De Kuip: contract met bond herzien

ROTTERDAM, 16 OKT. De directie van het Stadion Feyenoord wil voor de eerstkomende thuiswedstrijd van het Nederlands elftal, 24 februari tegen Turkije, nieuwe afspraken over een huurovereenkomst maken met de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond. De reden daarvoor zijn de tegenvallende bezoekersaantallen, wat met name voor het Stadion een ongunstige invloed heeft op de inkomsten.

De huurprijs die de KNVB aan stadioneigenaren betaalt is namelijk gekoppeld aan de recette. Zo'n tien tot twaalf procent is voor het stadion. Volgens Jan Huijbregts, secretaris van de KNVB, is er geen enkele reden om op korte termijn nieuwe afspraken met het Feyenoord stadion te maken. “Er ligt een wilsovereenkomst dat alle kwalificatiewedstrijden, met uitzondering van die tegen San Marino, in Rotterdam worden gespeeld. Volgens de gebruikelijke regeling.”

Een overeenkomst die volgens Jaap van der Vegt, directeur van De Kuip, “nog dateert uit 1937”, toen het stadion in gebruik werd genomen. In die dagen trokken voetbalinterlands volle tribunes, de laatste jaren loopt het sterk terug. Op de ontmoeting tegen Polen woensdagavond in de Kuip kwamen 14.500 toeschouwers af. Na Nederland-Ierland in 1982 was dit het slechtst bezochte kwalificatieduel voor een groot toernooi. De oefeninterland tegen Italië werd vorige maand in Eindhoven echter nog slechter bezocht: 12.800 toeschouwers. Voor de directie van het Stadion Feyenoord aanleiding om de inhoud van het huurcontract ter discussie te stellen.

Van der Vegt: “We zijn er al sinds februari met de KNVB over in discussie en zo'n wedstrijd als tegen Polen brengt het probleem weer eens extra onder de aandacht. We leven in een veranderende samenleving. Het toeschouwersaantal is al lang geen bepalende factor meer voor de inkomsten van een interland. Er zijn sponsors, bordreclame en televisierechten.”

De KNVB verkocht onlangs de uitzendrechten voor alle 21 geplande thuiswedstrijden voor de komende vier jaar van het Nederlands elftal aan het bureau UFA, dat daar 22 miljoen gulden voor betaalde. UFA kwam voor Nederland tot zaken met RTL 4.

Stadiondirecteur Van der Vegt is tot de vaststelling gekomen dat er bij de interlands van het Nederlands elftal die in Rotterdam worden gespeeld nog maar één risicodragende partij is: het stadion. “Terwijl ik niet meer ben dan een zalenverhuurder, alleen is het een wat gekke zaal met een grasveld in het midden en zonder dak erop. Maar voor de exploitatie van het feest dat er wordt gehouden kunnen wij niet verantwoordelijk zijn. De KNVB zou dat risico moeten dragen, niet de verhuurder. Zo regelen we het ook met Mojo dat grote popconcerten houdt en ook met de stichting betaald voetbal Feyenoord. Alleen de KNVB heeft een uitzonderingspositie en de tegenvallende bezoekersaantallen hebben een negatief effect op de exploitatie van het stadion.”

Huijbregts houdt het er op dat de opmerkingen van de Rotterdamse stadiondirecteur deels zijn ingegeven door factoren die het bezoekersaantal bij Polen-Nederland ongunstig hebben beïnvloed: de verlieswedstrijd tegen Noorwegen die nog vers in het geheugen lag en het slechte weer. De zekerheid dat de wedstrijd zou worden uitgezonden en de toegangsprijzen acht hij van geringere invloed.

“De KNVB kan ook nu nog altijd de televisieuitzending van een interland verbieden. Al kost dat dan per wedstrijd 1/21ste deel van 22 miljoen. En de toegangsprijzen zijn in vergelijking met andere Europese landen zelfs laag. Het probleem is alleen dat door de FIFA de staanplaatsen, die 25 gulden kostten, zijn verboden. Dat scheelt zeven- tot achtduizend bezoekers. Ik heb nu een voorstel gedaan om te komen tot goedkopere zitplaatsen op de tweede ring. Dat zou dan gaan om plaatsen van 25 tot 30 gulden. Om degenen die normaal een staanplaats kochten tegemoet te komen.”