Eén gebrek

Inmiddels zeggen wij "barranco' als we kloof bedoelen.

Tot nu toe stonden ze allemaal droog. Des te verrassender het water in deze ene, de Barranco de Arure. Bescheiden vloeit het over rood of geel gesteente, over de kikkergroene blaadjes van moerasbegroeiing.

Zo smal is het hier, dat er geen pad is buiten de bedding. Zo welig, dat het een jungle wordt. Zo koel, dat je dagenlang vooruit zou kunnen.

Maar een uur is genoeg. Dan bereiken we de waterval waarvan het gerucht ons al ter ore was gekomen. Hier houdt het op. Hier sta je in een tussen de rotsen verzonken keldergewelf. Hier heb je niets te doen dan er te zijn. Een beetje kijken, een beetje luisteren en ademhalen, de tijd laten rijpen tot het moment van verzadiging, van terugkeer.

“Daar”, wijst Iris.

“Ja”, zeg ik.

De zon heeft het punt bereikt dat zij als door een sleutelgat naar binnen loert. Een lichtvlek, netwerk van blinkende lijnen, speelt over de rotswand - weerschijn van het rimpelige plasje onderaan de waterval. Net of die wand daar doorzichtig wordt.

Tsja, dat is mooi.

Bijna volmaakt.

Bijna het paradijs.

Alleen, op La Gomera zijn geen slangen.

    • Koos van Zomeren