De sfinx van Kameroen redt het opnieuw

Paul Biya heeft het gered. De kiezers van Kameroen hebben hem, hun president sinds tien jaar, zondag herkozen. Dat althans heeft de regering in Yaoundé bekendgemaakt: volgens de nog altijd voorlopige uitslag heeft Biya 979.000 stemmen gekregen en zijn belangrijkste rivaal John Fru Ndi 713.000, zo werd gisteren gemeld. Of die mededeling ook strookt met de waarheid - dat is een ander verhaal, want zowel tijdens de campagne als op zondag heeft het kamp van Biya, bijgenaamd Le Sphynx, naar het oordeel van binnen- en buitenlandse waarnemers weinig nagelaten om de uitslag van de verkiezingen te beïnvloeden en bij het tellen van de stemmen lijkt op grote schaal te zijn gemanipuleerd.

De president - gewaarschuwd bij de parlementsverkiezingen van eerder dit jaar, toen zijn Democratische Unie van het Kameroense Volk (RDPC) ondanks een boycot van een deel van de oppositie de absolute meerderheid verloor - heeft in de aanloop tot de verkiezingen oppositionele bladen laten sluiten en de kandidaten van de oppositie, met name boekverkoper John Fru Ndi en oud-premier Bello Bouba Maigari, het leven zo moeilijk mogelijk gemaakt. De president heeft daarbij gebruik weten te maken van de (staats)media, die zijn rivalen afschilderden als onervaren populisten, van RDPC-activisten, en zelfs van belastinggaarders. De staatsmedia hebben kunstmatig een beeld van intense polarisatie geschapen. Biya-aanhangers wisten zondag niet alleen met grote stelligheid te melden dat John Fru Ndi “een fascist” is, maar ook dat alle aanhangers van de president over de kling worden gejaagd als hij zou winnen.

Niet bekend

Bovendien kreeg Biya, in wat wel eens zijn slimste truc kan zijn geweest, het parlement zover dat het bepaalde dat een simpele meerderheid zondag voldoende was om te worden gekozen: aldus ontkwam hij aan een tweede ronde en daarmee aan een zekere nederlaag, want dat Biya het in een directe tweekamp zou hebben afgelegd betwijfelt vrijwel niemand.

Biya werd overigens in dit machtsspel een handje geholpen door de oppositie zelf, die er na de parlementsverkiezingen van eerder dit jaar opnieuw niet in slaagde een gesloten front te vormen en het eens te worden over een gemeenschappelijke tegenkandidaat.

Daarbij waren de omstandigheden voor de oppositie wellicht nooit gunstiger voor de vorming van een gesloten front tegen Biya dan nu - dat wordt wel bewezen door het feit dat alle presidentiële trucs toch maar hebben geleid tot een nipte zege. Kameroen is lang een oase van relatieve welvaart geweest, maar sinds enkele jaren is sprake van een spectaculaire daling van de groeicijfers. De olie-industrie, de belangrijkste basis van de Kameroense economie, kampt al vier jaar met een dalende vraag en een dalende prijs. Ook de prijs van andere belangrijke exportprodukten van Kameroen, zoals koffie, katoen, hout en cacao, is gedaald. Sinds 1988 is sprake van een daling van het nationaal inkomen, van een spectaculaire stijging van de werkloosheid tot een kwart van de beroepsbevolking en tot een even spectaculaire groei van het aantal corruptieschandalen.

Biya heeft zich lang heftig verzet tegen de roep om democratisering die Afrika de afgelopen jaren heeft overspoeld en die niet aan Kameroen is voorbijgegaan. In 1982, toen hij het bewind overnam bij de pensionering van "vader des vaderlands' Ahidjo, was Kameroen een betrekkelijk ontspannen éénpartijstaat - geen dictatuur. Twee jaar later werden de teugels echter aanzienlijk aangehaald. In april 1984 onderdrukte Biya op bloedige wijze een staatsgreep tegen zijn bewind, die naar zijn zeggen was georganiseerd door Ahidjo. Pas vorig jaar werd de president door stakingen, demonstraties en de nieuwe wind van de democratisering weliswaar gedwongen oppositiepartijen toe te staan, maar hij bleef zich verzetten tegen een werkelijke democratisering en zijn manipulatie van de afgelopen weken heeft duidelijk gemaakt dat hij, anders dan de voormalige dictatoren van Kongo en Benin, niet bij voorbaat bereid was zich weg te laten stemmen.

Bij de verkiezingen van zondag kreeg Biya de steun van het midden en zuiden van Kameroen, zijn traditionele machtsbasis. De gematigde Bello Bouba Maïgari, die in 1982 en 1983 premier is geweest en die de aanhangers van wijlen Ahidjo achter zich weet, en de charismatische John Ndu Fri, de vertegenwoordiger van de Engels-sprekende Kameroenezen (twintig procent van de bevolking) en de meest radicale tegenstander van Biya, wonnen vooral in het islmitische noorden respectievelijk het anglofone noordwesten. Dat echter Fru Ndi, die zelfs geen Frans spreekt, erin is geslaagd ook buiten dat anglofone noordwesten zoveel stemmen te krijgen dat hij de president serieus heeft kunnen bedreigen is voor Biya een teken aan de wand.