Britse waterstofbom van 1957 wàs geen waterstofbom

Groot-Brittannië blufte toen het op 15 mei 1957 bekend maakte dat het een waterstofbom tot ontploffing had gebracht. Wat er die dag met de code-aanduiding "Short Granite' bij Australië ontplofte was slechts een boosterbom. In de technisch tamelijk onvolmaakte boosterbom speelt waterstof-fusie maar een geringe rol. Dat wordt vandaag onthuld in het tijdschrift "London Review of Books'. Het Britse dagblad "The Independent' gaf gisteren al een samenvatting.

De auteurs van het artikel, Eric Grove en de hoogleraar theoretische fysica Norman Dombey, wisten de hand te leggen op documenten uit 1958 van het Amerikaanse ministerie van energie (DOE), nog steeds verantwoordelijk voor de produktie van kernwapens. In die documenten worden de sensationele Britse atoomproeven van 1957 bij de juiste naam genoemd. Er zou volgens het inzicht van DOE slechts sprake zijn geweest van één zware splijtingsbom en twee ontwerpen waarin het principe van "boosted-fission', versterkte splijting, zou zijn toegepast.

Achteraf zou ook uit de enigszins geheimzinnige reactie van de toenmalige Britse premier Harold Macmillan op vragen van de Labour-oppositie zijn af te leiden dat Engeland in 1957 nog geen echte waterstofbom bezat. Labour wilde weten waarom nog meer proeven met waterstofbommen nodig waren als er al drie met kennelijk succes waren ontstoken. “Dat had u niet gevraagd als u wist hoe de vork aan de steel zat”, antwoordde de premier met zoveel woorden. Tot op de dag van vandaag weigert de Britse overheid details over de test-explosies van 1957 te verstrekken.

Maar ook de Amerikanen, die in november 1952 hun eerste echte waterstofbom tot ontploffing hadden gebracht, waren geïmponeerd. Zij boden de Britten samenwerking aan, wat er uiteindelijk toe leidde dat zij Engeland de technische middelen verschaften voor de produktie van het wapen.

Zowel in boosterbommen als in echte waterstofbommen (ook wel aangeduid met fusiebommen of thermonucleaire bommen) treedt zowel splijting van zeer zware atomen (uranium, plutonium) als fusie van zeer lichte atomen (de waterstofisotopen deuterium en tritium) op. Met een grove versimpeling zou men kunnen zeggen dat de bescheiden hoeveelheid fusie-materiaal van de boosterbom met de door haar geproduceerde neutronen vooral de altijd onvolledige splijting van uranium of plutonium versterkt. In de echte waterstofbom, ingericht volgens de inzichten van Teller en Ulam of die van Sacharov, is het eerder andersom. De sterke gamma- en röntgenstraling van de "klassieke' splijtingsbom zorgt daar voor de ontsteking van het fusiemateriaal, tegenwoordig meestal lithiumdeuteride.

Historisch gezien is de waterstofbom uit de boosterbom ontwikkeld, maar in de technische uitvoering zijn geweldige verschillen. Belangrijk is dat de waterstofbom een veel hogere explosieve kracht heeft.

Overigens is de Britse bluf waarschijnlijk niet uniek. Ook de eerste geslaagde Russische test met een waterstofbom (augustus 1953) zou een proef met een boosterbom geweest zijn. De eerste echte Russische waterstofbom zou pas in november 1955 zijn ontploft.