Reumapatiënten blij met kuur in Slowaakse modder

PIESTANY, 15 OKT. “Wat ik het meest mis, is pianospelen”, zegt Nan de Vlieger (67). Tien jaar geleden begon de reuma in haar handen. De vrouwen met wie ze jarenlang een quatre mains-clubje had gevormd, kwamen niet meer langs. “De piano staat nog in de kamer, alleen de kleinkinderen rammelen er soms nog wat op.”

Mevrouw De Vlieger is een van de 55 reumapatiënten die op kosten van het noordelijke ziekenfonds RZG drie weken kuren in het Slowaakse Piestany. In Nederland lijdt een kleine tien procent van de bevolking aan de ziekte. Bij 200.000 mensen heeft de reuma zich ernstig ontwikkeld. De oorzaak van de ontsteking is maar in een in een klein aantal gevallen bekend en genezing is niet mogelijk. De Nederlandse reumatologen kunnen niets anders doen dan pijn en ontstekingen met geneesmiddelen bestrijden en kapotte gewrichten vervangen door protheses.

“Nienke, zie je wel hoe goed ik loop!”, roept Jannie Post als ze Nienke Scheffer van de Groningse afdeling van de reumapatiënten-vereniging ontdekt tussen de delegatie van het RZG die deze week een bezoek bracht aan het kuuroord. “Het is fantastisch”, antwoordt Nienke. “Niet te geloven dat zo veel mensen tegen kuren zijn.” Anders dan in landen als Duitsland, Zwitserland en Tsjechoslowakije is in Nederland kuren een nauwelijks geaccepteerd onderdeel van de medische zorg. Vrijwel geen ziekenfondsen of verzekeraars vergoeden de kosten. Medici zijn sceptisch en wijzen op het gebrek aan wetenschappelijk bewijs.

Het RZG besloot vorig jaar een eerste groep patiënten naar het in reuma gespecialiseerde kuuroord Piestany te sturen. Het geld (3.200 gulden per patiënt, die daarvan 10 procent zelf betaalt) komt uit het aanvullingsfonds dat wordt gevormd uit de premies voor de aanvullende verzekering die 97 procent van de mensen in ziekenfonds sluit. Bij het selecteren van de patiënten werkte het ziekenfonds samen met de patiëntenvereniging en de noordelijke reuma-artsen. De Groningse artsen waren eerst niet enthousiast, op de afgesproken datum kwamen ze met een enkele naam. Na een gesprek werkten ze wel mee. De patiënten moesten zichzelf redelijk kunnen redden en afstanden van een paar honderd meter zonder hulp kunnen lopen.

Het kuuroord Piestany is een reusachtige kuurfabriek. Er werken 64 artsen en de medisch staf telt vijfhonderd personeelsleden. Jaarlijks komen er 32.000 mensen, waarvan 12.000 uit het buitenland. Medisch directeur Tauchman, een kwieke kleine man van zeventig die al sinds 1952 in het kuuroord werkt, zegt dat vooral de zwavel in het water heilzaam is voor reumapatiënten. Het water komt uit de bronnen onder een afgesloten zijarm van de rivier de Vah. Die zwavel zit ook in de modder op de bodem, die verwarmd tot veertig graden via een leidingennet uit een soort benzineslang over de patiënten wordt gespoten. Tauchman: “De warmte en de heilzame mineralen trekken in het lichaam van de patiënt”.

Achter de gordijnen van een lange rij cabines liggen blote mannen te wachten op hun massage na het modderbad. “Dat is wel wat anders dan bij ons in Groningen”, zegt een van de deelnemers aan de kuurreis. “Daar houden ze op als het pijn doet. Hier zeggen ze "mooi daar is wat aan de hand' en gaan er dan hard tegenaan.”

Twee Nederlandse vrouwen zijn even in het nabijgelegen stadje gaan kijken. Ze lopen door het park met een tred die een optimistische blijdschap verraadt. “Wij zijn heel positief, schrijf dat maar op”, is het eerste dat mevouw G. van der Heide-Mulder (56) zegt. “Naast alle behandelingen ben je ook heerlijk uit je dagelijkse beslommeringen.” Ze heeft vorig jaar ook drie weken gekuurd. “Voor het eerst in vijf jaar heb ik geen revalidatie hoeven doen. Anders zat ik soms wel zeven weken in Beatrixoord.” Haar vriendin zegt dat je natuurlijk nooit zeker weet of dat door de kuur komt.

De Nederlanders zitten iedere dag nadat het kuren om drie uur is afgelopen bij elkaar in een van de zitruimtes. Jannie Post was vorig jaar ook bij de eerste reis. Ze vertelt dat toen ze terugkwam haar kinderen zeiden dat ze een nieuwe moeder hadden gekregen. “Ik ben wel drie weken weg, maar als ik zaterdag thuis kom, kan ik weer wat voor mijn gezin betekenen.” Ze wrijft over de littekens op de knobbels van haar hand. “Ik was sinds mijn 27-ste aan de pijnstillers en moest ieder jaar, soms wel drie maanden, in het revalidatie-oord liggen. Na de kuur vorig jaar ben ik zelf met mijn kinderen naar het strand geweest. Onvoorstelbaar.”

Het RGZ enquêteerde de kuurgangers van vorig jaar. Na een half jaar bleek het medicijngebruik met de helft te zijn afgenomen - sommigen slikten niets meer. De helft kon zichzelf beter redden. Ook de helft had het gevoel sterk verbeterd te zijn en veertig procent zag een geringe verbetering. Allemaal hadden ze de kuur heerlijk gevonden. Het ziekenfonds zag verder een duidelijk effect op het aantal opnames. Daarom zal het kuren volgend jaar waarschijnlijk definitief onder de aanvullende verzekering worden gebracht.