In het moderne Europa betekent nadenken onrust stoken

Er bestaat in Brussel een gezegde. Politici gebruiken het veelvuldig. Het luidt: “De Gemeenschap mag niet blijven stilstaan. Als ze geen vooruitgang boekt, zal ze uiteenvallen”.

Uit recente gebeurtenissen blijkt dat er inderdaad een destructieve kracht bestaat die best beraamde plannen van vooraanstaande Europese politici dreigt te doorkruisen. Dat die inwendige kracht "de publieke opinie' heet, veroorzaakt slechts een kortstondig ongemak. Dadelijk na het Franse referendum maakten kanselier Kohl en president Mitterrand, zonder oog voor 49 procent van de Fransen, bekend dat we voortvarend moeten blijven streven naar eenwording, omdat we immers niet stil mogen blijven staan.

In één adem zeiden ze erbij dat de Gemeenschap opener en democratischer zou worden. De vraag is wat "democratisch' betekent als het vergezeld gaat van oekazes als “moeten voortvarend streven” en “mogen niet stil blijven staan”.

Je hoeft geen tobber te zijn om je hierop eens even te willen bezinnen. En je bent al helemaal niet te betitelen als "subversief' wanneer je de tijd vraagt om na te denken. Maar in het moderne Europa gelden kalme bezinning en overdenking bij politici als het tarten van vrouwe Fortuna. Bezinnen en nadenken stookt onrust.

Daarom moeten we blij zijn met de Europese topconferentie van morgen in Birmingham waar de regeringsleiders bijeenkomen om de consequenties van recente gebeurtenissen zoals de Deense en Franse volksraadplegingen, het debâcle van het EMS en misschien zelfs de Frans-Duitse voornemens te bespreken.

We wachten al veel te lang op een verklaring van al die Euro-verplichtingen, maar laten we van een topconferentie niet te veel verwachten. Het clubje leiders heeft ons in de puree doen belanden en zij zijn onvermijdelijk degenen die de agenda voor Birmingham vaststellen.

Uit democratisch oogpunt is het beangstigend dat het publiek niet schreeuwt om een alternatief of radicaal plan voor Europa. Er is nog meer gekrakeel over het plan om de binnenstad van Amsterdam "autoluw' te maken. Net als bij dat plan staan we ook bij Europa voor een of/of-beslissing. Auto's mogen wel of niet de stad in. Ofwel politieke en monetaire eenwording ofwel de ondergang. Of je bent lid van de Club of je bent het niet.

Er bestaan doortastender manieren van politiek bedrijven. Het aanbieden van opties is daar één van; werkelijk open en democratisch zijn is een tweede. Maar in plaats daarvan gaat alle aandacht uit naar de subsidiariteit: het afwentelen van macht op de meest geschikte overheid.

Subsidiariteit is een kwestie van centralisatie en decentralisatie. De Britten hebben alle recht die kwestie te berde te brengen, want er bestaat bij het publiek een aanzienlijke onvrede over de onderhandse praktijken van de Gemeenschapsinstellingen.

Maar subsidiariteit is een zaak tussen politici, een competentiestrijd over de vraag wie wat mag gaan doen. Gegarandeerde subsidiariteit is nog geen gegarandeerde democratie, maar zegt ons alleen wie onze rechten gaat negeren. Net als de confrontatie tussen nationale politici en de bureaucratie in Brussel is ook dit een rookgordijn. Kohl en Mitterrand proberen, net als Major, de schuld van de huidige malaise op de EG-ambtenarij te schuiven, terwijl we in werkelijkheid getuige zijn van falend staatsmanschap. Zeker, de EG-instanties hebben fouten gemaakt, maar het zijn de leiders die falen.

Een democratiseringsprogramma is thans noodzaak omdat waar leiders falen een vacuüm ontstaat. Zo'n programma zou onder meer gedachten over een beter bestuur van de EG kunnen bevatten. Het is bijvoorbeeld een eerste vereiste dat EG-ambtenaren hun belastingvoordelen wordt afgenomen. Op dit ogenblik is de ambtenarij een bevoorrechte elite. Zolang zij een bijzondere behandeling geniet, zal er ressentiment tegen de EG blijven heersen.

Ook zouden namen en politieke herkomst van de bestuurderen in Brussel een bredere bekendheid moeten krijgen. Het EG-bestuur is een politiek lichaam. Wie er dicht op zit, kan het manipuleren en ermee onder één hoedje spelen, omdat ze de moeite hebben genomen de sleutelfiguren te leren kennen; het overige publiek leeft in onwetendheid omdat politici op het ogenblik niet verplicht zijn ons nauwkeuriger te vertellen wie namens ons het beleid maakt. Dat de ambtelijke top van de EG niet gekozen wordt is geen excuus voor anonimiteit; integendeel. We moeten weten wie de miljarden beheert. Waar komen ze vandaan? Wie heeft ze benoemd en waarom? Wat zijn hun kwalificaties? Laat hen in het openbaar verantwoording afleggen.

Afgezien van dit soort kleine aanpassingen zou de werkelijke aandacht moeten uitgaan naar de politici zelf, degenen die onderhandse akkoordjes sanctioneren en de Gemeenschap behandelen als hun eigen privé-vrijmetselarij. Garanties over openheid zijn de werkelijke vereisten. En garanties vereisen zelf weer de steun van nieuwe structuren.

Eén belangrijke garantie zou slechts een tamelijk onbeduidend besluit vergen. Om dat naar behoren uit te leggen moet ik enige achtergrondinformatie geven.

Langs het Robert Schumanplein in het hart van de EG-wijk in Brussel, loopt een weg met de intrigerende naam Blijde Inkomstlaan. Op de eerste verdieping van het gebouw aan het plein bevindt zich een kleine bibliotheek beheerd door twee behulpzame, charmante dames. Er zijn zitplaatsen voor ongeveer veertig mensen; er staat één kopieerapparaat, doorgaans met een lange rij stagiairs en stagiaires ervoor; er zijn talrijke technische woordenboeken; een bescheiden tijdschriftencollectie; en alle nummers van het officiële blad van de EG.

Dit is de officiële bibliotheek van de Commissie van de Europese Gemeenschappen. Er zijn bij de EG nog andere bibliotheken. Alle zijn min of meer nutteloos voor wie erachter wil komen wat er nu eigenlijk omgaat in de EG-wandelgangen.

Waar eigenlijk behoefte aan is, is één bibliotheek, gebouwd met geen ander doel dan het archiveren en opzoeken, ter inzage door het publiek, van de notulen van alle vergaderingen die de Raad ooit heeft gehouden; van iedere subcommissie die ooit door de Commissie is ingesteld; van alle correspondentie ooit gevoerd door de voorzitter en de leden van de Commissie; van alle processen-verbaal van besprekingen met externe instanties; de notulen van alle werkgroepen op ieder niveau; de notulen van alle benoemingsbesluiten en alle sollicitatiegesprekken - kortom, een exemplaar van ieder stuk dat de EG inwendig voortbrengt.

De opening van deze nieuwe bibliotheek dient vergezeld te gaan van een Wet op de Vrijheid van Informatie die een ieder van ons onbelemmerde toegang verschaft. Deze twee maatregelen samen zouden de woorden van Kohl en Mitterrand in steen vereeuwigen. We hebben ze nodig. Morgen al.

    • Haydn Shaughnessy