Rekenen met tijd

"De Zandloper', staat er boven het verhaaltje van Hayo. Hij is amper zeven en schrijft in een zwoegend handschrift: ""Wij pakten een beker en wij pakken papier en wij vouden een trechtertje en pakten zout. Eerst het bekertje en het tregtertje zetten we er boven op en het zaut laten we er in stroie en we pakten een stopwatch en zetten we erbij om te meten hoeveel menuten de zautloper heeft gelopen.''

Op basisschool De Schakel in Best was iedereen - van kleuter tot achtste-groeper - een week lang in de ban van het onderwerp "tijd'. De jongste leerlingen tekenden in harmonicaboekjes hoe hun dag verstrijkt: opstaan, eten, naar school, spelen en slapen. Door de "middenbouwers' werden er zandlopers gefabriceerd, zoals Hayo beschrijft, en met de stopwatch ernaast geklokt. Oudere leerlingen maakten een tijdbalk van hun leven of berekenden hoe groot het tijdverschil is tussen Amsterdam en New York. Op een dag dat de zon scheen werd elk kwartier de schaduw gemeten van een paal op het schoolplein. En de tegels waren het ruitjespapier. Hoe kan het nu dat om twaalf uur de schaduw niet het kortst is? Oh ja, de zomertijd. Gaat de klok een uur vooruit of juist een uur achteruit?

Tijd is een onuitputtelijk onderwerp. Aan de ene kant is het abstract en ongrijpbaar, aan de andere kant kun je het "zien', "voelen' en meten. Het gaat over minuten, weken, kalenders, seizoenen, over de zon en de maan, over verleden en toekomst. Maar ook over horloges, stopwatches, video's en omroepgidsen. ""Wie tijd verschraalt tot het trucje van: als de grote wijzer op de twaalf staat en de kleine op de vijf, is het vijf uur, doet kinderen tekort'', staat er in het boekje "10 over 10'. Het is een toepasselijke titel voor het geschenk van de club van rekenvernieuwers, de Nederlandse Vereniging tot Ontwikkeling van het Reken/Wiskunde-Onderwijs, aan het basisonderwijs: de club bestaat namelijk tien jaar. De NVORWO houdt helemaal niet van trucjes, want die vergeet je op den duur of je haalt ze doorelkaar, maar bovenal wekken ze de indruk dat je een rekenprobleem maar op één manier kunt oplossen. Met hun lessuggesties over het onderwerp tijd laten de rekenvernieuwers zien hoe je het tijdsbesef bij kinderen als uitgangspunt kunt nemen om te gaan rekenen in de breedste zin van het woord.

Rob (11), Sarah (11), Janneke (11) en Sonja (11) van De Schakel laten zien wat ze allemaal hebben gedaan met het onderwerp tijd. Er is een reuzenboek gemaakt dat nauwelijks op twee tafeltjes past. Aan het begin van de week was het nog leeg, op vrijdag had elke klas een pagina gevuld met tekeningen, tijdsbalken, moppen, liedjes, sommen en grafieken over tijd. Sarah heeft een verhaal over de Big Ben geschreven en de andere drie hebben rekenboekjes gemaakt voor leerlingen uit de vierde groep (de vroegere tweede klas). De meester van die groep was komen vertellen dat de meeste kinderen van groep vier wel met uren en kwartieren kunnen rekenen maar nog niet met minuten. De sommen mochten niet boven de honderd uitkomen en digitale tijd snappen ze meestal ook nog niet.

""Je mocht het dus niet te moeilijk maken'', zegt Sonja als ze haar boekje uit de stapel zoekt. Ze wijst op een som: ""Een seizoen is drie maanden en drie maanden is twaalf weken en zeven dagen is een week. Hoeveel weken zitten er in twee seizoenen?'' Janneke heeft haar boekje gevonden en leest ook voor uit eigen werk: ""Kees wordt om zeven uur wakker. Hij moet om half negen op school zijn. Over hoeveel kwartier is dat?'' Rob heeft een lege klok getekend met daarnaast door elkaar gehusseld de cijfers van één tot en met twaalf. ""Zet alle nummers weer in de klok'', luidt zijn opgave kortweg. Sommige sommen gaan gepaard met waarschuwingen: ""Pas op: dit is een instinker!'' of raadgevingen als: ""Let goed op, kijk goed en denk goed.''

""Die rekenboekjes sloegen in als een bom'', zegt leerkracht Vincent Klabbers, tevens de motor achter het tijd-project. "En het leuke was dat de oudere leerlingen ineens gingen beseffen wat ze sinds de vierde groep allemaal geleerd hadden.'' Klabbers beschouwt zo'n projectweek als "promotie' voor het vakgebied rekenen. Belangrijk voor de kinderen vindt hij, want zij ervaren dat rekenen leuk is. Of zoals Sarah het verwoordt: "Rekenen is niet alleen plussen en minnen, eigenlijk ben je er de hele dag mee bezig.''

Maar Klabbers vindt het ten minste zo nuttig voor de meesters en juffen. Als ze samen lessen over tijd gaan bedenken komen ze ""van hun eiland af''. Hij zelf vormde een duo met de leerkracht van de vierde groep en uit die samenwerking ontstond het idee van de rekenboekjes. Ook de zandlopers werden door kleine en grote kinderen samen gemaakt en uitgeprobeerd. Eerst met zout, dan met zand en tenslotte met suiker. Ze verbazen zich met de stopwatch in de hand over de verschillende doorloop-snelheden. Realistisch rekenen is meer dan ""een beetje rommelen met water en maatbekers'', het gaat er volgens Klabbers om dat kinderen feeling voor getallen krijgen, dat het betekenisvolle symbolen worden. "Dat ze bij een liter automatisch aan een pak melk denken en weten dat het zijbord voor in de klas één meter bij één meter is en hun liniaal dertig centimeter. Dat noem ik ankerpunten, en als ze er door dit project één ankerpunt bij hebben gekregen ben ik heel tevreden.''

10 over 10, lessuggesties rond tijd. Uitgave: NVORWO p/a Freudenthal Instituut, Tiberdreef 4, 3561 GG Utrecht. Tel: 030 - 611611. Prijs: f.5,-

    • Michaja Langelaan