Buthelezi mist ook in eigen stamland steun

Chief Mangosuthu Buthelezi's stormachtige afscheid van de onderhandelingen, juist op het moment dat president F.W. de Klerk en Nelson Mandela die weer op gang hadden gebracht, illustreert het chronische probleem van de politieke schermutselingen in Zuid-Afrika. In een samenleving waarin zwarten nooit hebben mogen stemmen heeft geen enkele zwarte politieke partij een bewezen legitimiteit. Ze pretenderen, paraderen, stellen zich aan, en maken overdreven aanspraken om hun invloed op het onderhandelingsproces te vergroten.

Sommigen beseffen dat hun invloed nu groter is dan ná de eerste verkiezingen die hen zullen terugbrengen tot hun ware proporties of zelfs geheel zullen uitschakelen. Dus oefenen ze - zolang ze de kans krijgen - zoveel mogelijk invloed uit. Dit betekent dat het land in gijzeling wordt gehouden door wanhopige minderheden.

Buthelezi is de belichaming daarvan. Hij geniet een internationale reputatie die niet in relatie staat tot zijn werkelijke aanhang. Pretoria presenteert hem als een van de drie grote leiders, samen met De Klerk en Mandela. Dat is misschien formeel juist in de zin dat zijn Inkatha Vrijheidspartij de op twee na grootste groepering is, maar zij is een armzalige derde partij, die ver achter de andere twee komt.

De kranten omschrijven Buthelezi gewoonlijk als "de Zululeider'. Dat is een staaltje journalistiek steno, een simplificering die veronderstelt dat de leider van Zuid-Afrika's grootste en beroemdste stam van krijgers, inderdaad een macht vertegenwoordigt die niet kan worden genegeerd.

In werkelijkheid zijn Buthelezi's aanspraken op die status twijfelachtig. Opiniepeilingen zijn helaas onbetrouwbaar. Het gebrek aan telefoons op het platteland maakt het peilen van meningen moeilijk en duur en opiniepeilers wagen zich niet op het roerige platteland van Natal en Zululand. Zelfs als ze er zouden komen, zou de hoeveelheid wantrouwen en angst te groot zijn om betrouwbare resultaten te krijgen.

Maar er zijn aanwijzingen dat Buthelezi zelfs in zijn eigen stamland geen meerderheid geniet. De weinige opiniepeilingen bestreken de belangrijkste verstedelijkte gebieden, inclusief Durban en Pietermaritzburg in Natal. Daarbij is gebleken dat Mandela's Afrikaans Nationaal Congres door meer dan zestig procent van de bewoners wordt gesteund en Inkatha door slechts twee procent. Grondig onderzoek onder de inwoners van de townships heeft soortgelijke resultaten opgeleverd. Een onderzoekster berichtte dat geënquêteerden, onder wie een aantal Zulu's in het gebied van Witwatersrand, “met afschuw” over Inkatha praten en de voorkeur geven aan De Klerk en zijn Nationale partij boven Buthelezi.

De absentiecijfers bij de massa-acties van het ANC ondersteunen deze gegevens. Meer dan negentig procent van de zwarten in Durban en Pietermaritzburg reageerden positief op de oproepen tot een algemene staking.

Ooit, in de jaren zestig en zeventig, had Buthelezi brede steun in zijn stamland. En hij had zelfs aanhang in andere regio's toen hij - het ANC en andere anti-apartheidsbewegingen waren toen nog verboden - zijn thuisland, gesticht onder het apartheidssysteem, gebruikte om het zwarte protest een stem te geven. Maar toen het - sinds halverwege de jaren tachtig - kwam tot een golf van protestbetogingen onder het surrogaatbanier van het Verenigde Democratische Front (UDF), gaven de Zulu's gehoor aan de bezielende oproep van die partij. Na Mandela's vrijlating in 1990 zwol het stroompje van afvalligen aan aan tot een overstroming.

Voor de altijd snel aangebrande Buthelezi betekende de verkleining van zijn achterban een persoonlijke belediging. Hij gedroeg zich steeds agressiever, eerst tegen het UDF en later, na de legalisering ervan, tegen het ANC. Wat een bevrijdingscoalitie had kunnen worden, verwerd tot een machtsstrijd die escaleerde in een burgeroorlog.

Tijdens die die burgeroorlog heeft Buthelezi - die wordt gesteund door de meedogenloze politie van zijn thuisland, een politiemacht die tot vorige week werd geleid door een blanke officier van de Zuidafrikaanse politie - snel aanhang verloren. Jonge Zulu' en stedelingen hebben hem massaal de rug toegekeerd, waarmee zijn aanhang werd beperkt tot het bastion van de stammen in Zululand.

Het is moeilijk vast te stellen hoeveel aanhang Buthelezi nog op nationale schaal heeft. Buiten de Zulustam heeft hij niets, afgezien van een aantal conservatieve blanken die een zwart alternatief zoeken voor het ANC. Als we ervan uitgaan dat 45 procent van de Zulu's hem steunt, kan hij rekenen op drie miljoen van de 35 miljoen Zuidafrikanen, dus op ongeveer acht procent, vergeleken met - volgens helaas niet erg betrouwbare peilingen - naar schatting zestig procent voor het ANC en 25 procent voor De Klerks Nationale Partij.

Hoewel Buthelezi onlangs bij het afbreken van het onderhandelingsproces uitriep dat zijn Inkatha “een nationale politieke kracht” is, heeft hij duidelijk zijn pogingen gestaakt om een nationale achterban op te bouwen, en roert hij de etnische Zulu-trom in een wanhopige poging zijn regionale aanhang uit te breiden. Men beweert dat hij een "Franz-Josef Straussstrategie' probeert toe te passen, door net als die Beierse leider een regionale machtsbasis na te streven die hem in staat stelt een nationale rol te blijven spelen.

Maar nu zelfs zijn regionale basis twijfelachtig is, wordt Buthelezi steeds krampachtiger. Hij zoekt aansluiting bij andere thuislandleiders, die hij in het verleden verfoeide, zoals Lucas Mangope van Bophuthatswana en "de slager van Bisho', Oupa Gqozo - en zelfs bij blanke extremisten in de Conservatieve Partij en Afrikaner-Boerestaatbewegingen, in wat verdacht veel lijkt op een poging om een afscheidingsbondgenootschap te stichten.

Het enige dat Buthelezi zich met zijn slinkende machtsbasis niet kan veroorloven is een gang naar de stembus. “De IFP zal niet deelnemen aan verkiezingen (voor een grondwetgevende vergadering) en zal de krachten bundelen met elke werkelijke democraat die vroege verkiezingen afwijst,” zei hij op 27 september, toen hij de onderhandelingstafel verliet.

Die “werkelijke democraten” vertegenwoordigen tezamen hooguit tien procent van het toekomstige Zuidafrikaanse electoraat. Wat Zuid-Afrika duidelijk steeds harder nodig heeft zijn verkiezingen, die het schip voorbereiden voor de strijd, de marionetten uit de weg ruimen en vaststellen wie voor wie spreekt. Vervolgens moeten de gekozen leiders onderhandelen over een nieuwe post-apartheidsgrondwet.

Wat Zuid-Afrika niet kan gebruiken is een lange, verbeten verkiezingsstrijd tussen de hoofdrolspelers, die de onderhandelingen over een akkoord zal verlammen, en sabotagepogingen door de bijrolspelers die de verkiezingen willen opschorten, een scenario dat het land gevangen zal houden in een ongezond interregnum van frustratie en geweld.

    • Allister Sparks