"Maastricht' van triomf naar twijfel

Nog geen jaar geleden sloten de twaalf EG-leiders met enig vertoon van triomf een akkoord over een monetaire en politieke unie: het Verdrag van Maastricht. Nu moeten ze een extra topconferentie houden om een crisis rondom datzelfde verdrag te bezweren. Wat is er gebeurd? Eigenlijk niet zoveel: men is alleen van gedachten veranderd. Of beter: men heeft zijn gedachten gevormd - en daarmee ook het beeld van "Maastricht'. Een overzicht van het gegroeide wantrouwen.

7 februari 1992 - “Een historische stap”, zegt de Portugese premier Anibal Cavaco Silva bij de ondertekening van de verdragstekst. Premier Lubbers spreekt van “een moment van tevredenheid en hoop”. Ook de Brit Douglas Hurd is blij met de uitkomst die premier Major eerder “game, set and match for Britain” heeft genoemd, al zegt Hurd schertsend dat hij “geen idee” heeft waar hij zijn handtekening onder heeft gezegd.

5 maart - In Duitsland komen de eerste duidelijke tekenen van ontevredenheid naar buiten. “Zoals het nu is, verwerp ik het verdrag”, zegt Oskar Lafontaine van de oppositionele SPD. De partij wil een “Nachbesserung”: met name een mogelijkheid om in 1996 alsnog te beslissen over het opgaan van de D-mark in een Europese munt. De Duitsers schrikken van de bedragen die, naar blijkt uit een financieel plan van Commissie-voorzitter Delors, de rijke lidstaten aan de armere dienen over te maken.

6 mei - In Frankrijk onstaat een splitsing in de gaullistische RPR van Jacques Chirac. Terwijl Chirac zich vóór "Maastricht' uitspreekt, waarschuwt afgevaardigde Philippe Séguin voor een verlies van soevereiniteit. Hij krijgt met zijn verzet tegen het verdrag bijna de helft van de 126 RPR-afgevaardigden achter zich.

2 juni - De Deense bevolking verwerpt het verdrag in een referendum met 50,7 procent van de uitgebrachte stemmen. Niet vaststaat waarom de Denen tegen stemmen: wantrouwen tegen de eigen politici speelt een rol, net als de vrees voor verlies van de Deense identiteit en angst voor een overmatige bemoeizucht van "Brussel'. Aan de stemming is een uitgebreide informatie-campagne vooraf gegaan.

3 juni - De Franse president Mitterrand kondigt in een reactie op de Deense uitslag een Frans referendum aan, “om de ratificatieprocedure weer vaart te geven”. Uit opiniepeilingen blijkt dan nog dat tweederde van de Fransen vóór "Maastricht' zal stemmen.

9 juni - In Londen wordt bekend dat de Britse regering werkt aan een verklaring die het verdrag moet “intepreteren”, hoewel een dag eerder de EG-ministers van buitenlandse zaken nog hebben verklaard dat hun landen doorgaan met ratificatie en dat het verdrag niet wordt gewijzigd.

10 juni - In de Britse Conservatieve partij laait de discussie na het Deense referendum zo hoog op dat premier Major vanuit Colombia een dreigende kabinetscrisis moet bezweren. Inzet van de discussie: wel of niet doorgaan met ratificatie na het Deense "nee'.

25 augustus - Uit drie opiniepeilingen in Frankrijk blijkt voor het eerst dat de meerderheid van de bevolking niet vóór, maar tégen "Maastricht' is. Boeken over het verdrag en ook de tekst zelf zijn bestsellers.

8 september - De Nederlandse oppositieleider F. Bolkestein houdt in de Internationale Spectator een pleidooi voor het opnieuw onderhandelen over "Maastricht'. Eerder werd al duidelijk dat zijn partij, de VVD, intern verdeeld is geraakt over de Europese integratie.

13 september - Ongerustheid over de uitslag van het Franse referendum heeft de onrust op de valutamarkten versterkt. De lire wordt met zeven procent gedevalueerd in de eerste grote herschikking van munten binnen het Europees Monetair Stelsel (EMS) sinds 1987.

16 september - Het Britse pond en de lire verlaten het wisselkoersmechanisme van het EMS en de Spaanse peseta wordt met vijf procent gedevalueerd op deze "Zwarte woensdag'. De Britse minister van financiën Lamont geeft de Duitse Bundesbank de schuld. Hij en premier Major betogen ook dat zij nu eindelijk los van Europa het Brits belang kunnen behartigen.

20 september - De Franse bevolking stemt in een referendum met 51,01 procent van de uitgebrachte stemmen voor "Maastricht'.

21 september - Premier Major, in eigen land steeds harder aangevallen om zijn Europa-beleid, kondigt een extra Europese topconferentie aan. Daarop moeten de Europese leiders “diepgaand kijken” of de weg die de EG is ingeslagen wel de juiste is. Hij, en hij niet alleen, interpreteert de uitslag in Frankrijk als een motie van wantrouwen tegen verdere integratie. Later voegt Major als onderwerp voor de top ook de hervorming van het EMS toe.

22 september - Bondskanselier Kohl en president Mitterrand hebben een gesprek waarover geen nadere details worden bekend gemaakt, maar dat in de dagen daarna speculatie op gang doet komen over een "mini-Europa' rondom hun twee landen.

30 september - Hoewel het verzet in zijn partij tegen "Maastricht' groot blijft, kondigt Major na een periode van onzekerheid aan dat hij een snelle ratificatie van het verdrag wil, en wel voor kerstmis van dit jaar.

5 oktober - De EG-ministers van buitenlandse zaken stellen een besluit over beperking van de macht van de Commissie uit, hoewel er op ambtelijk niveau overeenstemming was bereikt. Major geeft zijn idee op om op de ingelaste top over het EMS te praten.

8 oktober - De Duitse Bondsdag beslist dat ze in 1996 nogmaals zal stemmen over het opgeven van de D-mark.

14 oktober - De Deense premier Schlüter zegt dat voor het oplossen van het "Deense probleem' het verdrag niet hoeft te worden opengebroken, maar een meerderheid in het Deense parlement denkt daarentegen van wel.

    • Hans Nijenhuis