Poging tot schorsen van debat mislukt

DEN HAAG, 15 OKT. VVD, D66, Groen Links en de kleine christelijke partijen, die samen 46 zetels in de Kamer bezetten, hebben er gisteravond vergeefs voorgepleit om de algemene beschouwingen te schorsen totdat de regering de begroting heeft aangepast aan de verslechterde economische en financiële vooruitzichten.

Pas begin november zullen er nieuwe cijfers bekend zijn over de financiële en economische risico's die de begroting van het kabinet bedreigen. Het kabinet vond, net als de regeringspartijen CDA en PvdA, dat het politieke kader van de begroting echter voldoende duidelijk is gemaakt en dat daarover wel degelijk gedebatteerd kan worden.

D66-fractievoorzitter Van Mierlo had 's middags al het voortouw genomen in de vorming van de oppositionele coalitie. Terwijl premier Lubbers nog lange uiteenzettingen gaf over de meest uiteenlopende onderdelen van het beleid, zochten in de vergaderzaal de teleurgestelde fractievoorzitters van de niet-regeringspartijen elkaar op. De afstandelijke houding van Lubbers ten opzichte van de wensen van de oppositie had bij D66 grote irritatie gewekt. En zo vroeg gisteravond laat VVD-fractievoorzitter Bolkestein, als ware hij premier van een schaduw-kabinet, het woord namens de niet-regeringspartijen. Omdat de regering over essentiële economische ontwikkelingen geen prognose kan geven, is volgens Bolkestein de Kamer “het spoor bijster”. “Waar zullen de klappen vallen? Wij weten het niet. Waar hebben wij na afloop van de beschouwingen mee ingestemd? Het zijn mistbanken.” Bolkestein zei zelfs te spreken namens de gehele Kamer, “hoewel de collega's van de regeringspartjen dat zonder twijfel niet zullen willen erkennen”. “Wij hebben hier te maken met de substantie van de parlementaire controle.”

Maar CDA-fractievoorzitter Brinkman dacht daar anders over en zei “namens 54/103 deel van de regeringscoalitie” dat het kabinet wel degelijk een indicatie van de problemen heeft gegeven. Brinkman vond wel dat het kabinet begin november met “een nadere nota” moest komen, waarover de Kamer dan “aanstonds” moest vergaderen. Hij stelde de oppositie zelfs voor om samen met de regeringspartijen na te denken over hoe “door het slechte weer heen te komen”. Van Mierlo deed dit “ontroerende verzoek” tot een Kamerbrede coalitie echter af als “een slag in de lucht”

Ook PvdA-fractievoorzitter Wöltgens zei “namens 49 Kamerleden” niet te begrijpen waarom geschorst zou moeten worden. “Ik vind dat het aan de leden van de Kamer is om te zeggen wat zij vinden van de criteria die het kabinet heeft genoemd. Dan kan ik mij voorstellen dat de VVD zegt dat de inflatiecorrectie haar heilig is. Dan kan het zo zijn dat Groen Links zegt dat in ieder geval de koopkracht van de minima gehandhaafd moet worden. En dan kan het zo zijn dat D66 ik weet niet wat zou zeggen.” Bolkestein reageerde verontwaardigd op deze woorden. “Wie regeert in dit land? Wilt u dat de oppositie regeert? Wij staan klaar met een gelegenheidscoalitie. Ik twijfel er niet aan of collega's Van Mierlo en Beckers en mijn persoon zullen er in slagen om in korte tijd een regeerakkoord in elkaar te zetten. Dan is het een koud kunstje om met de ploeg in Vak K stuivertje te wisselen.”

Namens de regering zei premier Lubbers dat formeel nog steeds de economische voorspellingen van Prinsjesdag geldig zijn. “Er is dus geen tekort aan informatie.” Volgens Lubbers is er alleen sprake van “een toegenomen risico” op tegenvallers en geen zekerheid daarover. “Is het democratisch zoveel beter als de Kamer de invulling van de regering en de sociale partners afwacht dan dat zij haar oordeel geeft over de lijnen die ik helder uiteen heb gezet?”