Pestkop wordt pre-crimineel; Roodharigen, beugelbekjes of brildragers lopen niet meer kans om gepest te worden dan anderen

"Pestmappen', video's over pesten, "speel-praatgroepen' voor pestkoppen en hun slachtoffers, en voorlichtingsfolders. Psychologen en jeugdhulpverleners hebben zich en masse gestort op een oud probleem: treiteren op school.

Sandra (18) heeft geen sproeten of rood haar, maar werd op de lagere school wel ""afschuwelijk gesard''. ""Ik weet niet waarom, maar nooit werd ik bij mijn eigen naam genoemd, altijd bij een scheldnaam. Op het schoolplein werd mijn tas omgekeerd, mijn fietsbanden werden lekgeprikt, de inhoud van mijn tafeltje werd in de prullebak gekieperd en mijn fiets met poep ingesmeerd. Vaak wachtte een groepje jongens me na schooltijd op om me in elkaar te slaan.''

Na de vierde klas besloten haar ouders Sandra naar een andere school te sturen. ""Daar werd ik nog een beetje gepest, maar niet meer zoals vroeger.''

Het meisje, nu HBO-studente, gelooft dat ze van het pesten ""wel een tikje'' heeft meegekregen. ""Ik heb nog steeds aanpassingsmoeilijkheden. Toen ik naar de HAVO ging, durfde ik de eerste vier maanden niet in de kantine te komen. En als ik nieuwe mensen ontmoet denk ik: ze vinden me vast raar.'' Die pestkoppen wisten waarschijnlijk niet wat ze haar aandeden, vermoedt Sandra. ""Maar ik vind het jammer dat de leraren zich er niets van aantrokken. Die keken de andere kant op en praatten er nooit over.''

Dat is de laatste tijd veranderd. Scholen hebben de strijd aangebonden tegen het treiteren. Ze kunnen daarbij gebruik maken van een scala aan recentelijk ontwikkeld materiaal: rollenspellen voor kleuters, "leskisten' met informatie over treiteren, themadozen, educatieve toneelspellen, "kijk-praat-platen", boeken, videobanden en nog vele andere pestprojecten. Sommige basisscholen organiseren "pestdagen' met toneelstukken, video's, liedjes en kringgesprekken om leerlingen te wijzen op de gevolgen van pesten. In verschillende steden geeft het RIAGG "sociale vaardigheidstrainingen' op school om slachtoffers weerbaar te maken en treiteraars minder agressief gedrag aan te leren.

Ook op lerarenopleidingen groeit de aandacht voor de "pestproblematiek'. De Pedagogische Academie voor het basisonderwijs van de Utrechtse hogeschool Domstad introduceerde vorig jaar een "pestles'. Mr. J. van der Laan, docent aan de PABO, vindt het de taak van de leraar om pesten tegen te gaan. Zij meent dat het opleidingsinstituut de taak heeft om aankomend leraren alert te maken op het probleem. Van der Laan: ""Leraren zijn geneigd te roepen dat treiteren "in mijn klas wel meevalt'.'' Ze vroeg daarom haar studenten wat die zelf hadden meegemaakt. ""Er kwamen veel emoties naar boven, van studenten die als kind gepest waren met hun rode haren of die liever zonder jas naar school gingen dan in de oude jas waarmee ze werden getreiterd.''

Pestlessen

A. Hoogendoorn, onderwijzeres aan de Rotterdamse basisschool De Dukdalf, had graag "pestlessen' gevolgd tijdens haar opleiding, maar die waren er zestien jaar geleden nog niet. Nu heeft ze een eigen methode ontwikkeld. ""Vorig jaar had ik een jongetje van zeven in de klas, die eigenlijk naar het speciaal onderwijs moest. Hij werd gesard door een groepje van zes kinderen, aangevoerd door een "leider'. Toen ik dat in de gaten kreeg, heb ik hem een aparte lesmethode gegeven, waardoor de anderen jaloers werden en de situatie omgekeerd was.'' Ook praatte ze erover in een kringgesprek met de klas. ""Niet speciaal over hem, maar in het algemeen hoe vervelend het is wanneer je wordt buiten gesloten.''

Een soortgelijke ervaring in de klas was reden voor drs. B. van der Meer, toen nog gymnastiekleraar, om het eerste Nederlandse boek over pesten te schrijven: De zondebok in de klas (1988). Het boek is gebaseerd op interviews met leerlingen van een middelbare school. Zijn theorie luidt dat er wordt gepest wanneer het evenwicht in een klas is verstoord. Daardoor kan agressie ontstaan, die wordt afgereageerd op een kind dat niet binnen de groepsnorm valt: de hoogbegaafde of juist de minder intelligente, de leerling met Zeeman-kleren of juist die met een Lacoste trui.

Onderzoek weerspreekt de lange tijd populaire opvatting dat pesten "gezond' is en leerlingen "hard' maakt. Al twintig jaar geleden begon de Zweedse agressie-deskundige prof.dr. D. Olweus met onderzoek naar treiteren op school. Hij stelde vast dat de gevolgen voor slachtoffer èn dader ondubbelzinnig nadelig zijn. In navolging van zijn studies is ook in Nederland onderzoek gedaan. De ontwikkelingspsycholoog prof.dr. C.F.M. van Lieshout presenteerde afgelopen dinsdag tijdens de studiedag "Pesten op school aangepakt' in Amersfoort de gegevens over zijn onderzoek onder ruim 2.000 kinderen van basisscholen in de omgeving van Nijmegen. Hij komt tot de conclusie dat achttien procent van de leerlingen op basisscholen regelmatig of vaker als "slachtoffer' betrokken is bij pesterijen en veertien procent als "dader'. In februari kwam dr. T. Mooij, die een landelijke steekproef hield onder 1.600 kinderen, met iets hogere cijfers. Volgens zijn gegevens wordt 23 procent van de basisschoolleerlingen gepest en maakt 20 procent zich schuldig aan pesterijen. In het voorgezet onderwijs lopen deze cijfers terug tot respectievelijk zes en zestien procent. Met deze cijfers wijkt Nederland nauwelijks af van anderde Europese landen.

Spotten, schoppen

De onderzoekers definiëren pesten op school als ""herhaald en langdurig negatief gedrag - bijvoorbeeld spotten, schoppen of bewust negeren - van een of meer daders gericht tegen een bepaalde leerling''. Het verschil met plagen of een "gewoon' robbertje vechten is de machtsongelijkheid tussen treiteraar en slachtoffer. Opmerkelijk is dat jongens meer pesten dan meisjes en minder seksespecifiek zijn. Meisjes treiteren vooral meisjes, terwijl jongens ook meisjes "aanpakken'. Jongens zijn tevens vaker het mikpunt van pestkoppen, vooral als het gaat om direct pesten zoals schelden, slaan of chanteren. Van indirect treiteren - roddelen en buiten sluiten - zijn meisjes even vaak de dupe.

Een pestkop is volgens Van Lieshout een kind dat zelf kans loopt door zijn leeftijdgenoten buitengesloten te worden, omdat hij zich agressiever gedraagt dan de rest: ""Hij kliert en stuurt de boel in de war.'' Olweus toonde aan dat een pestkop op latere leeftijd een vrij grote kans loopt ander probleemgedrag te ontwikkelen zoals criminaliteit en alcoholmisbruik. Veertig procent van de vroegere pestjongens in zijn onderzoek heeft op 24-jarige leeftijd drie of meer veroordelingen door de rechter, voor de overigen ligt het percentage op tien. De criminoloog L. Toornvliet van de Rijksuniversiteit Leiden wijst er wel relativerend op dat bij pesten hooguit sprake is van ""pre-crimineel gedrag''. ""Maar je kunt er nooit vroeg genoeg bij zijn.''

Ook voor het "slachtoffer' kunnen de gevolgen dramatisch zijn. Uit het onderzoek van Van Lieshout blijkt dat gepeste kinderen veel meer dan leeftijdgenoten lijden onder depressieve verschijnselen, zoals lagere inzet op school, lichamelijke klachten, een negatief zelfbeeld en pogingen tot zelfmoord. Roodharigen, beugelbekjes of brildragers lopen volgens Van Lieshout overigens niet meer kans om gepest te worden dan anderen. ""Iedereen heeft immers wel iets geks. Uiterlijke kenmerken zijn slechts een middel, niet de oorzaak van pesten.'' Vooral kinderen die sociaal minder vaardig zijn worden het slachtoffer van treiterijen. ""Ze kunnen niet van zich afbijten, dat heeft een pestkop snel in de gaten.'' Het schoolgaan kan voor een gepest kind zo'n lijdensweg zijn dat het bijvoorbeeld moedwillig een pink breekt om maar een paar dagen thuis te kunnen blijven.

Kijk-praat-platen

Van Lieshout meent dat slachtoffers zelf nauwelijks iets aan hun situatie veranderen. Scholen daarentegen kunnen het treiterprobleem met de helft terugbrengen, zo is gebleken in Noorwegen. ""Belangrijk is dat scholen treiteren structureel bestrijden, met een interventieprogramma gericht op slachtoffer, dader, ouders, medeleerlingen en op het lerarenteam.''

De hausse aan "pest-publicaties' en lesmateriaal roept ook kritiek op. H.M. van der Velden, rector van de scholengemeenschap Libanon in Rotterdam, is sceptisch: ""Behalve oprechte aandacht voor het onderwerp, is dit een gat in de markt. Nu is het modieus. Over een paar jaar is pesten nog steeds een belangrijk onderwerp, maar zijn er geen congressen meer en worden er geen boeken meer uitgegeven.'' Natuurlijk wordt er op haar school ook gepest, zegt ze, maar het wordt redelijk tegengegaan. ""Wij hebben een mentoraat tot en met de eindexamenklas, waardoor er veel contact is met de kinderen - ook los van het probleem pesten.''

Van der Meer, zelf auteur van twee "pestboeken', heeft inmiddels een lijst opgesteld met tientallen titels over het onderwerp en die naar het ministerie van WVC gestuurd, met het verzoek geen subsidies te geven aan meer materiaal over hetzelfde. ""Iedereen stort zich nu op de markt. Uiteraard is het goed dat er aandacht wordt besteed aan het fenomeen, maar het is niet goed dat met subsidies van WVC zoveel dure produkten worden gemaakt.''

Pedagoog H. Janssen, als preventiewerker verbonden aan de RIAGG ZuidHage en co-auteur van de "Pestmap' (1990), noemt de recente aandacht voor pesten juist een positieve doorbraak. ""Vroeger werd alles behalve rekenen en taal gezien als soft en dus overbodig. Tegenwoordig is er steeds meer belangstelling voor het psychisch welzijn van kinderen in het onderwijs.'' Hij vindt dat ""maar goed ook, want waar gepest wordt, wordt niet geleerd. Sociaal faalangstigen onthouden niet waar Appingedam ligt.''

Speel-praatgroepen

Janssen pleit voor sociale vaardigheidstraining, want ""dat is preventiever dan een interventieprogramma''. ""De pestkop èn zijn slachtoffer hebben een gebrek aan sociale vaardigheden. Daarom organiseren wij speel-praatgroepen voor acht- à tienjarigen. Tijdens tien bijeenkomsten in kleine groepen leren we hen bijvoorbeeld hoe ze moeten reageren op een afwijzing of om goed te luisteren hoe anderen over zichzelf praten.''

Ook Van Lieshout die de inleiding schreef van het deze week gepresenteerde boek Treiteren op school - een vertaling van een studie van Olweus - vindt dat nòg een publikatie over pesten nut heeft want ""veel van de tot nu toe aangeboden programma's zijn gebaseerd op eenzijdige theorieën''. Bovendien noemt hij alle pestmappen ""nuttige bouwstenen die bijdragen het probleem te onderkennen en er wat aan te doen''. ""Want de nog steeds gehoorde opvatting dat pesten ook zo zijn charmes kan hebben, daar heb ik gewoon geen woorden voor.''

    • Birgit Donker