Succes Greenpeace in Kara Zee onvolledig

ROTTERDAM, 15 OKT. Het actieschip Solo van de milieuorganisatie Greenpeace zal vermoedelijk zaterdag in de haven van Moermansk arriveren. De verwachting is dat kapitein Albert Kuiken daar nog dezefde dag aan de Russische autoriteiten wordt voorgeleid. Waarnemend consul-generaal D.J. Kop van het Nederlandse consulaat in St.-Petersburg vertrekt morgen met twee Greenpeace-medewerkers naar Moermansk.

Greenpeace Nederland, die voor informatie is aangewezen op de Greenpeace-vestiging in Moskou (waarmee nauwelijks contact is te krijgen), heeft de indruk dat de bemanning van de Solo ervan beschuldigd wordt zonder toestemming de economische zone van 200 mijl rond Nova Zembla te zijn binnengevaren. Bovendien zou een rubberboot de territoriale wateren (12 mijl) zijn binnengedrongen. Beide feiten worden door Greenpeace erkend, maar men tekent erbij aan dat op 27 september schriftelijk aan het Russische ministerie van defensie toestemming is gevraagd om de economische zone binnen te gaan. Op de brief is geen antwoord gekomen. Gewoonlijk gaan schepen zonder officiële toestemming economische zones binnen.

In Amsterdam heerst enige opluchting over het feit dat het woord "spionage' niet in de officieuze aanklacht voorkomt. Dat biedt uitzicht op een tamelijk soepele afhandeling van de affaire, hoewel kapitein Kuiken een gevangenisstraf van drie jaar zou riskeren.

Op dit moment wordt de Solo door een nieuwe sleepboot voortgetrokken. Gisteren liep de eerste sleepboot averij op waardoor de Solo een tijdlang zelf als sleepboot heeft dienstgedaan. Sinds gisterochtend, toen de Solo nog kort radiotelefonisch contact had met de Greenpeace-vestiging in Moskou, is geen verbinding meer geweest met het actieschip.

Doel van de reis van de Solo, die zondag met een internationale bemanning van 33 koppen vanuit Nederland bij Nova Zembla aankwam, was ruimere aandacht te krijgen voor het "nucleaire kerkhof' bij Nova Zembla en de eerste stoffelijke bewijzen van nucleaire verontreiniging mee te brengen. Voor dat laatste was het schip uitgerust met opsporingapparatuur zoals sonar en radar. Zelfs was een ROV, een op afstand bestuurd onderwatervoertuigje, aan boord voor het nemen van bodemmonsters en video-opnamen.

De publieke aandacht is er gekomen op een wijze zoals Greenpeace gewend is, de overspannen reacties van overheden en bedrijfsleven zijn altijd koren op haar molen, maar in dit geval is toch maar sprake van een onvolledig succes. Nog steeds is niet duidelijk welke omvang de nucleaire dreiging in de Kara Zee heeft. Geruchten over grote hoeveelheden radioactief afval die, al of niet in containers verpakt, in zee zouden zijn gestort worden steeds hardnekkiger maar zijn niet door Russische autoriteiten bevestigd. Die zijn niet verder gegaan dan de erkenning dat in de Kara Zee laag radioactief afval met een korte halfwaardetijd is gestort.

De eerste aanwijzingen dat er toch meer aan de hand zou zijn stammen uit september 1991 toen op een door Greenpeace georganiseerde conferentie in Moskou door de Russische technicus Andrej Zolotkov een lijst werd uitgereikt van radioactieve objecten die tussen 1964 en 1986 door de onderneming "Murmansk Shipping Line' in de Kara Zee zouden zijn gedumpt. Het betrof niet alleen vaten afval, maar ook gedeeltelijke of complete kernreactoren van ijsbrekers en onderzeeboten. Zelfs zouden complete nucleair aangedreven ijsbrekers en onderzeeboten tot zinken zijn gebracht.

Zolotkov is of was in dienst van Atomflot, een in Moermansk gevestigde onderneming die veel nucleaire ijsbrekers in de vaart heeft. Hij heeft zijn gedetailleerde beschuldigingen in februari van dit jaar voor het Britse tv-station ITV herhaald.

In mei van dit jaar kwam Rusland met Noorwegen overeen dat een gezamenlijke poging zou worden ondernomen om de aard van de vervuiling vast te stellen, maar toen een Noorse wetenschappelijke expeditie deze zomer het gebied rond Nova Zembla binnenvoer kreeg deze slechts toestemming om in internationale wateren monsters te nemen.

Daarmee bleven aard en omvang van de nucleaire dreiging in de Kara Zee volgens Greenpeace onvoldoende bevestigd. Men nam het besluit dan maar buiten officiële samenwerking met Rusland onderzoek te verrichten.