Bonden: overneming Fokker ook zonder garantie voor F50

ROTTERDAM, 16 OKT. Ook al weigeren de Duitsers garanties te geven voor de voortzetting van het Fokker 50-programma, de overneming van vliegtuigfabrikant Fokker door het Duitse Dasa moet doorgaan. Dat is de dringende boodschap van de vakbonden aan minister Andriessen van economische zaken.

De bonden hebben de bewindsman dit gisteren per brief brief laten weten. De bij Fokker betrokken vakorganisaties erkennen dat zij met dit standpunt een zeker risico nemen. Zij hebben echter begrepen dat Daimler-Benz-dochter Dasa niet van plan is de door de Nederlandse overheid verlangde garanties voor Fokkers turboprop, de F50, af te geven. Den Haag hecht aan die garanties vanwege de werkgelegenheid die met het F50 programma is gemoeid en omdat de overheid bang is het resterende ontwikkelingsgeld, enkele honderden miljoenen, kwijt te zijn indien het project wordt geschrapt.

Het vermoeden bestaat dat Dasa, na het bemachtigen van de beoogde meerderheid van 51 procent in Fokker, tot een dergelijke maatregel zou kunnen besluiten. Dasa's ambities reiken verder dan Fokker alleen, het streeft een Europese bundeling na op het hele gebied van regionale vliegtuigen, een soort mini-Airbus. De beoogde andere partners zijn het Franse Aérospatiale en het Italiaanse Alenia. En deze twee vormen samen het ATR-consortium dat in de ATR 42 en de ATR 72 belangrijke concurrenten voor de Fokker 50 bezit.

Dasa heeft Fokker in de onderhandelingen het leiderschap gegund voor alle straalvliegen met 65 tot 130 stoelen. Daarmee offerde Dasa het samen met Alenia en Aérospatiale ontwikkelde Regioliner-concept op. Met koos voor de Fokker-jetline. De Duitsers konden het de Fransen en Italianen niet aandoen ook hun redelijke positie in het turbopro-segment te negeren. Besloten werd daarom dat Fokker met de F50 “zijn eigen broek moet ophouden”. De Fokker 50 werd daarom buiten het eind juli gesloten beginsel-akkoord tussen Dasa, Fokker en Economische Zaken gelaten.

De Nederlandse overheid wil als het ware de voogdij over de F50 behouden, ook nadat zij haar belang in Fokker heeft overgedragen. Maar Dasa's topman Schrempp wil de handen liever vrijhouden. Als het al concessies doet, gaat dat zeer waarschijnlijk ten koste van de prijs die de Duitsers bereid zijn voor de Fokker-aandelen te betalen. Die prijs vormt in de zich nu voltrekkende eindonderhandelingen namelijk het enige andere kritieke punt.

Pag 14: Fokker kwaad over Haags getreuzel met Dasa-contract

Fokker zelf ergert zich aan het getreuzel van de overheid. Bestuursvoorzitter E.J. Nederkoorn had eind vorige week geen goed woord over voor het Haagse gedraal. Over de Fokker 50 daarentegen maakt de vliegtuigbouwer zich - althans naar buiten toe - niet nerveus. De toekomst van dit vliegtuig ziet er, in Fokkers ogen, heel stabiel uit en komt er, afgezet tegen de resultaten van grote concurrent ATR, zelfs opvallend gunstig af.

Alle vliegtuigfabrikanten kampen met zeer matige verkopen en zelfs met order-annuleringen als gevolg van de malaise in de luchtvaart. Ook de F50-verkoop valt tegen. Dit neemt niet weg, aldus de fabrikant, dat dit toestel in '92 zijn aandeel in de markt voor turboprop-vliegtuigen heeft vergroot. In de eerste negen maanden boekte Fokker 20 nieuwe orders voor de F50 tegen 27 in geheel '91. Concurrent ATR verkocht dit jaar tot nu toe slecht vijf toestellen van het type 42 en 6 ATR's 72 (vorig jaar waren die cijfers resp. 9 en 13 stuks). Fokker moest op de F50 vijf annuleringen incasseren, voor ATR waren dat er resp. 22 en 8 stuks.

In totaal heeft Fokker nu 175 F50's verkocht waarvan er al 142 zijn afgeleverd. De orderportefeuille omvat daardoor nu nog 33 vliegtuigen, uitgedrukt in het huidige produktietempo van 24 stuks per jaar, bijna 1,5 jaar werk.

In september besloot Fokker, gezien de slechte marktsituatie, het produktietempo voor de F50 te verminderen. Hierdoor zullen in '93 en '94 tien vliegtuigen minder worden gebouwd dan eerste de bedoeling was. De fabrikant gelooft dat deze eenmalige ingreep voldoende is. Op termijn zal de F50 zich op de markt weten te bewijzen, daarvan is Fokker overtuigd. De fabrikant zegt dat het toestel in de markt steeds meer wordt gezien als de opvolger van verouderde straalvliegtuigen zoals de Boeing 727, de oudere DC 9's en de Boeing 737. De ATR 42, die het best met de F50 is te vergelijken, is aanzienlijk goedkoper. Maar Fokker zegt dat bij de ontwikkeling van de 50 bewust is gekozen voor een vliegtuig met zo hoog mogelijk passagierscomfort, lange levensduur en lage exploitatie- en onderhoudskosten. Een zo laag mogelijke prijs ten koste van die gunstige eigenschappen heeft volgens de fabrikant nooit voorop gestaan.

Op het Fokker-hoofdkantoor wijst men ook met trots op de klantenlijst voor de F50 waarop als belangrijkste afnemers prijken Lufthansa Cityline (35 vliegtuigen inclusief de de zeer recent bestelde 12 exemplaren), SAS Commuter (22) en KLM Cityhopper (10). Daar staat een grote teleurstelling tegenover: op de Amerikaanse markt heeft Fokker van de F50, in tegenstelling tot de Fokker 100, totnutoe nog geen enkel exemplaar kunnen verkopen.

Fokker-topman Nederkoorn vindt het jammer dat het niet is gelukt de F50 “mee te nemen” in het contract met Dasa en de Nederlandse overheid. “Op termijn vinden ook wij dat een ongewenste situatie, want er zijn in Europa teveel fabrikanten van dit soort vliegtuigen. Het is echt een vechtmarkt. Catch as catch can, met alleen maar verliezers.” Nederkoorn hoopt dat het later, als de samenwerking met Dasa en andere partners eenmaal goed op gang is, toch tot een harmonisatie van de turbopro-programma's zal kunnen komen.