Hyprocrisie in een politieke slachtoffer-cultuur

Kijk uit voor de slachtoffers in Rusland. Die zijn allesbepalend in dit land waar rancune regeert. Nee, het gaat hier nu even niet om de gepensioneerden, invaliden en eigenzinnige intellectuelen die van een paar stuivers moeten zien rond te komen. Die hebben er in de Russische politiek nooit echt toe gedaan en doen er nog steeds niets toe. Die zijn er om te worden bedrogen. President Boris Jeltsin heeft dat vorige week weer eens aangetoond door dinsdag, nota bene in het parlement, met de hand op zijn hart te beloven dat de benzineprijzen tot 1 januari niet omhoog gaan om vervolgens toe te te laten dat ze nog geen vijf dagen later met maar liefst 66,6 procent zouden stijgen. Ik heb het alleen over de politieke slachtoffers, over de elite van het land die zich, zoals bekend, meer met zichzelf bezighoudt dan met het land. De opgelaaide herrie tussen Gorbatsjov en Jeltsin is daarvan de recentste illustratie.

Ogenschijnlijk betreft het een concreet juridisch conflict. Gorbatsjov weigert halstarrig om te getuigen voor het Constitutionele Hof, waar momenteel een administratief-rechtelijke zaak over de communistische partij aanhangig is. Jeltsin wil hem daarentegen juist graag achter het hekje zien staan, omdat de ex-president tot 24 augustus 1991 ook secretaris-generaal was van de partij die de Russische president de 23 augustus 1991 per decreet had verboden.

Volgens Gorbatsjov is de procedure tegen de CPSU zo algemeen - bij het Hof zijn niet de specifieke daden van de partij aan de orde ten tijde van de staatsgreep, maar het gehele beleid sinds in 1990 het "voorhoede' artikel uit de grondwet werd geschrapt - dat de zaak al bij aanvang is verworden tot een "politiek proces' waarbij de hele geschiedenis van de twintigste eeuw in één arrest moet worden afgedaan. Volgens Jeltsin verzaakt de ex-president/partijleider daarmee zijn “burgerplicht” en toont hij zijn “gebrek aan respect voor de staat”.

Conform het Russische procesrecht, dat net als de huidige grondwet overigens nog uit de vervlogen tijden van het "administratieve commandosysteem' stamt, heeft Jeltsin gelijk. Gorbatsjov weet dat en betaalt keurig de boetes die hij opgelegd heeft gekregen. Dat is namelijk de enige sanctie die op zijn weigering staat. Op grond van de dagvaardingen heeft ook Gorbatsjov gerechtvaardigde motieven. Hij is namelijk geen partij in de zaak. De formele partijen zijn slechts de secretarissen van de CPSU die hem 24 augustus 1991 niet hebben gevolgd en nu de verbodsbepalingen van Jeltsin betwisten alsmede het individuele parlementslid Oleg Roemjantsev dat voor de zekerheid een contra-dagvaarding bij het Hof heeft gedeponeerd waarin wordt gevraagd om de CPSU ook los van de oekazes van Jeltsin te verbieden.

Maar daarmee is de juridische kant van de kwestie eigenlijk wel afdoende belicht en zijn we beland in de historiografie van een politieke cultuur. Want gelet op de tradities van Rusland, opereert Jeltsin tegen Gorbatsjov volgens een klassiek patroon. De Russische staat heeft zijn burgers immers nooit beschouwd als vrije belastingbetalers maar als potentiële horigen die niet alles mogen doen wat niet verboden is, maar slechts datgene wat is toegestaan. De behoefte van Jeltsin om deze houding voorzichtig te corrigeren in een richting die past bij de ook door hem bejubelde "markteconomie' is vooralsnog nihil. Net als voor al zijn voorgangers geldt, ligt ook zijn ambitie elders.

Jeltsin wil een ware vozjd worden, een seculiere "leider' die uit een stoel halverwege de hemel zijn onderdanen leidt. Want alleen een vozjd kan in de schaduw staan van de tsaar. Daarom meende hij het zich vorige week donderdag tegenover journalisten te kunnen veroorloven de ex-president lacherig als zijn eerste dissident af te doen en de ministers die hij twee dagen eerder publiekelijk had gegeseld te kijk te zetten als huilebalken die niet tegen kritiek kunnen. Daarom ook opereert het Constitutionele Hof in de kwestie van het uitreisvisum niet als een soeverein rechtscollege maar als een veredelde klerkenbalie voor Jeltsin, de man van wie ze in deze tijden van hyperinflatie materieel meer dan ooit afhankelijk zijn. President Valeri Zorkin van het Hof kan zelfs de schijn niet meer ophouden, zoals vanmorgen bleek toen hij zich sub judice een vernietigend oordeel over de voormalige secretaris-generaal aanmatigde.

Maar Gorbatsjov op zijn beurt gedraagt zich eigenlijk niet anders. Als hij zelf de eerste zou zijn geweest om het debat te openen over de cruciale vraag waarom de Russen driekwart eeuw communisme hebben verdragen, kortom, als hij het voortouw zou hebben genomen bij die noodzakelijke zelfanalyse die het bestaan van de CPSU verre overstijgt, dan zou zijn weigering om voor het Hof te verschijnen zuiver op de graat zijn geweest. Maar dat alles heeft Gorbatsjov het afgelopen jaar niet gedaan. Zijn weerbarstigheid jegens het Hof is daarom ook de expressie van een ijdele man, van een vozjd die zich er maar niet mee kan verzoenen dat hij een "held van onze tijd' was en niet meer is. Het idee dat hij wel getuigenis zou moeten afleggen en Jeltsin (een man die ook carrière heeft gemaakt via de partij en van 1981 tot medio 1990 lid was van het centraal comité) buiten schot blijft, is in die context kennelijk onverdragelijk.

Dit conflict tussen de twee diva's van de Russische politiek bevindt zich thans in een "All about Eve'-fase. De politieke cultuur van Rusland kent namelijk een essentieel omslagpunt: het punt waarbij men zich ineens van de dader afkeert en zich tot het slachtoffer wendt, zonder dat daarbij politieke opvattingen ook maar enige rol spelen. Hoewel weinigen in Rusland de Sovjet-president beminnen, valt er nu een kentering waar te nemen in sympathie. Veel Russen haasten zich om te zeggen dat ze Gorbatsjov niet mogen, maar dat Jeltsin nu toch wel erg "onfatsoenlijk' uit de hoek komt.

Gorbatsjov weet daar, evenals Jeltsin, alles van. Toen Gorbatsjov nog 's lands leider was en "je' mocht zeggen tegen het volk dat hem omgekeerd met "u' antwoordde, probeerde hij Jeltsin op gezette tijden ook fors te kwetsen in de hoop zo van hem af te raken. Jeltsin bleek echter een biefstuk die malser werd naarmate er meer op werd geslagen en werd aldus het symbool van al die baboesjka's op straat die zich ook slachtoffer voelden. Dank zij deze rol kwam hij in het zadel.

Nu hij daar eenmaal zit, doet hij hetzelfde als zijn vermaledijde voorganger: Gorbatsjov zoveel als mogelijk vernederen. De confiscatie vorige week donderdag van het gebouw van het Gorbatsjov-fonds terwille van een academie voor overheidsfinanciën die nog moet worden opgericht, pastte in dat patroon. De beschuldiging van Sergej Sjachrai (tot 20 augustus 1991 lid van de CPSU), afgelopen woensdag voor het Constitionele Hof geuit, dat het Gorbatsjov zelf is geweest die de waarheid over de massamoord in Katyn (Polen, 1940) tot in 1989 heeft proberen te verdonkeremanen, hoort eveneens in deze categorie. Net zoals Jeltsins eerdere strafacties tegen de ex-president die afgelopen jaar al zijn limousine en datsja moesten afstaan nadat hij zich wat al te kritisch over zijn opvolger had uitgelaten.

Het wachten is nu op de tegenaanval op Jeltsins ook niet geheel brandschone verleden. Nu we toch op dit niveau van politieke strijd zijn beland, is er nog wel wat te verzinnen. Bijvoorbeeld dat Jeltsin in september 1977 in Sverdlovsk, waar hij toen partijchef was, op een nacht het Ipatjev-huis liet afbreken om alle sporen van de daar gepleegde moord op tsaar Nikolaas II en zijn familie uit te wissen. Of wat te denken van het feit dat Jeltsin in die dagen in Sverdlovsk voor zijn eigen districtscomité van de CPSU het allergrootste "witte huis' van heel Rusland liet bouwen? Inderdaad, als het om de politieke cultuur gaat blijft moedertje Rusland een hopeloos geval.

    • Hubert Smeets