Alles wat de mens heeft voortgebracht; Peter Greenaway stelt de wereld ten toon in Wenen

De Akademie der Bildende Künste in Wenen bestaat 300 jaar. In plaats van een historische tentoonstelling te organiseren, nodigde de academie filmmaker Peter Greenaway uit om twee exposities samen te stellen. De ene gaat over liefde. Op de andere moeten honderd voorwerpen, verdeeld over twee locaties, de wereld representeren. “In de Hofburg wandelt men genoeglijk langs de objecten. Het afgehakte hoofd en de bloederige dierorganen kunnen het plezier nauwelijks bederven.”

Peter Greenaway: 100 Objects to represent the World (100 Objekte zeigen die Welt). Semper Depot, Léhargasse 6 en Hofburg, Heldenplatz, Wenen.

100 Paintings in Respect of Love - Part One - The Physical (100 Bilder zur Ehre der Liebe - Teil Eins - Das Physische). Akademie der bildenden Künste, Schillerplatz 3, Wenen. T/m 7 november.

Wat is beeldende kunst nog in een tijdperk waarin een "breed veld' "van interactie tussen samenleving en culturele discussie' is "opengebarsten'? Met die vraag heeft de leiding van de Weense Akademie der bildenden Künste geworsteld toen zij zich begon af te vragen hoe zij haar driehonderdjarig bestaan moest gaan vieren. Eén ding stond voor directeur Carl Pruscha meteen vast. Hij wilde geen historische benadering van het derde eeuwfeest, geen expeditie over de bijdragen van de academie aan driehonderd jaar Oostenrijkse cultuur, geen opsomming van de groten en minder groten die aan de academie hebben gestudeerd of onderwezen.

Het liefst had Pruscha, om aan te geven dat zijn instituut op de toekomst is gericht, de wereld willen tonen waar de kunst naar toe gaat. Maar wie weet dat in een tijd waarin de vormtaal al geen alfabet onbeproefd heeft gelaten en alle wegen open en uitzichtsloos tegelijk lijken? Daarom is als hoofdmanifestatie gekozen voor een dubbeltentoonstelling van de Britse, ooit tot schilder opgeleide filmmaker Peter Greenaway (A Zed and two Noughts, The Belly of an Architect, Drowning by Numbers, the Cook, the Thief, his Wife and her Lover, Prospero's Books), die ook romans heeft geschreven en boeken geïllustreerd.

Een multimedia-artiest bij uitstek, de ideale kunstenaar om grenzen mee te overschrijden, nieuwe samenhangen te openbaren, kunstprocessen als leerprocessen op te vatten, kortom de perfecte kunstenaar om een concept te ontwikkelen dat langs de diepten en hoogtepunten van onze cultuur zou voeren, aldus Elisabeth Schweeger, de motor achter de verjaringsinspanningen. Daarbij had zij gehoopt dat Greenaway zijn debuut als tentoonstellingsmaker voor Wenen had willen bewaren. Dat is niet gelukt, want de Greenaway-expositie in museum Boymans-van Beuningen in Rotterdam ging aan de Weense manifestatie vooraf. Erna volgen tentoonstellingen in het Louvre in Parijs, in Venetië en in New York.

Al is een jarige nog zo kras, al blaakt hij van levenslust en kan hij niet wachten met het omhelzen van wat komen gaat, het gebeurt toch zelden dat op een verjaarsfeest geen ogenblik wordt stilgestaan bij het leven dat de jubilaris achter zich heeft. Dat is wel het geval met dit derde eeuwfeest van de Akademie der bildenden Künste in Wenen. De klok die driehonderd jaar heeft geslagen bracht alleen maar een denkproces op gang, waarbij men zich afvroeg welke zin kunstproduktie heden ten dage nog kan hebben, welk doel zij heeft en hoe men haar een plaats kan geven in haar culturele omgeving. Over het verleden van drie eeuwen geen woord.

Onderdak

Toch is dit niet oninteressant, ook al is het de vraag of het driehonderd jaar geleden begon. Meer dan een vermelding over het zoeken van onderdak voor een nieuwe kunstgalerie is in 1692 niet te vinden. Wel ontstond toen een particuliere kunstopleiding. Pas in 1725 presenteerde Jacob van Schuppen bij keizer Karel VI het plan voor een kunstopleidingsinstituut, waarin schilderen, beeldhouwen, architectuur, perspectief etc. zouden worden onderwezen. Later in de eeuw werd de academie samengevoegd met een Kupferstich-academie die door keizerin Maria Theresia was opgericht en waarin meer commerciële kunstbeoefening, zoals het maken van grafiek en medaillons, werd gedoceerd.

Tenslotte groeide het instituut uit tot een waardige Akademie, parallel met de Akademie der Wissenschaften. Men kon er als kunstenaar lid van worden als men een proeve van bekwaamheid had ingeleverd. Deze meesterproeven werden, samen met kunstwerken die bekroond werden bij jaarlijkse eindexamententoonstellingen, toegevoegd aan een collectie schilderijen die steeds meer een op zichzelf staande schat van schoonheid in Akademiebezit werd.

Deze collectie, die vroeger als ondersteuning bij het onderwijs werd gebruikt, was ontstaan door een legaat van graaf Lamberg-Springzenstein, die met verbluffende smaak vooral zeventiende-eeuwse Nederlandse doeken had verzameld. (Van alle Nederlandse zeventiende-eeuwse schilderijen in het bezit van de Akademie is kort geleden een schitterende wetenschappelijke catalogus van de hand van de nieuwe directrice van de Gemäldegalerie, Dr. Renate Trnek, verschenen bij het Böhlau Verlag). Andere legaten, zoals van Fürst Johann von und zu Lichtenstein maakten van de Gemäldegalerie de rijkste oude-kunstcollectie na het Kunsthistorische Museum van Wenen.

Met dit verleden en de kunstschatten die eruit stammen lijkt de huidige Akademie niet veel te kunnen beginnen. (Men heeft zelfs geprobeerd om de prachtige Gemäldegalerie weg te verhuizen uit het in 1877 door Théophile von Hansen ontworpen gebouw). Het verjaarsproject van Greenaway wordt nu voorgesteld als een "oproep kunst als taal van onze tijd te zien, als een dialoog tussen beschouwer en beschouwd object, tussen het alledaagse en pretentieuze, tussen traditie en heden'. Maar de eigen traditie klinkt niet mee in de dialoog.

Voyager

Greenaways tentoonstelling valt in twee delen uiteen en is op drie locaties in Wenen te zien. "100 Objects to represent the World' is een "musée imaginaire', een "exhibitionist's exhibition', zoals Greenaway het zelf noemde, waarin een poging wordt gedaan op een encyclopedische manier het leven op onze wereld te representeren. Op dat idee kwam Greenaway nadat het Amerikaanse ruimtevaartprogramma in 1977 een Voyager met ongeveer 75 kilo aan voor de mensheid toen representatieve voorwerpen de oneindige ruimte had ingeschoten.

"100 Paintings in Respect of Love' in het gebouw van de Akademie toont in een lange gang schilderijen, foto's en reprodukties die naar thema gegroepeerd de fysieke uitingen van liefde laten zien. Van moederliefde tot de moorddadigheid van Delilah, Salomé en Judith. De meeste doeken stammen uit Greenaways favoriete periode, de zeventiende eeuw. Ze werden met opzet als "conversation pieces' in de gang van een quasi-vorstelijk paleis opgehangen.

Greenaways honderd objecten zijn te zien in een deel van de Hofburg en in het Semper Depot, een spectaculair gebouw vlakbij de Sezession, eind vorige eeuw neergezet door Gottfried Semper, de architect van het Burgtheater. Het depot werd gebouwd om er de coulissen van de Opera en het Burgtheater in op te bergen. Later, toen deze eigen opbergruimten kregen, dreigde het Semper Depot te worden afgebroken. Nu zijn er de eerste dertien voorwerpen van Greenaways tentoonstelling te zien en heel Wenen hoopt dat de Akademie der bildende Künste hiermee een niet meer weg te duwen voet tussen de deur van dit schitterende bouwwerk heeft gezet, waardoor het een blijvende artistieke functie zal krijgen.

In dit coulissen-depot met zijn ruw stenen, hoog oprijzende muren, produceert de bezoeker zelf "item 1' van de expositie. Bij binnenkomst activeert hij een lichtbron die zijn schaduw een paar stappen lang op een doek zichtbaar maakt. In de catalogus, die zelf in Greenaways tentoonstelling als "Object 100' meedoet, is te lezen welke associaties deze schaduw wekken kan: “symbool van het vluchtige spoor dat de mens op aarde kan achterlaten; begin van de schilderkunst; ieder mens heeft een schaduw, alleen de duivel niet”.

Zo associeert en fabuleert Greenaway verder: uit een wolk (het doorzichtige krijgt door verdichting vorm) klettert water (waaruit zestig procent van het aardoppervlak bestaat) op honderd uitgeklapte paraplu's (een eenvoudige machine ter bescherming tegen de elementen en teken van wereldwijsheid en vernuft). Een regenboog (het samengaan van regen en licht, het kleurenspectrum, illusoir teken van Gods belofte de wereld nooit meer te laten overstromen), een klomp aarde (verwijzend naar leven, planten, landbouw en volkstuintje), een omgehakte boom met wortels (tonend wat vallen en zwaartekracht is, maar ook zinspelend op een stamboom en de dood van het Zuidamerikaanse regenwoud) een pot kwik, een begrafeniskoets, een muur en de vraag naar een God ("Who are we? Where are we going? What's it all about?') ronden de "kosmische' inleiding van de tentoonstelling af.

Varkensstaarten

Verder gaat het in de Hofburg, waar de mens en alles wat hij heeft voortgebracht in zijn ijdelheid, zijn onzekerheid en zijn ongeloof in zijn eigen "kosmische irrelevantie' (aldus Greenaway in de catalogus) centraal staan. Van Adam en Eva (twee jonge Weense acteurs, naakt in een glazen kooi) via het wrak van een neergestort vliegtuig, een mummie in een doodskist, ondergoed, een moeder met baby, honderd microfoons, honderd rood ingebonden boeken, een opgezet paard, honderd gipsen beelden, honderd harnassen, een slaper in een bed, een afgehakt hoofd, een ijsblok, honderd koffers die van hot naar her worden gesleept, een vitrine met dierorganen, een andere met afgehakte varkensstaarten, rottende vruchten en honderd paar schoenen bereikt de tentoonstelling haar honderdste nummer: de catalogus, opengeslagen bij nummer 100.

Het is een opgewekte tentoonstelling die Greenaway voorschotelt, amusant, fantasievol, een beetje gruwelijk, een beetje spannend, steeds onderhoudend. Het gedeelte in het Semper Depot krijgt door het indrukwekkende interieur van het gebouw een dimensie extra. In de Hofburg wandelt men eerder genoeglijk langs de objecten die als representatief voor de mensheid in onze tijd worden gepresenteerd. Het afgehakte hoofd, het mes van een lijkschouwer, de bloederige dierorganen kunnen het plezier nauwelijks bederven.

Maar er is ook iets dat stoort in deze expositie ter ere van de driehonderdste verjaardag van de Weense Akademie der bildenden Künste, namelijk de pretentie van grote diepzinnigheid, waarmee de bezoeker om de oren wordt geslagen. Greenaway ziet zichzelf als nauw verwant met Duchamp, Malraux, Joseph Beuys, Christo en John Cage. Als grote multimedia-kunstenaar, wiens navelstreng teruggaat naar de grote schilders van de zeventiende eeuw en die nu onze totale cultuur in een machtige greep kan omvatten, werd hij dan ook in Wenen gelanceerd.

Toch blijft oppervlakkigheid een van de hoofdkenmerken van de driedubbele tentoonstelling in Wenen. Greenaways kunst lijkt zich af te spelen op de vlakken waar design, reclame, publiciteit en communicatietheorie elkaar snijden. Zij is welbespraakt, onderhoudend en handig en weet talentvol de snaren te raken van een modern, door het aanbod van de consumptiemaatschappij murw gebeukt gemoed. Maar het denkbeeld dat deze kunst diepzinnig is kan alleen zijn opgekomen in een tijdsgewricht waarin de verwarring groot is, de leidende ideeën dood zijn en de kunst noodlijdend is geworden.

    • André Spoor