De kattebroek

Er schreef ons een dame uit Setif in Algerije,

Zij wilde zo graag eens een kattebroek breien:

Wat moet ik voor wol en voor pennen gebruiken?

Welke kleur moet het zijn en waar moet het naar ruiken?

Waar moet je voor 't middel beginnen met minderen

Om het dier later niet in zijn sprongen te hinderen?

En komen de pijpen aan 't voorpand alleen,

Of moet ook de staart er aan die kant doorheen?

Die Algerijnse dame in Setif

Ontving toen mijn advies per brief:

Uw wol zij van mohair, het haar van de mo,

Houd de kleur naast zijn vacht, dan zie je het zo.

En breit U hem maar in gerstekorrel,

Al is dat wel een hoop gemorrel;

Maar ik denk dat mij dat beter leek

Dan een kattebroek in kabelsteek.

De manchet voor de staart moet dubbelgebreid;

Maak het gat niet te nauw, maar ook niet te wijd,

Want de beste kattebroek is niets waard

Zonder opening voor de staart.

Ziedaar uw katten-interlockje,

Nu nog voor elke poot een sokje

En als U moed hebt nog een truitje

Met een streepje of een ruitje.

Daar zit nu die dame met thee en een koekje

En breit met vlijt een kattebroekje.

Insteken, doorhalen, af laten glijen,

Blijf doorgaan met breien, blijf doorgaan met breien,

O dame, daarginds in het verre Setif,

Wat bent U toch lief, O wat bent U toch lief!