornemen lag. Laat iedereen die zich druk maakt over dreigende rampen, op de loer liggende kaalslag of andere regelrechte catastrofes in zijn of haar stadsbuurt, moed putten uit de geschiedenis van de Oranje Nassau kazerne in Amsterdam. Intelligent weerwerk kan toch nog wonderen verrichten.

Rekensom

Waarom stelt een bezoek aan dit stille, rechthoekige gebied tussen de melancholische Amsterdamse School-stijl van Huize Sara, de strenge negentiende-eeuwse Napoleontische kazernebouw en de verdwaalde Hollandse molen temidden van de laat-maar-waaien rommel aan de andere kant van de Zeeburgerstraat, dan toch teleur?

Door de regelknevel en het kasboek. Door het Hollandse woningbouw-instrument dat alles een zelfde, te bekrompen maat en uitvoering geeft. Door de rekensom van baten en lasten waarin de post culturele waarde ontbreekt omdat deze niet, zoals een luxe marmeren lambrizering, in een bedrag valt uit te drukken. Daarom werden de zes woontorens niet de juwelen in de kroon van de NONK (Nieuwbouw Oranje Nassau Kazerne), die zij beloofden te zullen worden.

Hoe verliep het experiment "een week cellulair met potlood en papier'? Atelier PRO had in het basisplan de zes woontorens vastgelegd en gaf de voorkeur aan buitenlandse architecten boven Nederlandse ontwerpers, om een zo groot mogelijk onderling verschil van de woongebouwen te garanderen. Hans van Beek belde de hem bekende Japanse architect Koji Yagi voor de bezetting van de internationale cast. Uit dit overleg kwam het volgende zestal voort: de Griek Alexandros Tombazis, de Fransman Cuno Brullmann, de Amerikaan Patrick Pinnell, de Deen Tage Lyneborg, de Brit Jeremy Bailey en Koji Yagi zelf. De oudste van het gezelschap, Tombazis, werd in 1939 geboren en de jongste, Jeremy Bailey is uit 1957. Relatief jonge ontwerpers, althans voor architectenbegrippen, en nog niet behorend tot de wereldvermaarde, internationale bovenbouw.

Het zestal kreeg de spelregels en de inrichting van het toneel van tevoren toegestuurd. Maar toen zij in Amsterdam arriveerden voor de door dagelijkse bureaubeslommeringen ongestoorde werkweek, zonder afspraken, zonder telefoon, bleek geen van de zes de voorwaarden behoorlijk te hebben bestudeerd. Geen van hen had zich al een vaste torenplaats toegeëigend. Koji Yagi verdeelde de torens toen maar met behulp van Amida, een oosters spel met regels ontleend aan het Japanse Amida-Boeddhisme dat de onmacht van de mens erkent om zijn eigen lot te bewerkstelligen. Met een door Atelier PRO aangegeven maatsysteem gebaseerd op een grid van 5,4 meter en een vloeroppervlak van 16,2 vierkante meter, sloegen de zes aan het ontwerpen.

Aan het einde van hun werkweek in Amsterdam vlijden zij hun papieren torens genadiglijk in handen van Atelier PRO. De gastontwerpers zouden zich verder niet meer in detail met de uitvoering bemoeien, zo was de overeenkomst. Het is even wonderlijk als uniek dat de zes hun kostbare scheppingen als weeskinderen aan de Singelgracht hebben willen achterlaten.

Fax

Zij vertrokken weer, naar Japan, naar Griekenland, Frankrijk, de Verenigde Staten, Denemarken en Engeland en hun woontorens werden grondig onderworpen aan de regelknevel en het kasboek, aan de eisen van brandweer en bouw- en woningtoezicht. Werkelijk fundamentele veranderingen werden op de fax naar het buitenland gezet om de gastarchitecten de gelegenheid te geven van het afgesproken vetorecht gebruik te maken. Maar in de praktijk hebben zij dit achterwege gelaten. Toch was hiervoor voldoende aanleiding, want de ingrepen die in de oorspronkelijke ontwerpen plaats vonden om ze aan te passen aan Hollandse wetten en prijzen, waren hardhandig. Plattegronden werden rigoureus verkaveld om ze in ons enge subsidiestelsel gevangen te kunnen zetten. Zelfs de koopwoningen ontkwamen niet aan de ruimtelijke en materiële schraapzucht die zoveel grandeur aan onze woningbouw weet te ontnemen.

Wat is uiteindelijk het zichtbare resultaat van de historische ontwerpweek?

Helaas niet meer dan een gevelparade, die het beste is te zien aan de overkant van de Singelgracht, vanaf de voetgangersstrook naast het fietspad op de Mauritskade.

Met een beetje goede wil is alleen in het meest westelijke gebouw het land van herkomst van de ontwerper te herkennen. Koji Yagi - hij tekende eerst een gevel in de vorm van een windmolen - koos uiteindelijk voor een zes verdiepingen hoge lotusbloem om aan zijn bijdrage een Japans cachet te verlenen. De gestileerde bloem ligt als een draadplastiek-pergola op het dak en de sierlijke steel verdeelt als regenpijp de gevel verticaal in twee helften - Ying en Yang, zegt de ontwerper - een licht gekleurde, gestucte helft en een van baksteen waarin op de bovenste vier etages balkons in de vorm van bloembladeren zijn uitgespaard.

Cakewalk

Naast Japan, aan de andere kant van de centrale zichtas door het kazernegebouw, staat Griekenland. Alexandros Tombazis nam de gevel van een Amsterdams grachtenhuis als uitgangspunt en zette daarop een open Grieks timpaan, dezelfde klassieke vorm die is terug te vinden op de centrale poortpartij van de kazerne. De Franse bijdrage valt op door een high-tech halfronde dakopbouw en de eveneens high-tech-cakewalk constructie waarin aan de kant van de Singelgracht de balkons en serres zijn opgehangen. Aan deze gevel is te zien dat Cuno Brullmann heeft meegewerkt aan het Centre Pompidou in Parijs.

In het ontwerp van de Amerikaan Patrick Pinnell valt vooral het onmogelijke formaat van de aan stangen buiten boord hangende balkonnetjes op. Ze zijn goed voor één stoel en een paar geraniums, meer niet.

De meest intrigerende toren is de Deense van Tage Lyneborg. De lichte, heldere vormgeving - het gebouw bevat alleen koopwoningen en is een verdieping hoger dan de andere - beperkt zich tenminste niet alleen tot de gevel aan de waterkant. Ook aan de zijgevels heeft de ontwerper zorgvuldige aandacht besteed, hoewel de onpraktische, naar buiten toe samengevouwen vensterbankvitrines die de kleine raampjes van de Amsterdamse School moeten citeren, wat teveel aan lokaal inlevingsvermogen doen vermoeden. Ook de ostentatieve dakschermen aan de voor- en achterzijde zijn als ogenschijnlijke fantasie-tooien te overdadig. Maar ondanks deze lichte aanstellerijen ziet het Deense woongebouw er van buitenaf zo bijzonder en aantrekkelijk uit dat deze toren, het meest van alle zes, nieuwsgierig maakt naar de binnenkant, naar de interieurs.

Het hoekgebouw van Jeremy Bailey is het minst opwindend. Omdat het krampachtig wordt vastgehouden door de lage woningbouwblokken die Atelier PRO voor het terrein heeft ontworpen, krijgt het Britse gebouw geen kans om, zoals de andere torens, als een zelfstandig bouwwerk te worden beoordeeld. Het wordt aangestoken door PRO's middelmatige, futloze woningbouw op het terrein van de Oranje Nassaukazerne. Een goede, inspirerende regisseur is niet altijd een verdienstelijk toneelspeler.