POMPOENSOEP MET PASTINA

Deegwaren in de soep, daar zijn Italianen sterk in. De grens tussen bouillondunne soep met pasta (zuppa) en pasta met soepdunne saus (minestra) is een vage aangelegenheid.

Beide gerechten worden met een lepel gegeten uit een diep bord en om die reden betreft het meestal kleine deegwaren, die gemakkelijk op de lepel blijven liggen. Je zou de grens tussen zuppa en minestra kunnen aangeven met de grootte van de gebruikte deegwaren. Kleine korte deegwaren als ditalini, tubetti, sedanini, lumachine, en gobetti gaan meestal in minestra: de piepkleine pastina, deegwaren in de vorm van sterretjes, lettertjes of korreltjes, gaan in de zuppa. Al gaat dat ook niet altijd op. In Ostia at ik 's winters eens een zuppa di vercure, een groentebouillon met kleingesneden groenten waarin op het laatst wat verse fettucine (vrij dikke lintmacaroni) was meegekookt met een handje grofbladige spinazie. Vrijheid blijheid, daar in die Italiaanse keukens. Zelfs bij gebonden soepen of gepureerde groentesoepen koken Italianen vaak een handje rijst of pastina mee, want soep moet niet alleen het lijf warmen en de maag vullen, maar ook voedzaam zijn. Enige weerstand op de tong in de warme soepstroom is een plezierige bijkomstigheid. In deze gepureerde, niet al te dikke, pompoensoep bestaat het mee te koken handje pastina uit rijstvormige deegwaar, verkrijgbaar bij Italiaanse- en goed gesorteerde Marokkaanse en Turkse winkels. De prachtig gepunte "rijstkorrels' voelen na garing enigszins glibberig aan op de tong en lijken daarin op tapioca, het gekorrelde zetmeel van cassaveknollen. Voor zulke dingen heb ik een zwak maar wie daar niet van houdt, kookt - gelijk een Noord-Italiaan - een handje rijst mee, al is dat bij deze soep mijns inziens minder delicaat.

Voor 4 personen:

750 gram pompoen (circa 1 wig van een grote geribde pompoen)

1 eetlepel olijfolie

1 sjalotje, gepeld en fijngesnipperd

2 deciliter melk

ruim 3 deciliter kippebouillon (geen blokje)

50 gram rijstvormige pasta

zout & geraspte nootmuskaat

versgeraspte Parmazaanse kaas

Verwijder de pitten van de pompoen. Leg het stuk pompoen met schil en al in het stoommandje van de snelkookpan - waarin 1 vingerkootje water - breng de pan op druk en laat hem 15 minuten staan op laag vuur.

Verwarm intussen de olie in een pan en smoor daarin het sjalotje op laag vuur tot het zacht en geurig is. Haal de druk van de snelkookpan en maak het pompoenvlees los van de schil door er een mes tussendoor te halen (dat kost minder moeite dan de rauwe pompoen te schillen). Pureer het vruchtvlees met een roerzeef (fijne schijf) boven de soeppan. Leng de verkregen puree aan met de melk en kippebouillon (of iets meer, afhankelijk van de dikte van de pompoenpuree), voeg zout naar wens toe en breng de soep al roerend aan de kook. Strooi de rijstvormige pastina in de soep en kook deze, onder regelmatig roeren, op laag vuur in 8-10 minuten gaar. Proef de soep op zout en rasp er royaal nootmuskaat over. Aan tafel roert ieder nog een halve eetlepel Parmazaanse kaas door de soep. Geef er grof volkorenbrood bij.

    • Florine Boucher