Politieke schizofrenie

Hoe verder verwijderd van Den Haag, hoe vrijer nationale politici zich gaan gedragen. Zet een minister in het buitenland neer, houd hem een microfoon voor en tien tegen één dat er wel iets geroepen wordt dat tot vragen in de Tweede Kamer leidt. Verre oorden, waar de bestuurder eens even kan loskomen van departement, lastige Kamerleden en "politieke vrienden' zijn bij uitstek geschikt voor losse gedachten. Zo verfrissend als ze vaak zijn, tot zoveel commotie leiden ze bij het thuisfront.

Het hoeft trouwens niet per se altijd het buitenland te zijn. Fractievoorzitters krijgen al wilde gedachten zodra ze de gemeentegrens van Den Haag zijn gepasseerd. Dat heeft CDA-fractieleider Brinkman deze week, de week van de algemene beschouwingen, weer eens bewezen. Zijn èchte algemene beschouwingen hield hij reeds afgelopen maandag op het stadhuis van Rotterdam. In de Tweede Kamer behelsde zijn bijdrage aan het jaarlijkse politieke beleidsdebat de gebruikelijke gecomprimeerde wensenlijst van de diverse fractiespecialisten, maar een dag eerder in Rotterdam kon hij zijn eigen verhaal houden. Het was een vlijmscherp verhaal waarin de gegroeide politieke cultuur in Nederland werd gehekeld, en dat ten slotte uitmondde in een krachtig pleidooi om de verschillende verantwoordelijkheden weer te herstellen. Signaleren dat het besluitvormingsproces in Nederland verlammingsverschijnselen vertoont, is niet nieuw, maar het is wel opmerkelijk als een politicus met de verantwoordelijkheden van Brinkman deze analyse zo nadrukkelijk overneemt. Temeer als een dag later in de Tweede Kamer opeens weer een heel andere Brinkman op het podium staat, die er niet voor terugdeinst uit pragmatsiche overwegingen het duistere besluitvormingsproces in stand te houden.

We hebben hier te maken met een helaas niet meer zo zeldzame vorm van politieke schizofrenie. De beschouwende politicus die voor een gehoor van buitenstaanders afstand neemt van de wereld die hij zelf instandhoudt, is een steeds vaker voorkomend verschijnsel. Eén van de meest geciteerde toespraken van PvdA-fractievoorzitter Wöltgens is de lezing die hij op 24 september 1990 hield aan de Technische Universiteit van Eindhoven. Hij constateerde dat de politiek te veel aan de kant was gaan staan. “Dat is niet goed en zelfs principieel fout. De politiek is bij uitstek verantwoordelijk voor het behartigen van het algemeen belang”, aldus Wöltgens toen. Politieke besluiten waren volgens hem te veel uitbesteed aan niet-politieke organen. En hij noemde de adviesorganen, de commissies van wijze mannen en de steeds grotere rol die de rechter bij gebrek aan politieke regelgeving speelt.

Maar wat heeft Wöltgens vervolgens de afgelopen twee jaar zelf gedaan om die scheefgroei tegen te gaan? Niets. Sterker nog, hij is een zeer tevreden mens nu het debat over het plan-Simons ook al gedepolitiseerd is. “Het is een goede zaak dat staatssecretaris Simons in overleg met alle betrokken partijen overeenstemming zoekt om de gewenste consensus te bereiken”, zei Wöltgens afgelopen dinsdag tijdens de algemene beschouwingen. Een gezamenlijke aanpak was immers veel “vruchtbaarder” dan het bereiken van “een cultuuromslag door het schokeffect van ingrijpende wetgeving”.

De rede die Brinkman deze week in Rotterdam hield, had nogal wat trekken van de Eindhovense rede van Wöltgens. Alleen de titels al lijken op elkaar. De zogeheten "Burgerzaallezing' van Brinkman kreeg publicitaire aandacht wegens de verrassende opening die de burgemeesterszoon richting gekozen burgemeester maakte. De best betaalde gemeentebestuurder als veredelde lintenknipper, zit hem dwars. Een gekozen burgemeester zou het ambt weer meer inhoud geven en daarom noemde Brinkman het ook als één van de mogelijke oplossingen. Let wel, één van de oplossingen. Want over een ècht benoemde burgemeester met meer dan louter ceremoniele bevoegdheden is met Brinkman evenzeer te praten. En zo ontstaat toch weer het beeld van de jongleur die alle ballen tegelijk in de lucht wil houden.

Dolgelukkig maakte hij D66-leider Van Mierlo door zijn verzet op te geven tegen een studie naar het referendum. Wij willen dit serieus bekijken, zei hij afgelopen dinsdag in de Tweede Kamer tijdens de algmene beschouwingen. Wat kan een mens toch veranderen binnen 24 uur, want een dag ervoor deed Brinkman in Rotterdam het referendum nog af als een democratisch lapmiddel. “Een ongedifferentieerde volksraadpleging over van alles en nog wat zal de versluiering van bestuurlijke moed en politieke verantwoordelijkheid betekenen”, zei hij.

Zoek het maar uit kiezer. Gekozen burgemeester? Het kan, maar het kan ook niet. Referendum? Ja, uhh nee, nieuwe studie dan maar. Zou de al maar groter wordende vrijblijvendheid ook niet bijdragen aan de malaisestemming? Het openbaar bestuur is “gekolonialiseerd door een kleine elite”, vindt Brinkman in Rotterdam. “In allerlei gremia worden bestuurlijke beslissingen al zo ver voorgekookt dat zij nauwelijks zijn terug te draaien in de gekozen volksvertegenwoordiging. In circuits van adviesraden en driezijdig overleg van werknemers, werkgevers en overheden worden beleidsvoornemens (vaak in langdurige rituele dansen) om zeep geholpen voordat de volksvertegenwoordigers eraan te pas komen. Zo wordt er gezellig bestuurd in een sfeer van iedereen doet leuk mee, maar in feite komt er steeds minder van de grond of althans duurt het allemaal langer en langer en kost het steeds meer, vindt Brinkman in Rotterdam.

Maar wat doet Brinkman in Den Haag? Daar maakt hij als politicus pas op de plaats in afwachting van een sociaal akkoord tussen werkgevers, vakbeweging en kabinet. Als dat akkoord tussen kabinet en niet-gekozen elite er is, kan de inmiddels verouderde begroting worden aangepast. De prijs die vakbondsbestuurders voor een dergelijk akkoord vragen is hoog. De hoogte van de uitkeringen, de WAO-plannen, het straf- en beloningssysteem, alles waar de Tweede Kamer verantwoordelijkheid voor draagt, moet wat hen betreft weer bediscussieerd worden. En intussen kan Brinkman zien hoe iedereen “gezellig meebestuurt”. De verantwoordelijkheden zijn zoek, maar de opvattingen van de fractieleider van het CDA ook.

    • Mark Kranenburg