Psychologie zit niet te wachten op studenten

Zevenhonderd eerstejaars studenten hebben zich ingeschreven voor psychologie aan de universiteit van Amsterdam. De vakgroep weet niet wat ze met die toevloed aanmoet, temeer daar ze denkt dat niet meer dan honderd van hen "echt psycholoog' wil worden.

AMSTERDAM, 15 OKT. “Heden! Weer vijftig erbij.” Dr. K. Meerum Terwogt - Kouwenhoven werpt een snelle blik op de computer die haar dagelijks informeert over het aantal ingeschreven eerstejaars studenten psychologie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Dat zijn er nu ruim zevenhonderd. Officieel konden ze zich tot 1 oktober inschrijven, maar het College van Bestuur heeft de inschrijvingstijd voor alle studies met twee weken verlengd. Deze maatregel is bedoeld voor de beta-faculteiten die weinig studenten hebben. Daar staan nu 409 eerstejaars studenten ingeschreven.

“Een typisch voorbeeld van de onvolprezen goedheid van het College. Helaas beseft men op dat niveau niet dat wij absoluut niet zitten te wachten op nog meer studenten. Ik krijg van wat zich nu heeft aangemeld soms al nachtmerries”, verzucht Meerum Terwogt, belast met het organiseren van eerstejaars werkcolleges. Het academisch kwartiertje is inmiddels afgeschaft, de pauzes tussen de hoorcolleges duren een half uur: zo heeft iedereen de tijd om koffie te kopen.

Tien jaar geleden bedroeg het aantal eerstejaars studenten psychologie aan de UvA 182. Door het versoepelen van toelatingseisen, het verlagen van de leeftijd waarop iemand een colloquium doctum kan doen van 27 naar 21 jaar en de doorstroom van HBO-studenten groeide het aantal eerstejaars tot 500 vorig jaar.

In 1986 hebben de gezamenlijke hoogleraren psychologie vergeefs voorgesteld een studentenstop voor deze studierichting in te stellen. Volgens het hoofd onderwijs en onderzoek van de faculteit psychologie, drs. K. Visser, voelt geen enkel College van Bestuur voor een studentenstop bij succesvolle en relatief goedkope studies. Hij betwijfelt dan ook of de pogingen van Communicatiewetenschap om een studentenstop af te dwingen, succes zullen hebben.

Binnen de sociale wetenschappen heeft psychologie de naam "de hardste studierichting' te zijn, met de hardste wiskunde-eis en veel experimenteel onderzoek. Dat is volgens Visser ook een van de redenen waarom studenten in groten getale toestromen. En er zijn de "fake-studenten': die studeren rechten of economie maar niet op tijd de propedeuse halen en zich bij een andere studierichting inschrijven om hun beurs niet te verliezen, bijvoorbeeld bij psychologie.

Bij de Rijksuniversiteit Leiden meldden zich dit jaar 550 eerstejaars studenten psychologie, Utrecht tekent voor 401 eerstejaars psychologie, drie minder dan vorig jaar, en de Katholieke Universiteit Nijmegen begroette er ruim vierhonderd.

Dat zich bij deze studierichting aan de UvA ruim 700 studenten hebben gemeld, noemt Meerum Terwogt “erg verontrustend”. Niet in de laatste plaats omdat ze nu al weet dat niet meer dan honderd van hen “echt psycholoog willen worden”. Zeker twintig procent van de eerstejaars zegt de studie na het behalen van de propedeuse vaarwel om communicatiewetenschap te gaan studeren.

Zoals Frederike de Vrieze. Ze vindt een jaartje psychologie “een goede basis voor een andere studie”. “Als ik een makkelijk jaar had willen hebben had ik politicologie gekozen. Daar hebben ze maar acht uur college per week, wij vijftien. Zij hebben hun eerste tentamen in december, dan hebben wij er al vier gehad. Wij gebruiken ook meer veel Engelse literatuur dan zij”. Ze koos psychologie ook omdat ze zich interesseert voor het menselijk gedrag. “Ik volg wel alle colleges maar ze zijn lang niet allemaal prettig. Bij Hamaker is het het leukst, hij is zeer tolerant”.

Dat blijkt. Waar een ander al na tien minuten hoorndol van het geklets de zaal zou hebben verlaten, blijft dr. C. Hamaker rustig doorgaan met het hoorcollege 'Inleiding in de psychologie'. In de collegezaal zitten ruim driehonderd studenten. De laatkomers mogen alleen plaatsnemen op het balkon. Het voortdurende gestuimel daar en het doordringende gefluister beneden in de zaal vermag Hamaker, voorzien van microfoon, niet af te leiden. Tot het ook hem te dol wordt: “Ik hoor dat jullie het alweer mooi genoeg vinden. Maar luister nog even. Dit is niet leuk meer. In het tweede uur krijgen jullie een film te zien, dan moeten jullie ook je mond houden”. Hij heeft het woord "film' nog niet uitgesproken of er klinkt enthousiast applaus. Even later storten ze zich en masse op de koffie.

“Nee, ik begrijp niet echt wat die kinderen bezield om psychologie te gaan studeren. Tijdens zo'n hoorcollege gaat ook veel verloren. Ik vraag allang niet meer om totale stilte, dat is onbegonnen werk. De echt geïnteresseerden zitten vooraan. Achterin zit de rest”, zegt Hamaker even later op zijn werkkamer. Zijn onderwijstaak bezorgt hem geen nachtmerries, hij vindt het zelfs leuk: “Na mijn promotie heb ik mijn onderzoeksaspiraties opgegeven en uitdrukkelijk gekozen voor het geven van onderwijs. Daar ligt mijn kracht - de massaliteit neem je dan op de koop toe”.

Tot de grens is bereikt. Volgens Hamaker en zijn collega's is dat allang gebeurd. De cijfers spreken duidelijke taal: er zijn ruim 1000 propedeuse studenten, van wie 700 eerstejaars, en 1200 doctoraalstudenten. Ruim driehonderd hebben de propedeuse niet in één of zelfs in twee jaar afgerond. Om het tij te keren bestaan binnen de faculteit vergevorderde plannen de eisen tijdens de propedeusefase op te schroeven. Onder het mom van "Wij zijn geen beroepsopleiding maar een wetenschappelijke opleiding' wordt het onderwijs doorgelicht. “We hebben zonder het te weten teveel water in de wijn gedaan. We hebben het rendement hoog willen houden waardoor je slaagpercentages kreeg van 70 procent. Alleen bij wetenschapstheorie deden ze daar niet aan. Je hoort studenten ook altijd zeggen dat dat het enige vak is waar ze echt voor moeten werken”, aldus Hamaker.

Volgens Visser zou het helemaal niet zo gek zijn om HBO'ers die na een jaar door stromen naar de universiteit een toelatingsexamen te laten afleggen: “Zij doen het evident slechter dan iemand van het VWO”. Ook wil hij af van studenten die continu tweëen en drieën scoren. “Die lopen hier bij bosjes rond. Er is veel te lang gedacht dat iedereen die komt studeren het ook kan. Maar je moet durven zeggen: niet iedereen kan het. Dat is geen schande en het biedt ons de mogelijkheid meer te investeren in de mensen die het om het vak te doen is”.

    • Anneke Visser