De waanzin doet mij zweven; De coloratuur van sopraan Edita Gruberova

“Wat ik probeer te doen is het portretteren van een labiele persoonlijkheid.” De sopraan Edita Gruberova zingt morgenavond op het jaarlijkse Gala van het Koninklijk Concertgebouworkest twee beroemde waanzinscènes: die van Lucia uit Donizetti's opera Lucia di Lammermoor en die van Ophelia uit Hamlet van Ambroise Thomas. Een gesprek met Gruberova over waan en werkelijkheid in opera, over de betekenis van coloratuur en noten, en over haar zangpartijen. “Lucia doe ik nog altijd met veel plezier. Donna Anna heeft niet die zwarte kleur, dat diepe bloederige. ”

Lucia di Lammermoor met o.a. Edita Gruberova o.l.v. R. Bonynge: Teldec 9031-72306-2 (2 cd's). Gala van het Kon. Concertgebouworkest o.l.v Riccardo Chailly m.m.v. Edita Gruberova: 17 okt. 20.02 uur Avro Radio 4.

Ah! Vanuit de vertrekken waarin Lucia zich met haar bruidegom had teruggetrokken kwam gesteun, geschreeuw, als van een man in doodsnood. Ik rende naar de kamers, helaas! Wat een verschrikkelijk ongeluk! Arturo lag op de grond, stil, koud en badend in het bloed. En Lucia omklemde nog het zwaard dat van de dode was geweest. Ze keek naar mij en zei: "Waar is mijn man?' En op haar bleke gelaat verscheen een glimlach! Ongelukkige! Zij heeft haar verstand verloren!

Zó doet Raimondo in Donizetti's opera Lucia di Lammermoor verslag van de moord die Lucia pleegt op Arturo. Haar broer had Lucia tegen haar zin gedwongen met hem te trouwen. Eerder had Edgardo, haar geheime minnaar, Lucia verlaten en vervloekt. Lucia was er toch al treurig aan toe, na de dood van haar moeder. Nu heeft ze haar man vermoord en óók nog haar verstand verloren.

De meer dan twintig minuten durende waanzinscène die daarop volgt is het fameuze toppunt van operaspektakel. In een eindeloze reeks virtuoze coloraturen - voor de één zinloos gekwinkeleer en vertoon van capriolen, voor de ander het meest dramatische en aangrijpendste dat men in een theater kan meemaken - horen we etherische flarden van verloren liefde uit haar verwarde geest. In haar waan "ziet' Lucia plots Edgardo en beeldt zich in met hem te huwen. Ook meent ze de dode Arturo te zien en smeekt hem om vergiffenis. Dan wordt ze weggevoerd om aan haar mateloze liefdesverdriet te sterven.

Lucia di Lammermoor, naar het verhaal van Sir Walter Scott over een in Schotland waar gebeurde historie, is sinds de première in 1835 in Napels nooit van het repertoire verdwenen. Maria Callas maakte furore in een sterk geladen versie van de titelrol, die de coloratuursopraan als in een cadens de vrijheid geeft de noten naar eigen ideeën en individuele mogelijkheden van de stem aan te passen. Joan Sutherland was na haar fabuleuze vertolking op 17 februari 1959 in Londen op slag wereldberoemd.

En nu hebben we in Edita Gruberova een fenomenale Lucia. Sinds haar eerste Weense optreden in deze rol in de jaren zeventig heeft ze de partij 172 keer in de beroemdste operahuizen gezongen. Bovendien vertolkte ze de solo-passages uit de waanzinscène van Lucia vele malen tijdens concerten, zoals ze dat morgen doet in het Amsterdamse Concertgebouw, nog gevolgd door de waanzinscène van Ophelia uit Hamlet van Thomas.

Onstuimig

Na een door Nicolo Rescigno gedirigeerde EMI-opname van tien jaar geleden heeft Gruberova haar interpretatie van Lucia di Lammermoor nu op zojuist uitgekomen cd's bij Teldec voor de tweede keer vastgelegd. Die soms omstuimige, dan weer met uiterste zorgvuldigheid gezongen opname werd gedirigeerd door Richard Bonynge, de echtgenoot van Joan Sutherland, die inmiddels afscheid heeft genomen van het operapodium.

Maar de gedachte dat deze nieuwe opname daarmee ook een autorisatie is van haar Lucia-interpretatie door Sutherland wijst Edita Gruberova krachtig af. “Ik wil niet in haar voetsporen treden. Vergelijkingen met Callas en Sutherland zijn onzin. Elk mens is uniek en wie als artiest een eigen persoonlijkheid heeft kan niemand imiteren en wie het toch doet is niet erg intelligent. Natuurlijk hoor ik wel van alles, de andere Lucia-opnamen met madame Sutherland en met Callas en die van andere zangeressen. Ik geniet ervan of ik wijs ze af. En als iets mij bevalt en mijn hart en verstand aanspreekt, dan neem ik ook wel dingen van hen over waarvan ik denk dat ze mooi zijn. Maar verder heeft dat met Sutherland niets van doen.

“Bonynge had ook geen enkele behoefte iets te zeggen als "dat doet Sutherland zó.' Hij stond er weer helemaal fris tegenover, al heeft hij natuurlijk een enorme ervaring op dit gebied van belcanto. Hij weet alles en heeft door eigen onderzoek een enorme verzameling muziek uit het begin van de vorige eeuw. Ik laat me graag door hem adviseren, maar altijd voorzover het mij aanspreekt.”

Edita Gruberova spreekt op vriendelijke, tegelijk zelfbewuste en besliste toon. Na een professionele carrière van bijna 25 jaar heeft ze een enorme ervaring en weet ze precies wat ze wil. Ze is heel slank en ziet er halverwege de veertig opvallend jeugdig en stralend uit. We zitten in een rustige hotellobby in Zürich, vlak achter de opera waar ze vele malen is opgetreden, ook als Lucia. Gruberova staat erom bekend dat ze zich buitengewoon sterk vereenzelvigt met het personage dat zij vertolkt. Hoe ziet zij de figuur van Lucia, hoe beleeft ze haar leed en haar waanzin? Voelt ze zichzelf op het podium ook een moordenares?

“Lucia is het slachtoffer van de omstandigheden, zoals regisseur Robert Carsen dat heel goed heeft laten zien in zijn produkties in Zürich en in München waarin ik optrad. Lucia is vooral een slachtoffer van de mannenwereld. Dat is op zichzelf niet zo bijzonder want we leven nu eenmaal in een mannenwereld. Ik ben geen feministe, maar ik ben vaak woedend op mannen. De mannen veroorzaken oorlogen, ze vinden wapens uit, fabriceren die en schieten ermee, zoals nu in Joegoslavië.

“Wat dat betreft is Lucia di Lammermoor eigentijdse geschiedenis. Lucia gaat ten onder in de gekmakende machtsstrijd tussen de mannen, in de rivaliteit tussen haar broer Enrico en haar minnaar Edgardo, waaraan alle gevoel en liefde wordt opgeofferd. Ook Ophelia in Hamlet sterft aan onvervulde liefde. Ze houdt van Hamlet, maar dat wordt haar verboden door haar vader Polonius en door Hamlet zelf, die haar verstoot. Haar liefde was niet in het staatsbelang en Ophelia wordt waanzinnig door alles wat zich daar afspeelde in "the rotten state of Denmark'. Het was daar inderdaad niet pluis.

Afgestompt

“Men kan denken dat de omstandigheden nu allemaal heel anders zijn, maar misschien zien we dat alleen maar zo. Ophelia was gevangen in netten van belangen, maar die zijn er nog steeds. Ik weet niet of nu ooit nog iemand daarvan waanzinnig wordt, tegenwoordig zijn de gevoelens van mensen misschien afgestompt. Alles is nu veel harder, en sneller en brutaler. Maar toen werd men daarvan waanzinnig.

“Liefde maakt blind, in de realiteit èn in de opera. Dat Lucia haar echtgenoot vermoordt, weet ze misschien niet eens, ze leeft in een andere wereld. Het is voor haar geen moord met voorbedachten rade, geen welbewuste daad. Ze heeft die begaan in een opwelling, in vertwijfeling over vernietigde liefde in een vete tussen twee families - zoals bij Romeo en Julia.

“Ja, Lucia heeft inderdaad een mes genomen en Arturo doodgestoken, anders was het geen romantische tragische opera geweest! Maar dat is gedaan in een schemertoestand die ook in de realiteit voorkomt. Moord en doodslag worden door rechtbanken vaak niet bestraft. De dader wordt beschouwd als "niet toerekeningsvatbaar' en komt terecht in een inrichting. Donizetti's muziek in Lucia duidt daar ook op: er is geen muziek die een afschuwelijke moord op realistische wijze uitbeeldt en die moord wordt ook niet op het podium getoond. Als die waanzinscène komt is dat al gebeurd en in die scène is de geest van Lucia elders. Die moord is voor haar geen realiteit.

“Lucia zweeft in andere sferen. Soms komen er heldere beelden van de realiteit, maar in de volgende seconde klinkt daar weer die begeleidende fluit, het symbool van de waanzin, die wij zo kunnen meebeleven. Dat is ook mijn gevoel daarbij, vanaf de eerste toon van de fluit. "Il dolce suono', zingt ze, het is "het zoete geluid' dat zweeft in haar hoofd. Ze hoort die fluit en ze zingt die na.

“Die waanzin begint eigenlijk al in Lucia's eerste aria in het begin van de opera. Wat ik probeer te doen is het portretteren van een labiele persoonlijkheid. Lucia heeft geen sterk karakter, ze is gevoelig, haar moeder is net dood, ze lijdt onder de familietwisten en een verboden liefde onder ongelukkige omstandigheden. Vanaf het begin is ze al bang, zo is mijn interpretatie, en dat culmineert in die waanzinscène met die cadens met de fluit.

“Zoals ik daar nu over praat, heb ik het over mijn podium-voorstellingen. Op de plaat, gemaakt tijdens een studio-opname, is het volgens mij onmogelijk de sfeer en het theatrale effect van een voorstelling vast te leggen. Ik doe mijn best, maar ik vind het verschrikkelijk om scènes twee of drie keer te doen. De eerste keer herhaal ik wat op het podium doe, maar dan is de techniek nog niet klaar en proberen ze nog wat uit en moet het over. Dan is het al wat minder en bij de derde opname, die later op de plaat terechtkomt, let ik alleen op mijn techniek.

Lichtkegel

“Er is ook de dwang tot perfectie. Als ik terugluister en ik hoor iets dat niet helemaal mooi is, ben ik zo ijdel dat het over moet. Live-opnamen zijn beter, het gaat bij opera om de spanning van de onderlinge reacties. Bij liederen ligt dat anders, bij recitals ben ik helemaal op mij zelf. Ook als daar in de zaal duizend mensen zitten, voel ik mij afgezonderd, als in een lichtkegel. Maar opera heeft leven nodig.”

Edita Gruberova voelt zich een echte hoge coloratuursopraan en beperkt zich in opera ook streng tot dat soort belcanto. Haar repertoire bestaat voornamelijk uit Mozart, Bellini, Donizetti en sommige Verdi's, zoals Rigoletto en La Traviata, waarvan binnenkort ook een nieuwe plaatopname uitkomt. “Ik zou graag meer Verdi zingen: Macbeth, Atilla, Ernani, I Vespri Siciliani en I Masnadieri. Maar mijn dramatiek, kleur en expressie zijn daarvoor niet toereikend. En Rossini schreef helaas vooral voor lagere stemmen.

“Ik ben er heel gelukkig mee dat ik in staat ben mij dramatisch te uiten in coloraturen. Al bij het instuderen van nieuwe rollen probeer ik ze niet mechanisch te zingen, maar streef ik ernaar iets uit te drukken. Dat moet ook de zin ervan zijn. Elke noot, elk staccato, elk loopje, elke toonladder, elke versiering moet een emotie uitdrukken en een gedachte vertolken. Zo niet, dan is coloratuur alleen maar loze virtuositeit.

“Volgens het publiek lukt het mij gelukkig ook inderdaad iets anders over te brengen dan pure techniek en gaat dat ook nog steeds beter. Toeschouwers - ook mijn lerares - zeggen vaak dat het weer anders is geworden, nog intenser en emotioneler. In elke frase wil ik echt gevoel leggen, al is dat moeilijk want coloratuur zingen is ook een zeer technische zaak. Maar dát is de kunst.

“Coloratuur is een extreem uitdrukkingsmiddel in zeer extreme situaties. Ik heb in Salzburg Mozarts Idomeneo gezien in de regie van Jean-Pierre Ponelle met een Elektra op de grond, zó woedend dat ze niet meer kon "spreken' maar alleen "hakkelde' in coloraturen, dat was geweldig. Ja, ze is waanzinnig, dáárom zingt ze die coloraturen die dan werkelijk theatrale inhoud en betekenis krijgen.

“Al heb ik nu tien of dertien produkties van Lucia gedaan, ik zeg nooit wat de regisseur moet doen, hij heeft zijn eigen functie. Ik laat me graag uitleggen wat hij wil en ervan vindt en wat hij anders dan anders wil doen. Dat was tot nu toe overigens alleen ècht het geval bij Robert Carsen. Hij wilde af van alle cliché's en de uitbeelding heel menselijk en natuurlijk doen zijn. Daar was ik heel tevreden mee, want dat is al heel wat. Met altijd weer die oude gebaren, tradities en clichés verstart opera helemaal. Het was voor mij zelf ook heel moeilijk om daarvan af te komen. Men denkt: normaal doen is heel eenvoudig en vanzelfsprekend, maar dat is niet zo. Daar hebben we heel hard aan moeten werken. Ik wist zelf niet eens hoe erg ik daaraan vastzat en hoe merkwaardig ik mij bewoog.

Schotse rokjes

“Het decor was verder grauw en op alle manieren scheef, omdat de hele wereld van Lucia scheef is. Het publiek vond het vaak eentonig, maar mij beviel dat wel. Het is toch belachelijk als zo'n koor opmarcheert in Schotse rokjes? Het gaat erom dat de manier waarop mensen op het podium met elkaar omgaan "normaal' is en niet opera-achtig.

“In die waanzinscènes voel ik mij ook werkelijk in hogere sferen, dat zeg ik niet zomaar. De muziek brengt mij in die stemming en ik word dan anders. Ik voel me echt opgetild, ik voel mij alsof ik niet meer met beide voeten op de grond sta en naar boven ga. Die coloraturen, ook de lastigste, zijn dan voor mij helemaal niet moeilijk, want als dat zo was zou ik het zeker niet doen. Als kind al had ik een heel hoge stem, ik heb een goede lerares gehad en de techniek geleerd. Maar ook bij mij gaat het niet automatisch en ik studeer elke dag.

“Een hoge F kan ik nog altijd heel gemakkelijk zingen en als ik goed ben uitgerust ook nog een fis, dus wat dat betreft zou ik de Koningin van de Nacht in Die Zauberflöte nog zó kunnen doen. Maar dat is een heel speciale rol die ik heb afgeschaft, deels omdat door andere rollen mijn stem veel breder geworden en ook omdat er plaats moet zijn voor andere rollen. Ook Konstanze in Die Entführung aus dem Serail doe ik niet meer en ik krijg wat afstand tot Gilda in Rigoletto.

“In Don Giovanni heb ik vaak Donna Anna gezongen, ook op plaat met het Concertgebouworkest en Harnoncourt. Ze heeft mooie muziek, maar dat personage bevalt mij niet. Donna Anna klaagt steeds, ze houdt van Don Giovanni, maar ze wil of durft dat niet te zeggen, de hele opera heeft ze bijna niets met hem van doen en met haar verloofde Ottavio wil ze eigenlijk ook niets. Donna Anna heeft niet die zwarte kleur, hoe zeg ik het, dat diepe bloederige. Ze is te veel pastel, dat stoort mij.

“Maar Lucia doe ik nog altijd met veel plezier. Lucia en Zerbinetta in Ariadne auf Naxos, dát zijn mijn partijen. Ik ben er bekend en beroemd mee geworden, ze zitten in mijn vlees en bloed, ze spreken mijn gevoel èn verstand het meest aan en van beide heb ik nu ongeveer 170 voorstellingen gezongen.”

Quasi-terugkeer

De carrière van Edita Gruberova begon in 1968 in de opera van haar geboortestad Bratislava, waar ze pas vorig jaar - voor het eerst na 22 jaar - terugkeerde. “Misschien was het ook wel voor het laatst. Ik ben destijds veroordeeld wegens het op ongeoorloofde wijze verlaten van de republiek Tsjechoslowakije en mijn staatsburgerschap werd me afgenomen. In Bratislava gaf ik een benefietconcert, omdat de Slowaken zich beledigd voelden dat ik eerst een liederenavond in Praag had gegeven. Ik denk dat het uiteindelijk een quasi-terugkeer was, een eenmalige gebeurtenis.

“Ze vroegen me wel terug, maar ik wil niet meer in Tsjechoslowaakse operahuizen zingen. Het is niet zo dat ik mij daarvoor te goed zou voelen. Maar toen ik jong was gaven ze mij daar nauwelijks een kans en nu ligt alles anders. Het is net zoals met een rol die men niet meer wil zingen, het is voorbij. Ze wisten in Bratislava zelf ook niet wat ik daar zou moeten zingen en met wie, terwijl ik het juist zo belangrijk vind dat alles in een opera zo goed mogelijk op elkaar is afgestemd.

“Toen ik terugkwam in Bratislava leek het alsof daar in al die jaren niets positiefs was gebeurd. De Slowaken hebben zich terecht onderdrukt gevoeld, Praag kwam altijd op de eerste plaats. Zelfs de portier van het operatheater in Bratislava - de hoofdstad van Slowakije - is een Tsjech! Daarom begrijp ik dat Slowaakse separatisme wel. Maar het is wel merkwaardig dat terwijl we naar een verenigd Europa streven, ieder volk en elk landsdeel plotseling zelfstandig wil worden.”

Edita Gruberova beziet de wereld alleen nog internationaal. Ze heeft nu de Oostenrijkse nationaliteit maar ze woont in Zürich. “Van hieruit kan ik per vliegtuig overal rechtstreeks heen, zelfs naar Japan. Daar ga ik volgend jaar acht concerten geven: een "Gruberova-festival'. Ik heb daar altijd uitzonderlijk succes. De Japanners reageren helemaal waanzinnig!”