Bolkesteins stunt stierf in schoonheid

D66-fractievoorzitter Van Mierlo typeerde de algemene beschouwingen als "surrealistisch'. Zijn oppositie-collega Bolkestein probeerde een staatsrechtelijk novum. De ochtend na het debat.

AMSTERDAM, 16 OKT. Met een achterhaalde begroting en ondanks een monsterverbond tussen VVD, D66, Groen Links en klein-rechts doorstond de coalitie zonder scheuren de algemene beschouwingen. CDA en PvdA lieten elkaar voldoende ruimte: geen Pavlov-reacties over de WAO of irritaties over nieuwe bezuinigingen.

Voor oppositieleider Bolkestein de plicht om van de geschilpunten tussen CDA en PvdA barsten in de coalitie te maken. Immers, de klassieke taak voor de oppositie bestaat eruit de regeringspartijen uit elkaar te spelen. En er leek voor de oppositie voldoende munitie aanwezig: het meningsverschil tussen de regeringsfracties over de bevriezing van de uitkering van mensen die op dit moment arbeidsongeschikt en jonger dan vijftig jaar zijn.

Maar het lukte niet. Ondanks "gemekker' en andere theatrale acts van Bolkestein op de eerste dag. “De regerinspartijen zijn vrij effectief in het behang plakken over de scheuren in de muren”, meent Bolkestein.

De verhouding tussen VVD, D66 en Groen Links verbeterde tijdens het debat wel, de niet-regeringspartijen verenigden zich achter Bolkestein in onvrede en probeerden het debat te verdagen. Over een halve begroting wilden ze geen oordeel vellen. De stunt, een staatsrechtelijk novum, stierf in schoonheid.

Het kabinet kreeg uitstel, volgende maand wordt de exercitie overgedaan met de nieuwste cijfers van het Centraal Planbureau. Toch is de koers voor de komende tijd uitgezet: het kabinet moet met werkgevers en werknemers afspraken maken om de lonen te matigen en zo de werkgelegenheid te stimuleren.

In de “ijzige conjuncturele situatie” (Lubbers) houdt het kabinet vast aan de koers die is uitgezet ten aanzien van het financieringstekort van het rijk en de lastendruk. Het kabinet ontkomt niet aan een ingrijpende bijstelling van het beleid; het ongure conjuncturele weer eist regiewerk in de Nederlandse overlegeconomie. Een van de weinige moties die de Kamer gisteravond goedkeurde was dan ook afkomstig van de fractieleiders van CDA en PvdA. In deze motie worden werkgevers en werknemers opgeroepen om tot centrale afspraken te komen voor 1993 en de daaropvolgende jaren.

De VVD stemde tegen de motie. Niet vanwege de liberale scepsis ten aanzien van de Nederlandse overlegeconomie, maar omdat de VVD kwam met een eigen motie, waarbij lastenverlichting de openingszet van het kabinet voor centrale afspraken moet zijn. Is er een kentering van de VVD ten aanzien van de overlegeconomie?

“Nood breekt wet”, grapt Bolkestein in zijn studeerbibliotheek in Amsterdam de ochtend na de algemene en politieke beschouwingen. “Loonmatiging is absoluut noodzakelijk. Lastenverlichting vertaalt zich in lagere lonen. Met deze formule hebben we in de tweede helft van de jaren tachtig zelf een goedregeringsbeleid gevoerd.”

Met uw motie doet u toch juist wel een beroep op de door u verafschuwde overleg-economie?

“In een overlegeconomie ligt het algemeen belang in handen van behartigers van particuliere belangen. Dat werpen we ver van ons, want het leidt tot excessen - zie de WAO. Wij willen dat er schotten komen tussen advisering, belangenbehartiging en uitvoering van het beleid. Nu zijn deze drie fluïde. Een appel om de lonen te matigen is geen uiting van de overlegeconomie.”

Voorzitter Westerlaken van de christelijke vakbond CNV heeft aangeboden om de lonen vijf jaar lang niet meer te laten stijgen dan de inflatie.

“Met permissie. De benadering van Westerlaken spreekt mij niet aan. Misschien mag ik herinneren aan de loonexplosie van 1963/1964. De lonen rezen uit de pan omdat in de jaren daarvoor de lonen kunstmatig laag waren gehouden. Dat voorzie ik nu weer.”

Hoe interpreteert u de woorden van premier Lubbers dat er bij de behandeling van het wetsvoorstel WAO in de Kamer “geen blokkades” mogen liggen?

“Het is duidelijk dat de minister-president de gesloten WAO-deur op een kier heeft gezet. Het niet door laten gaan van de bevriezing van mensen die nu een WAO-uitkering hebben, leidt niet meer tot een kabinetscrisis. Dat lag een week geleden nog heel anders. En dat is dus even slikken voor CDA-fractievoorzitter Brinkman.”

Hebben de beschouwingen u duidelijkheid gebracht over de Economische en Monetaire Unie?

“Ik ben tevreden dat het kabinet dezelfde stap heeft gezet als de Duitse regering. De Tweede Kamer heeft nu hetzelfde recht als de Bondsdag. Maar het is lijnrecht in strijd met de memorie van antwoord. In deze kabinetsstukken komt het parlement er niet meer aan te pas, het is een automatisme.

“Sinds de interpretatie van gisteren is dat niet meer zo. De oorspronkelijke inzet van Kok komt nu naar voren. Hij wilde vanaf het begin een algemene uitstap-clausule. Dat heeft hij onder Engelse druk laten varen. In tegenstelling tot Lubbers ben ik ervan overtuigd dat het absoluut ondenkbaar is dat de Duitse mark in de EMU wordt gebracht tegen de wil van de Bondsdag. Ik zie dat absoluut niet gebeuren en daarmee heeft Duitsland de facto een uitstap-clausule.”

Hoe kijkt u met deze toezegging van de regering nu aan tegen het verdrag dat later deze maand voor ratificatie in de Kamer wordt besproken?

“We kijken er nu positiever tegenaan, maar het blijft het verhaal van het kind en het badwater. We kijken anders aan tegen de EMU dan tegen de EPU. De vraag die we moeten beantwoorden is: "gooien we het kind met het badwater weg'. Het kind - de EMU - is deze week iets mooier geworden, iets rondborstiger.”

Waarom heeft u dinsdag niet meteen voorgesteld om de beschouwingen uit te stellen, maar deed u dit halverwege het debat?

“Ik wist niet wat het antwoord van de regering zou zijn op de nieuwe conjuncturele situatie. Maar de regering bleef op zoveel terreinen dermate vaag, dat we met de niet-regeringspartijen er geen been meer in zagen. Maar als de meerderheid van de Tweede Kamer zegt "we gaan door', dan willen we geen obstructie gaan plegen. Een boycot vind ik dan niet leuk.”

In tegenstelling tot vorige jaren was u de afgelopen dagen zeer mild voor D66.

“Van Mierlo en ik volgen diametraal tegenover elkaar staande strategieën. Zijn strategie is: ik sta hoog in de peilingen, ik zeg zo weinig mogelijk want met alles wat ik zeg loop ik een risico. Dat is logisch en begrijpelijk: jongens, blijf zitten waar je zit en verroer je niet.”

Dan zou je toch scherpe debatten verwachten tussen de VVD en D66?

“Maar de strategie van D66 geeft natuurlijk weinig aangrijpingspunten voor een duidelijke kritiek daarop. Als je kijkt naar het stemgedrag kun je duidelijk zien dat D66 een linkse partij is: voor de basisvorming, voor het plan-Simons, als eerste gekomen met de afschaffing van de inflatiecorrectie. D66 is de kampioen van de lastenverhoging, meer dan de PvdA.”

Waarom heeft U dat gisteren niet in de Kamer gezegd?

“Ik heb dat al eens een keer gezegd. Ik had het misschien in de Kamer nog eens kunnen zeggen. Over een maand hebben we revanche.”