De Treuhand levert schuld van 250 mld D-mark op

BONN, 16 OKT. Geen batig saldo maar een schuld van omstreeks 250 miljard mark zal het Berlijnse Treuhand-instituut eind 1994 achterlaten. Dit, nu officiële, cijfer is gisteren door minister Theo Waigel (CSU, financiën) en Treuhand-chef Birgit Breuel gepresenteerd in de eerste balans van het instituut dat juli 1990 de sanering en verkoop van 8500 vroegere Oostduitse staatsbedrijven als taak kreeg. De Treuhand heeft intussen zo'n 7.000 bedrijven, of delen ervan, aan Duitse of buitenlandse investeerders verkocht dan wel geliquideerd.

De “eerste realistische balansconfrontatie” (totaal 521 miljard) van de vermogenswaarde en de verplichtingen van die Oostduitse bedrijven toont volgens Waigel “definitief en duidelijk” hoe fout de taxaties destijds waren van de kracht van de Oostduitse economie en de waarde van de grote Oostduitse “Kombinate” en “volkseigen” bedrijven ten tijde van de Duits-Duitse monetaire unie (1 juli 1990) en het Duitse eenwordingsverdrag (27 augustus 1990). In maart 1990, toen de Oostduitse Volkskammer instemde met de Treuhandwetgeving van de toenmalige DDR-premier Hans Modrow, werd de waarde van de Oostduitse staatseconomie geschat op 1600 miljard Oost-Mark (800 miljard D-mark).

Uit de gisteren gepubliceerde balans blijkt nog eens dat het Oostduitse machinepark naar kwaliteit en leeftijd ongeschikt was om te overleven op de wereldmarkt. Bovendien waren staatsbedrijven zichzelf al jaren van binnenuit aan het “opeten” terwijl, anders dan de vroegere Oostduitse statistieken lieten zien, hun schulden vaak veel groter waren dan hun vermogen.

Alleen in de sanering van schulden van bedrijven die een kans op overleven hadden en verkocht werden (eigen vermogenswaarde 81 miljard) moest de Treuhand 55 miljard steken. Voor nieuw kapitaal en herstructurering van te privatiseren bedrijven, verliescompensatie en rente, en het stilleggen van bedrijven, moest tot nu toe 215 miljard op tafel komen. Waigel herhaalde gisteren dat hij de geldkraan bij de grens van 250 miljard schuld gaat dichtdraaien en dat hij de kosten van toekomstige (bijna) “gratis” verkopen van resterende gewezen DDR-bedrijven voortaan meer bij de Oostduitse deelstaten en/of nieuwe eigenaars in rekening zal laten brengen.