Vlucht KAL 007 blijft nog vol open vragen

SEOUL/MOSKOU, 15 OKT. Uit gegevens die de Russen gisteren aan de Zuidkoreanen hebben overgedragen blijkt nog steeds niet waarom de luchtmacht van de toenmalige Sovjet-Unie in september 1983 een Zuidkoreaans passagiersvliegtuig heeft neergeschoten. Dit hebben Zuidkoreaanse functionarissen vanmorgen gezegd.

Ze verklaarden dat de gegevens niet volledig genoeg waren om te kunnen vaststellen waarom de Boeing 747 van de Zuidkoreaanse luchtvaartmaatschappij op vlucht KAL 007 660 kilometer uit de oospronkelijke koers was geraakt en vervolgens ter hoogte van het eiland Sachalin was neergeschoten.

Het incident, waarbij alle 269 inzittenden van de Boeing om het leven kwamen, leidde destijds tot een ernstige crisis in de betrekkingen tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie.

De Russische president Boris Jeltsin had gisteren in Moskou transcripten overhandigd van de gesprekken die de bemanning voor en tijdens het incident had gevoerd en van de communicatie aan Sovjet-zijde met de toenmalige leider Joeri Andropov. Jeltsin gaf dezelfde gegevens ook aan de Amerikanen.

Na bestudering van het materiaal verklaarde de Zuidkoreaanse onderminister van verkeer dat zijn land graag de zwarte doos met vluchtgegevens zelf in handen zou krijgen om zich een beter beeld te vormen van de werkelijke toedracht van de kwestie. De nieuwe gegevens voegden volgens deze functionaris weinig toe aan wat al bekend was over het voorval. Het verzoek om de zwarte doos werd echter door Jeltsin afgewezen.

Tot dusverre had de leiding in Moskou nooit onthuld dat de zwarte doos indertijd was gevonden. Naar nu bleek was die al zo'n zeven weken na het noodlottige incident in de zee bij Sachalin naar boven gehaald. (AP, Reuter)