OLIVIER TUINIER IS GROOTSTE TROEF IN SOMBOGAARTS TWEEDE SPEELFILM; Het mes moet terug

Het zakmes. Regie: Ben Sombogaart. Met: Olivier Tuinier, Genio de Groot, Verno Romney, Adelheid Roosen. Amsterdam, De Uitkijk; Rotterdam, 't Venster; Utrecht, Springhaver.

“Hoei boei, ik moet hier even wezen!” schalt de moeder van de zesjarige Mees terwijl ze zich langs man en zoontje de snelste weg naar de wc baant. Ze citeert met die woorden de roman De avonden van Gerard Reve en menig volwassen kijker naar Het zakmes zal haar uitroep op die manier waarderen. Misschien zal hij er zelfs uit opmaken hoe de filmmakers stiekem denken over die moeder. Voor een kind is zo'n literaire verwijzing overbodig, want De avonden kent het niet. Maar dat gekke hoei boei is wel een malle uitroep die elk kind zal aanspreken en het geeft aan wat een raar mens die moeder van Mees is. Het is allang bekend: een goede jeugdfilm is een film die tweevoudig aanspreekt. Soms op een zelfde, soms op een verschillende manier, maar steeds net zo goed op kinder- als op volwassen niveau en liefst tegelijk. Cineast Ben Sombogaart bewees met zijn speelfilmdebuut Mijn vader woont in Rio daartoe in staat te zijn en met zijn tweede film Het zakmes lukte het hem opnieuw. Het zakmes is net zo geschikt voor kijkers tussen de vier en tien jaar als voor boven de zestien.

Zijn titel getrouw draait Sombogaarts tweede film om een zakmes. Een dik zakmes, met een priem, een kurketrekker, een zaagje, een vijl, een schaartje en een flesseopener. De droom van veel kleine jongens en de schrik van hun ouders. Mees mag van zijn vader zo'n mes niet eens aanraken, maar zijn beste vriendje Tim heeft er een gekregen van een buurman. Een afscheidscadeautje, want hij gaat verhuizen. Tijdens het speelkwartier zitten ze het samen te bekijken als de juffrouw eraan komt. Mees kan niet anders dan het mes snel in zijn zak stoppen. 's Avonds vindt hij het terug en voelt zich ellendig. Het valt hem moeilijk om te liegen tegen zijn vader, maar belangrijker is dat het mes zo snel mogelijk terug moet naar Tim. De volgende dag smokkelt Mees het mes weer mee naar school. Tim zit niet op zijn plaats. Pas dan realiseert Mees zich wat "verhuizen' concreet betekent: dat je je beste vriend kwijt raakt.

En daarmee wordt dat dikke zakmes het symbool voor verlies en wat Mees betreft voor de herovering van zijn vriend. Mees bedenkt een bonte rits van manieren om Tim te traceren, hem zijn mes terug te bezorgen en hemzelf en passant weer te vinden, maar zijn - voor kinderen spannende, voor volwassenen even komieke als hartverscheurende - zoektocht levert niets op. Dat hij zijn doel ten slotte bereikt door op te treden in een televisie-talentenjacht voor kinderen is een zwakke oplossing, te bijzonder, te irreëel, na al die in hun alledaagsheid veel uitzinniger avonturen met bijvoorbeeld de PTT, de trein en de advertentieafdeling van een krant. Sombogaart en zijn scenarist Sjoerd Kuyper vonden het nodig om Mees die show nog te laten winnen ook. Net of dat hem (en ons) interesseert, nu hij Tim heeft teruggevonden.

De speelfilm Het zakmes werd samengesteld uit het materiaal van een televisieserie en ziet er zo uit: heldere kaders, veel aandacht voor gezichtsuitdrukking en een visuele nadruk op emotionele effecten die nooit terloops is. Het verhaalverloop veranderde niet en het stijlmiddel van de off screen gezongen kleine liedjes ter intieme begeleiding van de gedachten van Mees werden, voor zover ik ze me kon herinneren, gelukkig integraal gehandhaafd. Vooral de volwassen personages hadden te lijden van de inkrimping; vaak werden ze gereduceerd tot pure absurditeiten. Sommige volwassenen, bijvoorbeeld een televisie-presentator of de hekserige schooljuffrouw van groep 3, werden zo uitzinnig satirisch voorgesteld dat de grap over de hoofden van het kinderpubliek heenvliegt. De moeder van Mees (Adelheid Roosen) kwam er helemaal bekaaid af. Ze is een vaak afwezige operadiva, tegen wie Mees doorgaans zijn verhalen slechts kan spuien door een videofilm van een van haar optredens stil te zetten. Komt ze thuis dan is Mees zo blij dat zijn gebrek aan belangstelling bij de volgende keren onbegrijpelijk is. Zelfs een goede zaak als de teruggave van het mes verklaart niet dat hij haar niet even een kus gaat geven wanneer hij hoort dat ze onverwacht voor een nachtje terugkeerde van haar tournee. Evenmin werd er veel overgelaten van haar genegenheid voor haar zoontje.

Gelukkig blijft de vader van Mees in de film zo sterk als hij was in de serie. Genio de Groot speelde hem als een lieve, wat kinderlijke huisman en in principe toegewijde vader, die zijn vrouw zo mist dat hij het dagelijks leven en zijn zoontje alleen in de grootste verwarring tegemoet kan treden. Zijn gebrek aan attentie voor wat er met zijn kind aan de hand is, geeft hij grotesk maar zonder te grote overdrijving gestalte. Hoe merkwaardig zijn gedrag ook is, hij blijft geloofwaardig en dat evenwicht maakt van zijn personage een sterke figuur.

De grootste troef van Het zakmes is gelegen in het spel van Olivier Tuinier als Mees (en van Verno Romney als Tim maar die krijgen we helaas maar weinig te zien). Onder leiding van Sombogaart zette Tuinier een volslagen ongekunsteld kind neer, met een mimiek en lichaamstaal waar menig acteur stikjaloers op mag zijn, een vermogen tot inleving dat je zelden ziet en dat onweerstaanbaar is voor kind en volwassene.

    • Joyce Roodnat