Bijna een paraplu, nog net een koffiepot; De vreemde dingen van David Salle

De Amerikaan David Salle, die nu exposeert in het Haags Gemeentemuseum, schildert alledaagse dingen in een expressionistische stijl. Een van die dingen is de rok van een Spaanse danseres. Maar is het wel een rok? Op sommige schilderijen lijkt deze draperie meer op een spook.

David Salle: recente tekeningen en schilderijen. Haags Gemeentemuseum, Stadhouderslaan 41, Den Haag. T/m 28 november. Di t/m zo 11-17 uur. Catalogus tekeningen 1986-1991 Prijs ƒ 40,-.

Hebben we bij David Salle te maken met expressionisme, met een "rauw realisme' zoals Rudi Fuchs het noemt in zijn inleiding bij de catalogus? Of is het werk van de Amerikaan Salle (40) juist anti-expressionistisch, het zoveelste voorbeeld van kunst die uitsluitend op zichzelf betrokken is? Het is misschien vreemd dat deze vragen zich voordoen. Alsof zoiets niet meteen is te zien. Maar de expositie van Salle roept zulke vragen op.

Het Haags Gemeentemuseum toont, in samenwerking met de Gagosian Gallery in New York, recente schilderijen en tekeningen uit de afgelopen zes jaar. Salle was in ons land eerder te zien in museum Boymans-van Beuningen, in 1983. In vergelijking met toen is zijn werk in de eerste plaats voller geworden. Voorheen zweefden figuren en motieven vrij over een monochroom vlak. Nu is de ondergrond niet monochroom meer maar bestaat hij uit grof gezeefdrukte zwart-wit foto's van bij voorbeeld een wijnglas, een draperie of een boeddha-beeld. De zich steeds herhalende foto's vormen een regelmatig patroon van horizontalen en verticalen.

Bovendien is het aantal geschilderde motieven sterk toegenomen, zodat het beeld nu complexer is. Een vrouwenkop, een reddingsband, trossen bananen, een stuk touw, een kale boomtak, een kerstklok, vaasvormen, zijn enkele vaste elementen uit Salles repertoire. Sommige herkennen we uit vroegere schilderijen (de bananen en de vrouw bij voorbeeld), andere zijn nieuw. Ze zijn over elkaar heen geschilderd en gaan zelden een relatie aan met elkaar of met de gezeefdrukte ondergrond. Ze bewonen allemaal een eigen wereld. Daarbij bestaan de dingen bij Salle slechts uit contouren. Het beeld behoudt daardoor, ondanks de overbeladenheid, een zekere transparantie.

Alleen al wegens deze transparantie, wegens het immateriële karakter van de dingen, zou ik in verband met Salle niet van realisme, en zeker niet van rauw realisme, willen spreken. Die term veronderstelt toch dat de verbeelde werkelijkheid een zekere tastbaarheid heeft. Bovendien moet die werkelijkheid herkenbaar zijn, en dat is zij bij Salle niet. Ik bedoel niet dat je sommige elementen er moeilijk uit kunt halen omdat ze verloren gaan in de wirwar van het geheel. Ik bedoel dat Salle alledaagse dingen bijna onherkenbaar maakt. Je ziet wel een koffiepot, een paraplu, een reddingsband, een vrouwenkop; maar ze hebben niets te zeggen. Het zijn vreemde dingen, in de letterlijke zin van het woord.

Dit bereikt Salle onder andere doordat zijn voorwerpen zo in zichzelf besloten zijn. Het blijven losse fragmenten die nergens een geheel vormen. Een voorbeeld daarvan is de steeds terugkerende draperie. In een paar tekeningen is die nog te herkennen als de rok van een Spaanse danseres, maar in de meeste gevallen is het een losse draperie die door de vormloosheid iets van een spook krijgt. Het spook symboliseert wellicht de opzettelijke onherkenbaarheid.

Ferm

Het vervreemdende effect ontstaat ook door de stijl. Salle tekent en schildert op het eerste gezicht expressionistisch. Ferme, spontaan getekende lijnen, een losse verftoets, veel "existentialistisch' diepzwart en zware donkere kleuren. En dan is er de volheid van het beeld, alsof er een dringende noodzaak is om deze beelden en indrukken, direct vanuit het onderbewuste, op het doek te krijgen. "Authentiek' is een andere term die Fuchs hanteert. Dit alles suggereert emotie, ontroering, betekenis. Maar daarvan is nergens iets te bekennen. Hooguit bestaat het verlangen naar de directheid van de expressionistische werkwijze.

Salle is geen realist, maar een schilder die een discussie voert met het modernisme. Hij blijft daarbij zelf een modernist, die niet los kan (of wil) komen van de abstractie. Niet alleen zijn behandeling van de figuratie is abstract. Het raster dat hij als ondergrond gebruikt is in dit verband ook veelzeggend. Het is een ondoordringbare afgrenzing waar de beeldelementen bovenop zijn gestapeld. Het raster is als verschijnsel niet weg te denken uit de twintigste-eeuwse kunst, van Mondriaan via het kubisme tot aan allerlei verschijnselen uit de naoorlogse kunst, van Andy Warhol en Robert Rauschenberg tot de concrete kunst. Het schilderij was eeuwenlang een venster op een andere werkelijkheid. Het venster is, in de twintigste eeuw als raster, verzelfstandigd. Het ontkent nu de mogelijkheid van het schilderij om iets over een andere werkelijkheid te zeggen. Het venster is ondoorzichtig, het kunstwerk verwijst in de eerste plaats naar zichzelf.

Vrijgezellen

Af en toe lokt Salle in een titel een interpretatie uit. Bachelors All Yellow heet een schilderij, en inderdaad, overal duiken ze op: de "vaasvormige' vrijgezellen van Marcel Duchamp, door hem in ander verband eens aangeduid als "Kerkhof van Uniformen en Livreien' (1914). In het beroemde Large Glass (1915-1923) treden ze op als dienaren van de door hen ontklede Bruid. Het zijn een soort "motoren van verlangen' (in de woorden van Duchamp), pionnen in een spel van mechanische of machinale erotiek. Overal komen ze voor bij Salle, de robotten zonder hoofd, in Bachelors Spinning Round, in Grace Mirror en Garlands.

Het "All Yellow' lijkt te verwijzen naar Duchamps omschrijving van zijn Large Glass als een "wereld in geel'. Het geel zou, conform de esoterische traditie, de openbaring, de staat van inwijding, symboliseren, reden waarom boeddhistische priesters bij voorbeeld gele gewaden dragen. Ook bij Salle komen gele boeddha's voor.

Het voert te ver om hier alle parallellen met Duchamps werk te analyseren. Waarschijnlijk voegt het aan de ervaring van Salle's werk ook niet zo heel veel toe, omdat dit toch allemaal vage "betekenissen' zijn. Duchamp verklaarde zijn werk - waarvan de volledige titel luidt La Mariée mise à nue par ses Célibataires, même - trouwens in termen van "anti-betekenis'.

Salle maakt collages die weigeren een geheel te vormen. Vaste motieven hergroepeert hij steeds weer, als "ready mades', tot nieuwe schilderijen. Hij is een constructeur van beelden, zijn kunst is, onder een sluier van realisme en expressie, koel en rationeel. In zijn tekeningen past hij dezelfde weloverwogen strategie toe, al ogen ze spontaner. Ik vermoed trouwens dat het abstracte motiefje linksonder in de hoek van tekening III (volgens de catalogus-nummering) een citaat is van Duchamps The Top Inscription (1965), dat op zijn beurt weer afkomstig is uit The Large Glass.