Kabinet: koopkracht verminderen voor meer werkgelegenheid

DEN HAAG, 15 OKT. Het kabinet wil de verbetering van de koopkracht die het gevolg is van de lagere inflatie afromen ten bate van de werkgelegenheid. In de huidige “ijzige conjuncturele situatie” heeft loonmatiging prioriteit. “Daar willen we met werkgevers en werknemers afspraken over maken.” Dat zei minister-president Lubbers gisteren tijdens de algemene en politieke beschouwingen in de Tweede Kamer.

Het kabinet hoopt over een week of vier meer inzicht te hebben in de gevolgen van de tegenvallende wereldeconomie en de valutacrisis voor de begroting van volgend jaar. De regering zal dan haar bijgestelde plannen voorleggen aan de Tweede Kamer. Lubbers kwam hiermee CDA-fractie tegemoet die een snelle reactie van het kabinet verlangde. Volgens de PvdA-fractie is het beter met aanpassingen in de begroting te wachten tot volgend voorjaar.

Minister Kok (financiën) zei dat op dit moment abslouut niet is te overzien hoeveel er eventueel extra moet worden bezuinigd. De oppositiepartijen VVD en D66 noemden bedragen van 4 miljard gulden. “Een optelsom van appels en peren”, meent Kok “omdat absoluut geen rekening wordt gehouden met de beleidsaanpassingen”.

In de zomer ging het Centraal Planbureau uit van een inflatie van 3,75 procent op dit moment wordt rekening gehouden met een prijsstijging van 2,25 procent. Dit betekent volgens het kabinet dat de verhoging van de sociale uitkeringen - nu 2,5 procent - lager kan uitvallen. Koopkrachtbehoud is in de huidige conjuncturele situatie “een hele opgave”, meent Lubbers.

Door de politieke koppeling tussen uitkeringen en de inflatiecorrectie in de loon- en inkomstenbelasting (iets voor de lagere inkomens, dan ook iets voor de hogere inkomens) wordt ook de inflatiecorrectie neerwaarts bijgesteld. De lagere inflatie wil het kabinet ook verdisconteren in de ambtenarensalarissen en de vergoeding die departementen krijgen voor de prijsstijgingen. “De dan nog resterende problematiek” zei Lubbers “zal van bescheiden aard blijken te zijn. Dat voorspel ik maar vast.”

Het kabinet zal bij de aanpassing van de begroting “onvoorwaardelijk” vasthouden aan de afspraken van het regeerakkoord. Daarbij moet het financieringstekort volgend jaar worden teruggebracht naar 3,75 procent van het nationaal inkomen; de collectieve lastendruk (som van belastingen en sociale premies) mag niet boven de 53,6 procent komen.

Voor de lastendruk voorzag het kabinet een daling naar 53 procent van het nationaal inkomen. Financieel woordvoerder Terpstra (CDA) wil dat het kabinet - ondanks financiële tegenvallers - vasthoudt aan de 53 procent. Zijn collega Melkert (PvdA) zou “het fraai vinden” als het kabinet op dit percentage zou uitkomen, maar benadrukt dat er maar één concrete afspraak is gemaakt over de collectieve lastendruk namelijk die in het regeerakkoord. Lubbers en Kok zijn het met de PvdA-fractie eens.

Lubbers ging niet in op het meningsverschil tussen de fracties van CDA en PvdA over de WAO. De PvdA wil de voorgenomen bevriezing van de mensen die nu al arbeidsongeschikt zijn bepreken; het CDA wil geen amendering op het wetsvoorstel. “Het wetsvoorstel wordt binnenkort in de Kamer behandeld en daar wil ik niet op vooruitlopen”, aldus de minister-president.